LoginnaamWachtwoord
De vertraging & Het gouden ei
Krabbe, Tim
Geplaatst op Vrijdag 05 januari 2001


Woord vooraf


Tim Krabbé leeft sinds 1968 van de pen. Hij schrijft in verschillende genres: poëzie, roman, novelle, kort verhaal, column, essay en biografie. Toch is hij niet altijd even gewaardeerd geweest. Omdat er over hem nog niet veel geweten is, leek het ons interessant om een totaalbeeld van de man en de schrijver Tim Krabbé te schetsen.





1.1Biografie


Tim (voluit Hans Maarten Timotheus) Krabbé werd op 13 april 1943 geboren in Amsterdam. Zijn vader was de kunstschilder Maarten Krabbé, zijn moeder Margreet Reiss was bekend als filmvertaalster. Tim was bijna twee toen zijn jongere broer Jeroen geboren werd.
Gedrevenheid en de ambitie om uit te blinken waren eigenschappen die Tim Krabbé al op jonge leeftijd ten toon spreidde. In 'De renner' (1978) beschrijft hij hoe hij als jongetje urenlang achter de typemachine zat en uitsluitend de cijfertoetsen indrukte die hem fascineerden omdat ieder nieuw cijfer hoger was dan het voorgaande. Zijn drang naar records en ranglijsten illustreerde hij in interviews met het verhaal over de kampioenschappen verspringen die hij organiseerde met als deelnemers hemzelf en zijn buurmeisje. 'Anders dan bij de Olympische Spelen' kon in zijn kampioenschap één deelnemer verschillende podiumplaatsen behalen. Gevolg: de jonge Tim won zowel de gouden, zilveren als bronzen medaille. Ook in de relatie tot zijn broer Jeroen was sprake van concurrentie en onderlinge rivaliteit. In hun latere leven blijft het contact tussen beiden tot een minimum beperkt.

Tijdens zijn HBS-B-opleiding aan het Spinoza Lyceum in Amsterdam raakte hij in de greep van het schaakspel en droomde ervan wereldkampioen te worden. In de jaren dat hij psychologie studeerde - vanaf 1960 aan de Universiteit van Amsterdam - bracht hij de meeste tijd achter het schaakbord door. Hoewel hij het tot de vijftiende plaats op de Nederlandse ranglijst bracht en zelfs een keer grootmeester Donner versloeg, moest hij toch constateren dat de echte top onbereikbaar bleef. Op zijn dertigste - hij was toen inmiddels ook al geruime tijd als schrijver/journalist actief geweest voor o.a. Propria Cures, Vrij Nederland en Sport en Sportwereld en had begin jaren zeventig naam gemaakt als 'spreekstalmeester' in het televisieprogramma Hadimassa - stortte hij zich volledig op het wielrennen. Drank en sigaretten werden afgezworen, gezonde voeding, trainingen en wedstrijden kwamen ervoor in de plaats. Hij ontwikkelde zich tot een verdienstelijk coureur in het veld van de liefhebbers en reed in acht jaar ongeveer 600 koersen. Schrijven deed hij in die periode ook: in 1978 maakte hij naam met 'De renner' en 'De stad in het midden'. In 1980 hing hij de fiets radicaal aan de wilgen om toch ook nog wat anders te kunnen doen in het leven. Schrijven werd in dat nieuwe leven zijn belangrijkste bezigheid.
Van 1987 tot 1991 was hij getrouwd met de actrice Liz Snoijink, de moeder van zijn zoon Esra.

