Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
Alexander Fleming, de beroemde bacterioloog die penicilline ontdekt heeft
Geplaatst op Zondag 26 augustus 2001


Inleiding

Dit werkstuk gaat over een persoon die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de wetenschap én voor de wereld. Het gaat over Alexander Fleming. Deze man leek ons interessanter dan alle andere geleerden, want dit onderwerp en deze man zijn erg merkwaardig. Hij is de man die een middel uitvond die infecties zou kunnen stoppen, namelijk het antibioticum “penicilline” die afkomstig is van een penseelschimmel die “Penicillium Notatum” wordt genoemd. Wij hebben deze man gekozen, omdat hij iets had ontdekt bij toeval (namelijk deze penseelschimmel) en vele levens heeft gered en nu nog steeds levens redt. Hij had ook nog iets ontdekt dat de besmettelijke ziekte “syfilis” uit het lichaam zou kunnen verwijderen.

De levensgeschiedenis van Alexander Fleming

Alexander Fleming werd op 6 augustus 1881 geboren op een boerderij in de Ayrshire-hooglanden in het plaatsje Lochfield, in het zuidwesten van Schotland. Het gezin waarin Alexander (ook wel Alec genoemd), was erg groot. Alecs vader had twee vrouwen. Met zijn eerste vrouw kreeg hij vier kinderen, toen zijn vrouw stierf, hertrouwde hij met zijn tweede vrouw, Grace, op zestigjarige leeftijd en kreeg nog vier kinderen. Alec (oftewel Alexander) was Graces derde kind en voor zijn vader het zevende kind.

Toen Alexander vijf jaar was, in 1886, ging hij lopend naar een kleine school op de heide, op anderhalve kilometer van Lochfield. Die school gaf les aan ongeveer tien kinderen van de nabijgelegen boerderijen. Ze kregen les in het klaslokaal of, als het mooi weer was, bij de rivier “Upper Irvine”. Toen Alexander zeven jaar was, in 1888, stierf zijn vader op zevenenzestigjarige leeftijd. Vanaf die tijd leidden zijn oudste broer Hugh en zijn moeder het gezin en de veeboerderij. Op tienjarige leeftijd, in 1891, veranderde Alexander met zijn twee jaar jongere broer Robert van school in het nabijgelegen Darvel, een klein stadje van touwslagers, dat uitgestrekt lag in de groene vallei van de rivier “Upper Irvine”. Op zijn twaalfde, in 1893, ging Alexander naar een grote middelbare school in Kilmarnock, een belangrijke industriestad met ongeveer dertigduizend inwoners.

In de zomer van 1895, nog voordat hij veertien jaar werd, worstelde het gezin Fleming met de vraag: moesten de jongere broers, Alexander, John en Robert, op de boerderij blijven, zoals Hugh dat deed, of moesten ze Toms voorbeeld volgen om verder te gaan met de studie voor beroepen die meer verdienden? Tom was in 1893 afgestudeerd aan de universiteit in Glasgow van de opleiding geneeskunde en hij was in Londen, de hoofdstad van Groot-Brittannië, een artsenpraktijk begonnen. Tom nodigde John uit om bij hem in Londen te komen en bezorgde hem een leercontract van een firma die lenzen maakte en die ook aan Tom lenzen leverde. In die tijd kreeg Alexander ook een uitnodiging, daarin stelde Tom voor dat Alexander naar Londen zou komen om zijn studies verder af te maken en dat hij dan zolang bij hem zou kunnen inwonen. Alexander ging op Toms uitnodiging in en vertrok naar Londen. Hun broer Robert arriveerde zes maanden later ook in Londen. John leerde het vak “lenzen maken”. Robert ging samen met Alexander naar de Polytechnische school in “Regent Street”, die tegen een laag inschrijvingsgeld lessen gaf aan iedereen die wilde studeren.

