Boeddhisme
Geplaatst op Donderdag 24 mei 2001
1 Het ontstaan en de eventuele stichters van het boeddhisme
Het boeddhisme komt het eerst voor in de 2de helft van de 6de eeuw v.Ch. in Indië
bij de grens van Nepal. Zijn grondlegger is een historische persoonlijkheid (Sjakja-
moeni, boeddha). De leer die hij predikte, had zich door heel het oostenlijk deel van
Midden-Indië verspreid en was tot in het Westen en het Noordwesten mogelijk tot aan
Taxila doorgedrongen.
Aan de wieg van het boeddhisme stond Siddharta Gautama, geboren omstreeks 563 voor
Christus in het noorden van India. Siddharta groeide op in een paleis als een bevoorrechte
vorstenzoon en leefde aanvankelijk totaal afgeschermd van het harde alledaagse leven.
Volgens een legende veranderde zijn leven na vier uitstapjes. Op de eerste drie werd hij
geconfronteerd met achtereenvolgens een gebrekkige oude man, een ernstig zieke en een
lijk. Na het zien van al deze pijn en ellende zette Siddharta een punt achter zijn leven van
weelde en zekerheid. Op de vierde reis leerde een monnik hem hoe in afzondering te
leven. Siddharta verliet het paleis toen hij 29 jaar oud was. Jarenlang leefde hij in een bos
en hield zich slechts bezig met meditatie. Na zes jaar bereikte hij de Verlichting en als
Boeddha besteedde hij de rest van zijn leven met het verkondigen van zijn inzichten en
het opleiden van monniken.
Pas eeuwen later begon het boeddhisme zich buiten Noord-India te verspreiden. Dit
gebeurde vooral dankzij Asoka, leider van de Magadha, een van de oudste koninkrijken in
het zuiden van Azië. Op het hoogtepunt van de Magadha, omstreeks 257 voor Christus,
werd Asoka een beoefenaar van het boeddhisme. Asoka nam de verspreiding van het boeddhisme
voortvarend ter hand. Missionarissen werden naar naburige gebieden gezonden, zoals de
Kashmir, de Himalaya, Myan-mar (voorheen Birma) en elders in India. Asoka's zoon leidde
een missie naar Sri Lanka (voorheen Ceylon) en bekeerde de koning aldaar tot het
boeddhisme. Als gevolg hiervan heeft Sri Lanka waarschijnlijk de langste aaneengesloten
boeddhistische traditie.
In de eerste eeuw na Christus verspreidde het boeddhisme zich verder via handelsroutes
van Noord-India naar China. Daar ontwikkelde het boeddhisme zich in enkele eeuwen tot
een belangrijke religie: boeddhistische teksten werden vertaald in Chinese dialecten en
uiteindelijk mochten Chinezen ook boeddhistische monnik worden. Ook in Korea (vierde
eeuw) en Japan (zesde eeuw) kreeg het boeddhisme invloed, maar het verdween
tegelijkertijd weer uit India, het geboorteland van Boeddha.
In China vermengde het boeddhisme zich met het taoïsme en ontstond Ch'an, later
verbasterd tot zen. Zen beleefde daar zijn glorietijd tussen de zevende en twaalfde eeuw.
Rond 1190 waaide het over naar Japan. Pas na 1900 kwamen de eerste zenleraren naar
het westen.
2 De evoluties van het boeddhisme
Omstreeks het begin van de christelijk jaartelling splitste het boeddhisme zich in twee
verschillende stromingen: het Hinayana1 (het kleine voertuig, het mindere pad) en het Mahayana2 (het grote voertuig, het betere pad). Globaal gesproken is het Hinayana de traditionele en conservatieve
stroming van het boeddisme, terwijl het Mahayana meer de liberale en progressieve kant
opging.
1Het Hinayana-boeddhisme : De aanhangers van het Hinayana streven ernaar zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke
leer van Boeddha te blijven. Daarvoor doen ze afstand van hun aardse bezittingen, worden
ze monnik en zijn ze full-time bezig met introspectie en meditatie. De
kloostergemeenschap speelt een overheersende rol.
Binnen het Hinayana onderscheidt men achttien sekten of scholen. Daarvan bestaat er nu
nog maar één: het Theravada. De andere sekten verdwenen omstreeks 1200 na Christus,
toen de moslims binnenvielen en zich over Noord-India verspreidden. Heden ten dage
komt het Theravada vooral voor in de landen Cambodja, Zuid-Korea, Myan-mar (Birma),
Laos, Sri Lanka en Thailand.
2Het Mahayana-boeddhisme : Is minder strikt. Deze tak komt voor in Tibet, Mongolië, China,
Japan en Vietnam. Mahayanisten passen de ideeën van het Hinayana toe op praktische
zaken als onderwijs en het helpen van anderen. Het uitgangspunt van Mahayanisten is dat
alle levende wezens op zoek zijn naar geluk. Zij zijn groter in aantal en belangrijker dan
één individu. Niet alleen monniken en nonnen, maar ook leken kunnen praktizeren en zich
uiteindelijk van lijden bevrijden.
Het Mahayana kan weer worden onderverdeeld in Tibetaans boeddhisme (Tibet),
Zen-boeddhisme3 (Japan, Zuid-Korea) en Chinees boeddhisme (China, Zuid-Korea,
Singapore).
3Zen-boeddhisme : Zen is de...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