Hoofdlijnen van het werk

'Het jarenlang najagen van iets is mij niet vreemd,' merkte Tim Krabbé in 1991 op in een interview met HP/De Tijd, verwijzend naar het fanatisme waarmee hij zich gedurende bepaalde perioden in zijn leven had gestort op zaken als schaken en wielrennen. Gedrevenheid, het geobsedeerd zijn door activiteiten, gebeurtenissen of personen heeft veel van de hoofdfiguren in zijn werk in de greep. Het najagen van die obsessies leidt vaak tot fatale gevolgen of loopt uit op een grote teleurstelling.
In het verhaal 'De paardentekenaar' uit de bundel 'De stad in het midden' (1978) leidt een monomane passie tot een confrontatie tussen een leerling en een docent. Het in de jaren vijftig spelende verhaal gaat over een jongen die in iedere tekenles steeds dezelfde tekening maakt van een paard met fladderende manen. Zijn klasgenoten bewonderen hem omdat hij zulke goed gelijkende tekeningen maakt. De tekenleraar, vader van de in alle vijf verhalen optredende Louis Hanraads, beloont die tekeningen consequent met een onvoldoende en een portie strafregels, omdat het 'clichés' zijn. Hij wil dat zijn leerlingen zich uiten op papier en niet de werkelijkheid kopiëren. Nadat de 'paardentekenaar' is verdwenen (hij blijkt later verdronken), leidt Louis Hanraads het verzet van de klas tegen de tekenleraar, zijn vader. De titel van de bundel slaat op een van Louis' obsessies: de plaats Alice Springs in het midden van Australië waar hij naar toe wil.

In hetzelfde jaar als 'De stad in het midden' verscheen 'De renner' waarin Krabbé schrijft over één van zijn eigen hartstochten: de wielersport. Journalist en sportliefhebber Nico Scheepmaker noemde het zowel 'het beste sportboek in de Nederlandse taal' als 'een literair meesterwerkje dat om die reden over honderd jaar nog gelezen zal worden'. In 'De renner' doet Krabbé verslag van één van de vele wedstrijden die hij gereden heeft: een klimkoers in Zuid-Frankrijk. Maar behalve een beschrijving van de gebeurtenissen in de koers, bevat het boek anekdotes en korte notities over de wielersport. De gedrevenheid van de auteur en het onbegrip voor hen die de fascinatie niet delen, blijkt al uit de observatie op de eerste pagina: 'Ik pak mijn spullen uit mijn auto en zet mijn fiets in elkaar. Vanaf terrasjes kijken toeristen en inwoners toe. Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me.'
Over zijn andere passie, schaken, had Krabbé voordien al geschreven in 'Schaakkuriosa' (1974) en 'Nieuwe schaakcuriosa' (1977) waarin hij vreemde stellingen, schaakproblemen en allerlei anekdotes bijeenbracht. Het verslag van het vergeefs najagen van een jarenlange obsessie op schaakgebied is te vinden in 'De man die de Babson task wilde maken' (1986). Dit boekje voor schaakliefhebbers beschrijft de geschiedenis van de pogingen van ontwerpers van schaakproblemen om één hele specifieke opgave, bekend als de Babson task, te creëren. Een Franse 'probleemcomponist' hield zich twintig jaar bezig met pogingen een dergelijke stelling te construeren, zonder succes. Er ging een schok door de schaakwereld toen een volstrekt onbekende Russische voetbaltrainer de oplossing gevonden bleek te hebben.