Op zestienjarige leeftijd, in 1898, was Alexander voor alle examens geslaagd. Hij wist toen nog niet wat voor werk hij wilde gaan doen, maar begon met een baantje als klerk in een expedititiekantoor van de America Line, een firma die enkele van de grootste en snelste lijnboten over de Noord-Atlantische Oceaan exploiteerde, en hij stopte vier jaar later met dat baantje, omdat hij het erg saai werk (documenten overschrijven, rekeningen bijhouden en gegevens over vracht en passagiers noteren) vond.

In 1899 gingen Alexander en zijn broers als vrijwilligers bij de “London Scottish Rifle Volunteers”. Deze beweging, één van de vele parttime militaire regimenten, was nodig om het Britse beroepsleger te steunen in de Boerenoorlog tegen de Nederlandse kolonisten (de Boeren genaamd) in Zuid-Afrika. De gebroeders Fleming dienden nooit in Zuid-Afrika, maar ze bleven in het regiment. Ze ontmoetten er vrienden, leerden er nieuwe sporten en leerden erg goed omgaan met geweren.

In 1901 was een oom van hem gestorven en hij had een erfenis nagelaten aan de kinderen van het gezin Fleming. Tom gebruikte zijn deel om onmiddellijk een spreekkamer te openen in de Londense “Harley Street”, al snel daarna kreeg hij veel meer patiënten. Robert en John, die inmiddels samenwerkten in de lenzenfabriek, startten met die erfenis hun eigen lenzenfirma, die later uitgroeide tot een groot bedrijf met vele filialen.

Tom merkte dat Alexander zijn werk als klerk niet zo graag deed. Hij deed een voorstel aan Alexander om zijn deel van de erfenis te gebruiken voor een studie geneeskunde, zodat Alexander arts kon worden. Hij zag het voorstel wel zitten en hij werd een eerstejaarsstudent op zijn negentiende, dus was hij een late eerstejaarsstudent in de geneeskunde.

Alexander had geen diploma’s om toegelaten te worden aan een Londense medische school, want hij had de middelbare school verlaten toen hij dertien jaar was. Maar hij wilde perse naar een medische school, dus waagde hij het erop om de nodige diploma’s te halen. Hij nam ‘s avonds privélessen en in juli 1901 slaagde hij voor alle zestien vakken van zijn examen. Nu Alexander al zijn diploma’s had gehaald, ging hij in oktober 1901 naar de medische school van het St. Mary’s-ziekenhuis.

Alexander had ontdekt dat kantoorwerk niet bij hem paste en geneeskunde wel. Er was geen enkel onderwerp waarvan hij niet hield. Alexander was al onder de studenten bekend door de prijzen die hij voor zijn werk haalde. Maar hij deed meer dan alleen maar studeren. Hij deed actief mee met het gemeenschapsleven van het ziekenhuis, speelde waterpolo, was lid van de Vereniging voor Drama en Discussie en werd erelid van de schietclub.

In juli 1904, toen Alexander tweeëntwintig jaar was, slaagde hij voor zijn eerste geneeskunde-examens. Hij dacht er nu over chirurg te worden.

Na de eerste examens deden de studenten praktijkervaring op in ziekenzalen en eerstehulpafdelingen van het ziekenhuis in plaats van collegezalen en klaslokalen. Ze volgden een arts door de ziekenzalen om te kijken hoe hij patiënten onderzocht. Ze leerden waarop ze moesten letten en hoe ze een beeld moesten samenstellen van de ziekte van een patiënt, zodat ze de juiste behandeling konden aanbevelen.

