De ogen van de natuur uit deel 3 , 4
Heerma, E.J.
Geplaatst op Donderdag 10 mei 2001
Hoofdstuk 5 Levenssappen in beweging
5.1 Bloed ; een bijzonder sap
Een volwassen mens bezit ong. 5 liter bloed
60% bloedplasma ( een vrijwel ondoorzichtige stof )
40% uit bloedcellen ( ook wel bloedlichaampjes ) ( kleine deeltjes die in
het bloedplasma rond zweven.
Bloedplasma:
bestaat voor 90% uit water met daarin : verschillende stoffen zoals
- zouten
- glucose
- vitamines
- vetten
- eiwitten ( waaronder
antistoffen en fibrinogeen).
- co2 en een beetje zuurstof
Bloedplasma zorgt voor het vervoer van onder andere :
- Voedingsstoffen (bijv. glucose )
- Afvalstoffen ( bijv. co2 )
- Antistoffen ( spelen een rol bij de bescherming tegen ziekten )
- hormonen
Bloedcellen :
3 typen bloedcellen : - rode bloedcellen
- witte bloedcellen
- bloedplaatjes
Rode bloedcellen :
Platte ronde schijf die in het midden iets zijn ingedeukt
- Worden gevormd in het rode beenmerg
- Bevatten geen kern
- Zijn niet in staat zich te vermeerderen
Na levensduur van ong. 4 maanden worden ze afgebroken
- Vooral in de lever
Van de verschillende bloedcellen komt de rode het meest voor
Taak rode bloedcellen:
Het vervoer van zuurstof
Dat is mogelijk doordat ze hemoglobine bevatten
Hemoglobine : Is een eiwit met rode ijzerhoudende kleurstof
- Bindt gemakkelijk zuurstof aan zich
Witte bloedcellen :
- Worden gevormd in het rode beenmerg , lymfklieren en de mild
- Zorgen voor het opruimen van ziektenverwekkers ( bijv. bacteriën )
en celresten .
- Kan van vorm veranderen ; hierdoor is het instaat binnengedrongen
bacteriën te omsluiten en te verteren
De etter in een ontstoken wond bestaat voor een deel uit dode witte
bloedcellen
- Produceren antistoffen : Eiwitten ; prikkelen het lichaam tot een
afweerreactie als lichaams vreemde stoffen het lichaam binnendringen
Bij infectie ziekten zijn micro -organismen het lichaam binnengedrongen.
bijv. schimmels en bacteriën .
bepaalde soorten hiervan kunnen het lichaam ziek maken
Ze beschadigen: - cellen of produceren gifstoffen
Antistoffen bestrijden deze ziekteverwekkers of het gif dat zij maken.
tegen iedere soort indringer wordt een antistof gevormd.
Als de infectie voorbij is blijven antistoffen korte of lange tijd in het bloed
je lichaam is zo klaar om die zelfde indringers af te slaan.
Je bent immuun geworden voor een Bep. ziekte : Je hebt een weerstand
opgebouwd.
soms kort , soms kan men voor ziekten een levenslange weerstand
opbouwen.
Een sterk en gezond organisme bouwt ook de sterkste weerstand op
Is het lichaam verzwakt door bijv. overbelasting kan de weerstand op
infecties afnemen
Bloedplaatjes:
- Worden gevormd in het rode beenmerg
- Spelen een rol bij de stolling van het bloed
Bij verwonding kan er bloed uit de wond stromen naar buiten
Bij het uitstromen gaan de wanden van de bloedplaatjes kapot
Er komt uit de bloedplaatjes een Bep. stof die laat het vloeibare
fibrinogeen stollen het wordt dan --> fibrine
fibrine vormt een netwerk van draden over de wond
In het netwerk van draden blijven de bloedcellen zitten er ontstaat een
korstje de wond is afgesloten.
Bloed bestaat uit:
- Bloedplasma
- Bloedcellen a. rode bloedcellen.
b. witte bloedcellen.
c. bloedplaatjes.
Hepatitus:
Ontsteking in de lever
veroorzaakt : door en virus
Men spreekt van hepatitus A en Hepatitus B
bij hepatitus zegt men ook wel geelzucht
omdat bij deze ziekten huid en slijmvliezen vaak geel verkleuren.