In de eerste romans die Krabbé publiceerde, hebben de obsessies van de hoofdpersonen vooral te maken met de relatie tot anderen. Zowel in 'De werkelijke moord op Kitty Duisenberg' (1967) als in 'Flanagan, of Het einde van een beest' (1970) leidt de competitiedrang tussen broers tot dramatische gevolgen. Krabbé ontkende in interviews niet dat aan die romans mede zijn eigen moeizame relatie tot zijn broer ten grondslag lag.
Niet aflatende herinneringen aan personen die in het verleden een belangrijke rol in hun leven hebben gespeeld, verbinden de hoofdpersonen in Krabbé's bekendste boek 'Het gouden ei' (1984) en zijn meest recente roman 'Vertraging' (1994). Rex Hofman leeft in 'Het gouden ei' met de herinnering aan zijn tijdens een vakantie plotseling verdwenen vriendin Saskia. De wens om echt te weten wat er toen gebeurd is, leidt er toe dat hij wanneer hij na jaren wordt benaderd door haar moordenaar, diens uitdaging aanneemt om te ondergaan wat er met Saskia is gebeurd. Jacques Bekker die in 'Vertraging' een oponthoud in Sydney gebruikt om de jeugdliefde op te zoeken die hem destijds in België na één idyllische nacht zo hooghartig liet staan, laat zich leiden door de manipulaties van deze Moniek die op de vlucht is voor de politie, tijdens een wilde tocht door Australië. In beide boeken draait het ook om de gedachte dat de werkelijke vereniging tussen geliefden niet mogelijk is in het leven, maar slechts in de dood. In 'Het gouden ei' wordt dat verbeeld door Saskia's droom waarin zij, opgesloten in een gouden ei, door het heelal zweeft. 'Er was maar één hoop. Er vloog nog zo'n gouden ei door de ruimte, als ze tegen elkaar botsten zouden ze allebei vernietigd zijn, dan was het afgelopen. Maar het heelal was zo groot!' Waar Rex Hofman echter de ultieme stap zet en Saskia in de dood volgt, deinst Jacques Bekker daarvoor terug.
'Mijn credo als schrijver is dat een roman in de eerste plaats aan de buitenkant een spannend verhaal moet zijn. Op zichzelf vind ik dat trouwens al een literaire kwaliteit.' Voor Tim Krabbé zelf is de steeds terugkerende vraag of zijn boeken wel 'literair' genoemd kunnen worden, niet relevant. In de literaire kritiek is zijn werk echter nogal onderbelicht gebleven of afgedaan als oppervlakkig. Ten tijde van het verschijnen van 'Het gouden ei' vocht Krabbé een strijd uit met het Fonds voor de Letteren dat niet bereid was een aanvullend honorarium te verstrekken 'wegens te geringe literaire kwaliteiten'. Omgekeerd ontstond er discussie toen 'Vertraging' werd bekroond met de Gouden Strop 1995 voor de beste Nederlandstalige misdaadroman. Een aantal misdaadschrijvers (met name Tomas Ross) uitte kritiek op deze bekroning omdat 'Vertraging' niet echt een misdaadroman zou zijn. Bij middelbare scholieren is Krabbé wel zeer geliefd. 'Het gouden ei' prijkt op vele boekenlijsten. Aan die populariteit dankt hij de Diepzeeprijs, de prijs voor het boek dat het meest gestegen is op de lijst van door scholieren veelgelezen boeken.

Het werk van Krabbé blijkt op filmmakers een grote aantrekkingskracht uit te oefenen door de combinatie van spanning, actie en beknopte, beeldend beschreven scènes. De auteur waakt er echter wel over dat in verfilmingen zijn boek niet al te veel geweld wordt aangedaan. Zo schreef hij uiteindelijk, na twee afgekeurde versies van anderen, zelf het scenario voor 'Spoorloos', de film die George Sluizer in 1988 maakte naar 'Het gouden ei'. Deze verfilming kende veel succes, met het gevolg dat in Hollywood tot een Amerikaanse 'remake' besloten werd. Sluizer regisseerde ook deze film, maar Krabbé moest gedogen dat zijn verhaal door een Amerikaanse scenarioschrijver werd bewerkt. In het uiteindelijke resultaat 'The Vanishing' (1993) was het beklemmende slot ingeruild voor een Amerikaans 'happy end'. Ook ten aanzien van de plannen voor verfilming van 'Vertraging' deden zich problemen voor. Krabbé was het niet eens met het scenario dat de producent die over de filmrechten beschikte, wilde hanteren en zegde het contract eenzijdig op. De producent spande een kort geding aan, maar Krabbé werd in het gelijk gesteld, waarmee de verfilming van het boek voorlopig van de baan is. Concrete plannen zijn er al wel voor een verfilming van zijn debuutroman 'De werkelijke moord op Kitty Duisenberg'. Eerder werden reeds 'Flanagan', 'Red Desert Penitentiary' en het verhaal 'De paardentekenaar' (uit de bundel 'De stad in het midden'), verfilmd.