Alexander had onbewust een goede keus gemaakt waar hij geneeskunde studeerde, want hij had goede, hoogopgeleide leraren, zoals Almroth Wright, die een ontdekker was in deze nieuwe oorlog tegen ziekteveroorzakende microben. Almroth was een student die observeerde en leerde van de nieuwe technieken over heel Europa om microben aan te pakken en te bestuderen, vooral de groep microben die bekend staat als “bacteriën”. Eén van die technieken was het kleuren van bacteriën, zodat ze gemakkelijker konden worden bestudeerd en hun bewegingen gevolgd. Almroth nam zijn kennis met zich mee naar Groot-Brittannië op een tijdstip dat de geneeskunde daar weinig of niet werd beïnvloed door deze ontwikkelingen. Later werkte hij in een medische school van het leger, omdat soldaten in de oorlogstijd vaak werden aangetast door dodelijke ziekten en verwondingen. Hij was vooral geïnteresseerd in wonden die door bacteriën waren geïnfecteerd en in ziekten als cholera, tyfus en dysenterie. Almroth Wright werd één van de grote ontdekkers van de behandeling met vaccins en was er een grote voorstander van. Hij werd in 1902 professor in Pathologie en Bacteriologie in het St. Mary’s-ziekenhuis. Hij was er erg van overtuigd dat een juiste inenting veel meer zou kunnen doen dan alleen maar bacteriologische ziekten voorkomen. Hij was er zeker van dat vaccins ook konden genezen.

Alexander was erg onder indruk van deze nieuwe perspectieven in de strijd tegen bacteriën. Hij dacht er aan om zelf bacterioloog te worden. Hij wilde nog altijd chirurg worden en hij had een tentamen in januari 1905 afgelegd.

In juli 1906 slaagde Alexander voor zijn laatste examens in de geneeskunde. Hij was nu een gediplomeerd arts. Hij kon nu zijn beroep uitoefenen in een ziekenhuis of zich zelfstandig vestigen als huisarts, zoals zijn broer Tom, en een eigen praktijk beginnen.

Hij besloot in de medische school te blijven en St. Mary’s-ziekenhuis en nog een examen te doen zodat hij in de toekomst meer mogelijkheden had. Hij had niet veel geld daarom moest hij op de één of andere manier geld verdienen en tegelijkertijd tijd vinden om te blijven studeren.

Iemand in de medische school had een baantje voor hem. Het baantje werd aangeboden door John Freeman, een enthousiast lid van de St. Mary’s schietclub. Alexander was een zeer gewaardeerd lid van het team en Freeman zorgde ervoor dat hij in St. Mary’s bleef, zodat hij zou kunnen meedoen aan een belangrijke nationale wedstrijd. Freeman maakte deel uit van de afdeling van Almroth Wright, en hij wist dat Wright een plaats vrij had voor een jongste assistent, zoals Alexander.

In de zomer van 1906 ging Alexander werken in de afdeling van Almroth Wright. Het was bedoeld als een tijdelijk baantje voor zijn studiegeld, maar Alexander bleef daar werken. Op de afdeling werkten negen jonge afgestudeerden, onder wie Alexander, die ervan waren overtuigd dat ze een revolutie in de medische wetenschap zouden veroorzaken. De afdeling was volop bezig met het onderzoek naar de invloed van inentingen op de weerstand van het lichaam, het immuunsysteem.

Wright geloofde vurig in het belang van de natuurlijke weerstand van het lichaam tegen bacteriën. Hij was ervan overtuigd dat, om bacteriologische ziekte te beheersen (dus zowel om te genezen als om ziekte te voorkomen), je het lichaam moest aanmoedigen zichzelf onkwetsbaar te maken.

De leden van Wrights afdeling, onder wie Alexander, probeerden het immuunsysteem van het lichaam op verschillende manieren teactiveren, ze gingen kijken en meten wat er gebeurde. Zo identificeerden ze de bacteriën, die volgens hen een ziekte veroorzaakten, kweekten ze de bacteriën, doodden ze en mengden ze in een vloeistof waar ze een inenting van maakten. Ze zorgden ervoor dat elke afgemeten dosis van dat vaccin precies hetzelfde aantal bacteriën bevatte, en ze ontwikkelden zo een ‘standaarddosis’.

De leden van Wrights afdeling, inclusief Alexander, dienden de vaccins toe aan dieren, patiënten of aan zichzelf. Ze onderzochten druppels bloed van de patiënt onder de microscoop. Ze registreerden en meetten wat ermee was gebeurd, welk verschil er bestond met het bloed van iemand die geen inspuiting had gekregen.