Hepatitus A :
- Vooral bij kinderen , maar ook volwassenen
Verspreid door voedsel, water of voorwerpen die door uitwerpselen of
urine zijn besmet .
Last van misselijkheid , braken en koorts .
Hoofdstuk 1 deel 4 De ogen van de natuur
Functies van het skelet:
1 stevigheid (vorm geven)
2 beschermen van tere organen.
3 aanhechting van spieren.
drie gordels , schoudergordel : sleutelbeen en schouderbladen.
middengordel : borstbeen ribben en wervels
bekkengordel : heupbeen heiligbeen en staartbeen.
de beweeglijkste gordel is de schoudergordel en de zwaarste en stevigst
gebouwde gordel is de bekkengordel.
Je hebt : Zoolgangers : die komen met heel hun zool in aanraking met de grond .
zoals beer aap
Teengangers : Lopen op hun tenen zoals hond of kat .
teentopgangers : lopen op het topje van hun tenen zoals paard of koe ze worden
ook wel hoefdieren genoemd.
Skelet van een mens is hard en stevig dat komt doordat een groot deel uit
kalkzouten bestaat ook zit er lijmstof in de botten wanneer er veel lijmstof in de
boten zit noemt men dat kraakbeen
jong : veel kraakbeen en weinig kalkzouten bij ouder worden vind er verkalking
plaats en krijg je meer kalkzouten en minder kraakbeen
veel lijmstof heet kraakbeen
veel kalkzouten heet been
geraamte bestaat uit een groot aantal beenstukken die kan je verdelen in drie
soorten pijpbeenderen ( bijv. opperarmbeen ellepijp en spaakbeen)
platte beenderen (heupbeen schouderblad en ribben )
korte beenderen (wervels en handwortelbeentjes)
beenstukken kan je in 3 lagen onderscheiden
aan de buitenkant beenvlies dan beenweefsel en dan beenmerg
beenvlies : zorgt voor dikte groei van het bot
beenweefsel : bevinden zich kanaaltjes waarin bloedvaten liggen
beenmerg: 2 soorten beenmerg rode en gele in het rode worden bloedcellen
gemaakt en in het gele beenmerg vind opslag van vetten plaats.
er zijn drie soorten verbindingen naadverbindingen kraakbeenverbindingen en
gewrichtsverbindingen .
naadbeenverbindingen : wanneer je een schedel bekijkt zie je dat de beenderen
tegen elkaar zitten .
kraakbeenverbindingen : zijn er twee beenstukken met elkaar verbonden weinig
beweging mogelijk tussen de beenstukken
gewrichtsverbindingen : wanneer 2 beenstukken beweeglijk met elkaar zijn
verbonden daarin zijn drie soorten : kogelgewricht
scharniergewricht
rolgewricht.
kogelgwricht : het beweeglijkst bijv. in de heup
het dijbeen heeft aan de onderkant een ronde kogel die precies in de ronde kom
van het heupbeen past .
schaniergewricht : minder beweeglijk dan het kogelgewricht bijv. in je elleboog
tussen boven en onderarm
rolgewricht ; alleen in de verbinding tussen ellepijp en spaakbeen de beenstukken
kunnen als het ware om elkaar heen rollen
het kniegewricht : het is een verbinding tussen dijbeen en scheenbeen , en het
grootste en zwaarste gewricht in het lichaam .
het kniegewricht worden bij elkaar gehouden door pezen en gewrichtsbanden.
meniscussen : 2 laagjes kraakbeen.
voetbalknie : een plotselinge draaing van het bovenbeen waarbij de voet vaststaat
dat kan maken dat het kraakbeen laagje in de knie scheurt
spieren trekken zich samen dat gebeurd als de spier via zenuwdraden een signaal
uit de hersenen ontvangt.
Als een spier zich samentrekt wordt hij dikker en korter
een spier die zich ontspant wordt langer en dunner
de buigspier heet biceps en de strekspier de triceps .
een spier kan wel een beenstuk aantrekken maar het zelfde beenstuk kan niet
diezelfde spier terug duwen daar is een 2e spier voor nodig die elkaars werking
opheffen dat zijn antagonisten.
bouw van een spier :
spier bestaat uit spiervezels
spiervezels bestaan uit spiercellen
de...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