1.2 Thematiek, taal en stijl

Volgens Krabbé moet een goed boek aan drie voorwaarden voldoen: het moet de taal doen leven, de lezer in een hem onbekende werkelijkheid verplaatsen en een waarheid stellen die niet in minder woorden formuleerbaar is dan het boek telt.
Dromen zijn een belangrijke inspiratiebron voor hem. Bovendien is hij gefascineerd door cijfers, die dan ook veelvuldig in zijn verhalen voorkomen. Herhalingen, vooruitwijzingen en identiteitsverwisselingen zijn geliefkoosde procédés in Krabbé's werk. In de constructie van het verhaal komen dubbele bodems, spiegeleffecten en woordspelletjes voor en de verwachting van de lezer komt bedrogen uit. De verhalen vormen steeds een organisch geheel, zelfs als de hoofdstukken niet chronologisch geordend zijn. Ze hebben zoveel betrekking op elkaar dat ze aan het eind van het verhaal een eenheid vormen. Het perspectief wisselt en de tijd verspringt en pas achteraf ontdekt de lezer het belang van een zijdelingse opmerking of de bijbedoeling van een beeldspraak. Frans de Rover merkte daarover op: "De verhalen zijn geconstrueerd te noemen, maar het is een constructie die je pas opmerkt wanneer je schaakmat staat en achteraf de zetten van de meester wilt gaan analyseren." Vaak heeft Krabbé betoogd, dat een boek voor alles een mooie, goed gestructureerde oppervlakte moet hebben. Ook zijn streven naar een intrigerend plot moet in die uitspraak begrepen worden. Opgelegde boodschappen of vooropgezette dieptestructuren dienen daarbij vermeden te worden. Als een inhoudelijk goed verhaal goed wordt verteld, komt die diepere laag vanzelf wel, vindt hij. Hij is van mening dat motieven en symbolen er niet door de schrijver ingestopt moeten worden, maar tot stand dienen te komen door intuïtie of eventueel bij toeval. Nadien kan hij deze erkennen als hij ze als zodanig herkend heeft. Het spelelement is een steeds terugkerend motief in Krabbé's œuvre. Doordat het hele bestaan wordt teruggebracht tot een spel, krijgt de zinloosheid ervan extra nadruk. Machtsverhoudingen die veelal op haat en liefde gebouwd zijn, bepalen het verloop. De personages die er vaak op uit zijn de grenzen van de menselijke mogelijkheden af te tasten, zijn meestal verliezers. Een werkelijk motief voor hun daden ontbreekt vaak. Dat wordt door de obsessie waaraan ze regelmatig lijden nog geaccentueerd. De opvatting dat ultieme vereniging in de liefde eigenlijk alleen in een denkbeeldige wereld of in de dood mogelijk is, komt vaak voor in de verhalen van Krabbé en vaak verwijst hij naar het verleden dat nooit meer te herhalen is. Hij heeft ook een sterke voorkeur voor het buitenland als decor voor zijn verhalen: hij neemt de lezer mee naar Italië, Frankrijk, Spanje, Australië of naar fictieve plaatsen. In zijn eerste romans bleef de symboliek nogal eens doorzichtig, maar die wordt in het latere werk steeds helderder en verfijnder. Vergeleken met Krabbé's vroegere werk zijn de romans vanaf 1978 hechter en eenvoudiger van constructie. Het taalgebruik is veel verzorgder geworden, de stijl soberder, meer suggestief dan uitweidend. De dialogen zijn kernachtiger en de voorkeur voor een opeenvolging van korte, filmische scènes is afgezwakt, zonder dat dit de plastische beschrijvingen aantast. Krabbé behoort tot de schrijvers dat het moet hebben van schokkende of dramatische gebeurtenissen uit de realiteit, al is de vraag wat er gebeurd is minder belangrijk dan de motieven die tot de gebeurtenis hebben geleid.




1.3Bibliografie

Boeken: (sinds 1978 bij uitgeverij Prometheus/Bert Bakker)
*1967:De werkelijke moord op Kitty Duisenberg (roman)

*1970:Flanagan of het einde van een beest (roman)

*1972:Fischer (schaakbiografie)

*1973:15 goede gedichten (gedichten)

*1974:Schaakkuriosa (schaakboek)

*1975:Red Desert Penitentiary (roman)

*1977:Nieuwe schaakkuriosa (schaakboek)

*1978:De Stad in het Midden (verhalen)
De Renner (roman)

*1984:43 Wielerverhalen (verhalen)
Het Gouden Ei (roman)

*1985:Chess Curiosities (Engels)

*1986:De Man die de Babson Task wilde maken (schaakessay)

*1987:De Koning (bloemlezing, schaakstukken van J.H. Donner; samen met Max Pam)

*1991: Nico Scheepmaker Over Alles (bloemlezing, Nijgh & Van Ditmar )
De Matador (verhalen)

*1994:Vertraging (roman)

*1995:De Paardentekenaar (verhalen)

*1997:De Grot (roman)



Journalistiek werk:

Redacteur 1970-1973 Propria Cures. Werkte mee aan vele bladen, o.m. Vrij Nederland, Haagse Post, Parool, De Tijd, NRC/Handelsblad, Elseviers Magazine, HUMO, Playboy, Intermagazine, Esquire.