Wrights afdeling was vooral geïnteresseerd in één deel van het bloed, de witte bloedcellen oftewel fagocyten. Fagocyten betekenen simpelweg “veelvraatcellen”, omdat deze cellen bacteriën inslikken en verteren(fagocytose). De leden van Wrights afdeling, inclusief Alexander, onderzochten fagocyten in gewoon bloed, in het bloed van iemand die was hersteld van een infectie of die een vaccin had gekregen. Wright was er lang van overtuigd dat er in het bloed van deze mensen een speciale stof aanwezig was, die de fagocyten ertoe aanzette bacteriën aan te vallen en in te slikken. Hij noemde deze stof “opsonine”. De afdeling besteedde veel energie en tijd aan het registreren en meten van die stof.

In 1908 slaagde Alexander voor zijn volgende examens en kreeg hij een “Gouden Medaille”. Hij besloot zich voor te bereiden voor het specialistenexamen, dat van hem een gediplomeerd chirurg moest maken, en tegelijkertijd praktijkervaring op te doen in het ziekenhuis als spoedopnamechirurg.

In juni 1909, op zevenentwintigjarige leeftijd, slaagde hij voor zijn examen. Nu had hij alle vereiste diploma’s en kon hij beginnen als chirurg. Hij besloot om bij Almroth Wright te blijven.
Alecs werk vorderde en hij ging werken als expert in vaccinbehandeling. Hij kreeg bekendheid op één bepaald domein. Met niet meer dan één of twee druppels bloed had hij een veel betere test ontwikkeld voor de ziekte “syfilis” als je deze ziekte niet laat behandelen dan vernietigt deze ziekte traag vele jaren lang het lichaam. Alexander was één van de eerste die van de behandeling van syfilis gebruikmaakte.

In 1910 probeerde de Duitse wetenschapper Paul Ehrlich scheikundige stoffen aan te maken die giftiger waren voor microben dan voor mensen. Hij wilde een “magische kogel” vinden die enkel de microbe zou raken waarnaar hij was afgevuurd. Hij testte 605 scheikundige producten en vond een erg giftige stof voor de bacteriën die syfilis veroorzaken, maar veel minder schadelijk voor mensen. Hij noemde deze stof 606 en later Salvarsan. Deze stof kon door inspuiting worden toegediend zodat deze elk deel van het lichaam bereikte en de bacteriën vond, waar ze zich ook bevonden.

Almroth Wright kende Ehrlich en was één van de eerste die een voorraad van die stof naar Groot-Brittannië liet komen om te onderzoeken. Hij vroeg aan Alexander en aan een andere arts in de afdeling, Leonard Colebrook, die uit te testen. Ze gebruikten het met groot succes, en Alexander begon een ruime reputatie te krijgen als deskundige op het gebied van de behandeling van syfilis.

In 1914 moest Alexander zijn werk plotseling onderbreken. Hij verhuisde van St. Mary’s-ziekenhuis naar een Frans ziekenhuis, omdat de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken.

Almroth Wright had lang gevochten om soldaten in oorlogstijd te laten inenten met het tyfusvaccin. Toen de oorlog uitbrak verloor hij geen tijd en bood hij onmiddellijk de diensten van zijn afdeling aan het leger aan. Hij drong erop aan dat alle soldaten onmiddelijk werden ingeënt tegen tyfus. Bovendien moesten geïnfecteerde wonden worden behandeld met de nieuwe vaccins die hij had ontwikkeld. Hij geloofde nog altijd dat verzwakte bacteriën in patiënten moesten worden ingespoten om hun eigen immuunsysteem te activeren tegen wondinfecties. Zonder Wrights vaccin zouden er in het Britse leger in de vier jaar van de Eerste Wereldoorlog waarschijnlijk minstens honderdtwintig duizend doden zijn gevallen door tyfus. Nu waren het (maar) twaalfhonderd doden. Maar de legerartsen waren er niet van overtuigd dat Wright het, wat vaccin betrof, bij het rechte eind had. Ze stelde voor dat hij een onderzoekseenheid opzette in een oorlogshospitaal om dat uit te zoeken.