Verfilmingen:

*Flanagan (Adriaan Ditvoorst 1975)
*De Paardentekenaar (Thijs Chanowski 1983; korte film naar het gelijknamige verhaal)
*Red Desert Penitentiary (George Sluizer, 1984)
*Spoorloos (George Sluizer, 1988, naar Het Gouden Ei)
*The Vanishing (George Sluizer, Amerika 1993, naar Het Gouden Ei)

In voorproduktie, per januari 1999: 'The Cave' naar De Grot, te regisseren door Dominique Deruddere en 'Delay' naar Vertraging, regisseur nog onbekend.

Scenario's:

*1986:Spoorloos (naar Het Gouden Ei)
*1998:De Grot (naar De Grot)




1.4 Lijst van literaire prijzen

*1969:Eervolle vermelding Reina Prinsen Geerlings Prijs voor 'Flanagan'

*1993:'Het Gouden Ei' wordt bekroond met de Diepzee-prijs.
(1988: 'Spoorloos', de verfilming, waarvoor Krabbé zelf het scenario schreef kreeg een Gouden Kalf voor de beste Nederlandse productie en
de Prijs van de Nederlandse Filmkritiek)

*1995:De roman 'Vertraging' wordt bekroond met De Gouden Strop, een onderscheiding die jaarlijks wordt toegekend aan het beste Nederlandstalige spannend boek.





Citaat: 'Iedereen heeft een leeftijd die hij zijn hele leven is. Toen we het daar in gezelschap eens over hadden, riep iemand tegen mij: "Jij bent dertien. " Ik vond dat een ongelooflijk compliment. In m’n hart ben ik ook hoogstens dertien, dat moet wel duidelijk maken wat ik van m’n eigen karakter vind.'



Titelpagina


2.1.1 Inhoudssamenvatting


(1) In de zomer van 1975 zijn Rex Hofman en zijn vriendin Saskia Ehlvest op weg naar hun vakantiehuisje aan de Middellandse Zee. Op aandringen van Saskia, die - ten onrechte - bang is dat ze zonder benzine komen te zitten, stopt Rex bij een TOTAL-station aan de Autoroute om te tanken. Drie jaar geleden, tijdens hun eerste vakantie, was de benzine op geweest en had Saskia urenlang in de auto moeten blijven wachten. De beklemming in het kleine zwarte hok van de auto had haar helemaal overstuur gemaakt. Het herinnerde haar aan haar nachtmerrie van het Gouden Ei. Toen ze klein was had ze eens gedroomd dat ze opgesloten zat in iets wat op een gouden ei leek. Ze vloog door het zwarte heelal en ze zou er altijd in moeten zitten, en ze kon niet doodgaan. De enige hoop was dat ze zou botsen met het andere ei dat in de ruimte vloog. Dan zou het afgelopen zijn. Ze rusten even uit en voor ze vertrekken gaat Saskia nog iets halen om te drinken. Ze keert niet meer terug. Rex zoekt haar overal. De mensen hebben haar wel gezien, maar niet meer nadat ze het winkeltje van het pompstation verlaten had. De politie wordt gebeld, maar deze wil nog geen actie ondernemen. Rex doet - tevergeefs - navraag in de naburige ziekenhuizen. Ook de mensen van het hotel in Dijon (hun tussenstop) weten van niets. Saskia is spoorloos verdwenen.

(2) Acht jaar later is Rex met zijn vriendin Lieneke op vakantie in Marina di Camerota. De uitslag van een spelletje badminton geeft de doorslag om haar ten huwelijk te vragen. Maar in Rex' verbeelding kijkt Saskia vanaf de zijlijn toe. Hij vertelt Lieneke eerlijk hoe hij denkt over Saskia: "Als ze terugkwam zou ik bij jou blijven, maar als ik terug mocht gaan naar dat benzinestation dan zou ik dàt doen". 's Nachts heeft Rex een nachtmerrie over het Gouden Ei.

(3) In 1950 vraagt de 16-jarige Raymond Lemorne zich af wat er zou gebeuren als hij van het balkon sprong. Dit kan hij alleen te weten komen door het daadwerkelijk te doen, dus hij springt en ligt zes weken in het ziekenhuis.
Eenentwintig jaar later komt er weer iets dergelijks in hem op. Hij is ondertussen leraar scheikunde, getrouwd en heeft twee kinderen. Nadat hij een klein meisje van de verdrinkingsdood redt, vraagt hij zich af of hij ook een misdaad zou kunnen begaan. Het krijgen van deze gedachte verplicht hem tot het doen van de eerste stap.
Drie jaar later begint hij met de voorbereidingen: hij fabriceert een fles chloroform en richt zijn buitenhuisje in voor zijn plannen. Daarna traint hij zich in het benaderen van een vrouwelijk slachtoffer. Hij ontdekt dat een buitenlandse ontvoeren bij een pompstation de ideale situatie is. Hij doet een mitella om zodat hij er zwak uitziet, maar zijn pogingen mislukken. Iets houdt de vrouwen uit zijn auto. Op een dag echter spreekt een jonge vrouw in een benzinestation hem aan over zijn sleutelhanger. Ze wilt er ook zo één. Lemorne vertelt dat hij er vertegenwoordiger in is en dat hij nog een hele doos in zijn auto heeft staan. De vrouw stapt bij hem in, wordt bedwelmd en ontvoerd. Eindelijk is zijn plannetje gelukt!

(4) Acht jaar na de vakantie in Italië, start Rex een opsporingscampagne in een laatste poging iets over Saskia's lot te weten te komen. (De vakantie is slecht afgelopen en van het huwelijk met Lieneke is er geen sprake meer.) Hij krijgt verschillende brieven uit Frankrijk, maar ze brengen geen opheldering. Op een ochtend post hij een brief naar Lieneke en op de terugweg wordt hij aangesproken door een Fransman die zich voorstelt als Raymond Lemorne. Hij zegt dat Saskia dood is en dat hij alles zal vertellen. Er is echter maar één manier waarop hij dat kan doen: Rex hetzelfde laten ondergaan. Rex weet dat ook hij zal sterven, maar hij wil absoluut weten wat er met Saskia gebeurd is en hij gaat mee. Ze rijden naar het benzinestation en Rex drinkt een slaapmiddel dat pas na een kwartier zal werken. Daarna vertelt Lemorne wat er gebeurd is. Rex valt in slaap. Als hij wakker wordt, is hij omringd door lage wanden. Alles is zwart en de lucht is zwaar en koud. Hij weet het al, maar het is te erg om te weten. Hij is levend begraven! Hij vindt het vreselijk dat dit Saskia is aangedaan. Hij probeert rustig te blijven en zegt tegen zichzelf: "Ik heet Rex Hofman". Dan bedenkt hij hoe belachelijk het is om op deze plaats een naam te hebben en begint hij te lachen.

(5) Een week later probeert Lieneke tevergeefs contact te zoeken met Rex. Een zoekactie levert niets op. Van Rex noch van...


[ Log in of registreer gratis om dit hele document te bekijken ]





Reacties
[post reply]

Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



Laatst bekeken...
10:49  Formuleren
10:49  Kandy van Springer, Ferry
10:49  Naturalisme
10:49  Ontleding van bakpoeder
10:49  Fysieke opbouw netwerken
10:49  Franse trappen van vergelijking
10:49  Hoofdstuk 5 & 6, Biologie Overal
10:49  Bij de politie
10:48  Het verrotte leven van Floortje Bloem v...
10:48  Duitse brief schrijven
10:48  Maigret tend un piege van Simenon, Georges
10:48  Mevrouw mijn moeder van Keuls, Yvonne
10:48  IJzige poppen van Hoogstraaten, Theo
10:48  Het humanisme
10:48  EHBO


Forum Scholierennet.com
Patients with vitiligo diet "three boge...
Women vitiligo leukoplakia is it?
Hulp aub!! :(
ASM - op de rekenmachine assebler
TMF zoekt..
Onderzoek taal- en spraaktechnologie
Goede blog
Zeer informatief
Somber, angstig aan het piekeren of in een dip?
Economische vragen