In oktober 1914 kregen Wright, Fleming, Freeman, Colebrook en verscheidene andere bacteriologen van St. Mary’s-ziekenhuis te maken met de wrede ellende van de gewonde soldaten. Het oorlogshospitaal was ondergebracht in prachtige Casino in Boulogne. Gewonde soldaten lagen in rijen in veldbedden onder elegante kroonluchters, waar ooit rijken hun geld vergokten. Velen wachtten al dagenlang op een operatie. Hun wonden waren afschuwelijk, vuil en meestal al besmet met veel voorkomende bacteriën, maar sommige waren aangetast door het gevreesde gasgangreen.

Gasgangreen wordt veroorzaakt door een kwaadaardige microbe die zich erg snel verspreidt, de wonden vergiftigd, de omliggende spieren en huid zwart maakt en ze in een paar uur met gas vult. De enige mogelijke behandeling was amputeren, want uitstel heeft de dood tot gevolg. Het enige wat artsen konden was antiseptica, scheikundige stoffen, in de wonden gieten en zo proberen de bacteriën te doden. Ze hadden de wonden op die manier verzorgd sinds de Schotse dokter Joseph Lister in de jaren 1860 het eerste antisepticum ontwikkelde en bekend maakte.

Toen Lister 1867 over Pasteurs werk las, kwam hij tot de conclusie dat de infecties, die zich gewoonlijk na operaties in ziekenhuizen voordeden, door bacteriën werden veroorzaakt. Hij gebruikte carbolzuur om materiaal, lucht en operatiewonden te ontsmetten en zo vrij van bacteriën te houden. Hij bracht een verandering teweeg in de chirurgie, niet alleen omdat ook andere dokters carbolzuur als een antisepticum begonnen te gebruiken, maar ook omdat ze nu de noodzaak van hygiëne inzagen. Het was niet zo eenvoudig bacteriën in een net geïnfecteerde wond te doden, omdat veel dokters de bacteriën niet konden doden zonder het weefsel van het lichaam te beschadigen. Door carbolzuur te verdunnen probeerde Lister niet te veel schade te veroorzaken...


[ Log in of registreer gratis om dit hele document te bekijken ]





Reacties
[post reply]

laurens628 april 2009 @ 19:46 uur
Ontzettend interessant om eens de voorgeschiedenis te lezen van Alexander Fleming. We hebben heel wat aan deze bacteriologen te danken.
Wachten is nu weer op een nieuwe uitbraak. Van virussen, dit keer. De Varkens-griepvirus?? Eng idee. Anja




Laatst bekeken...
01:55  De beste schrijver van Nederland : roma...
01:55  Mariken van Nieumeghen van Onbekend
01:55  Kobus en Agnietje van Effen, Justus van
01:54  The graduate van Webb, Charles
01:54  Politieke besluitvorming
01:54  Een dagje naar het strand van Heeresma,...
01:54  De hobbit, of Daarheen en weer terug va...
01:54  Euthanasie
01:54  Bonjour tristesse van Sagan, Fransoice
01:54  Montyn van Kooiman, Dirk Ayelt
01:54  DNA, Hoofdstuk 3
01:54  Het bittere kruid : een kleine kroniek ...
01:54  een lege brug van Bracke, Dirk
01:54  Snowboarden
01:54  Oorlogswinter van Terlouw, Jan


Forum Scholierennet.com
Economische vragen
BBp gegevens.
Enquete invloed media
Site Check Olympic Manager
Opdracht cultuur: help!
Spel in ontwikkeling: www.scholieren.be
Advies bij deze situatie
30/01/10 XL DJ's Christos Marcos & Jeks ...
Enquête 'Mediagebruik bij jongeren'
Programma maken dat tekening weergeeft