Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
De avonden : een winterverhaal
Reve, Gerard
Geplaatst op Woensdag 03 januari 2001


De uitgever : Veen
De druk: 35
Eerst druk : 1947

De titel : De titel heet de avonden omdat het verhaal zich vooral ;s avonds afspeelt. Dat dit deel van de dag is uitgekozen als titel heeft een extra betekenis. Overdag heeft hij niet echt veel te doen en is hij vaak alleen. In de avonden gaat hij naar vrienden en heeft hij iets wat op een leven lijkt. Verder komt hier ook weer het verval in terug. De avond is aan het eind van de dag en is dus een verval van de dag.

Motto : Er staat geen motto in het boek. Wel staat er: “Elke gelijkenis van figuren of voorvallen in dit verhaal met werkelijke personen of gebeurtenissen is toeval”

Thema : Men vraagt zich met de woorden van de schrijver zelf af, als men het taaie relaas, onvoldaan uit uit handen legt: Weet je anders niet? Er komt in dit pathologische geschijfel geen woord voor dat, wat juist de gevoelige puper (met schrijftalent) bezig houdt: verliefdheid en seksualiteit. Ik krijg de indruk, dat dit met voorbedachte rade is omzeild, maar wat niet is, kan nog komen en gezien het succes van het winterverhaal, waarin doorlopend gemompeld wordt, kunnen we dan een fris boekje verwachten. We wachten maar af, Van het Reve lijkt ons voorlopig nog niet uitgemompeld, doch misschien kan een psychiater hem helpen. (Rico Bulthuis, 1948 in; Hoei Boei! P.37)

Deze raad had Reve niet nodig: De Avonden was nu juist op aanraden van een psygiator geschreven. Frits van Echters heeft, dat zal de lezer duidelijk zijn, aan zijn gymnasiumtijd een kater overghouden. Reve’s eigen islukking op het Vossiusgymnasium zou wel eens de aanzet tot het consulteren van een psygiater en daarmee tot het schrijven van de roman kunnen zijn geweest. Nog Veertig jaar later zei hij in een intervieuw over zijn mislukking op het gymnasium; Ik beschouwde me al tientallen jaren al een mislukking. Klasgenoten studeerden, promoveerden, werden professor. M’n broer wed professor.
Frits van Egters, ‘de mislukte’ zoals hij zichzelf noemt. Mislukt op school, een baan die uit weinig anders bestaat dan het verplaatsen van papier, inwonend bij zijn ouders die, in zijn ogen, een leeg bestaan leiden, en verder alleen vrienden die getroud zijn of ten minste zelfstandig wonen on die veelal studeren
‘De avonden’ is ‘het boek van een generatie’, maar welke generatie dan ? De na-oorlogse generatie zei men in 1947; de nihilistische levenshouding van Frits was daaruit gemakkelijk te verklaren, evenals de details als expliciet vermeld van de dagelijkse maaltijden, gevolg van de hongerwinter, de lange magere gestalte van de meeste vrienden. Enz.
Later werd gewezen op het milieu-gebonden aspect: ‘Wie de sociale laag van Frits van Egters (de lichteloze oude middeklasse) niet enigszins kent, kan het boek niet waardere.” En als variant hierop: ‘Het is Frits van Egters die de psygologische keerzijde belichaamt van de emancipatie van de arbeidersklasse.’ Het begrip generatie kan gerust nog ruimer genomen worden: in feite behandelt ‘De avonden’ het ontvoogdingsproces van de puberteit, en is het thema : angst, allereerst voor de ontvoogdinsproces. Frits’ angsten zijn die van de adolecent die op het punt staat zijn jeugd achter zich te laten, en die beseft dat hij alleen staat in de sprong naar volwassenheid. Meer in het algemeen: de angst die ieder weldenkend mens overvalt wanneer hij zich gaat afvragen wat de zin is van het bestaan. Volwassen worden leidt uiteindelijk naar de dood; dat is de enige zekerheid die het leven biedt.
Niet volwassen worden betekent: alleen achterblijven; dat is zo goed als zeker. Deze twee vooruitzichten en de wetenschap dat er geen derde mogenlijkheid is, vervullen Frits met grote angst, die hij min of meer homeopatisch probeert te bestrijden: door er voortdurend (en meestal schertsend) over te praten. Want alles is beter dan zwijgen (‘We moeten aan de praat blijven’(p.23)). Daarbij projecteert hij zijn angsgevoelens op andere, deels om ze daarmee van zich af te zetten, deels om zichzelf aan te praten dat hij in die gevoelens niet alleen staat.

Overigens is deze elementaire bekommernis om de zin van het bestaan niet alleen de rode draad van ‘De avonden’, maar van Reve’s hele werk, al krijgt deze draad (om de beeldspraak nog even vast te houden) geleidelijk een andere kleur en weet de auteur na verloop van jaren de touwtjes stevig in handen te krijgen; hoewel velen geloven dat hij er langzaam zelf in verstrikt is geraakt. Teksvoorbeelden te over van ‘Werther Nieland’, waarin de hoofdpersoon zijn angsten wegwerkt door het oprichten van clubs, tot ‘De vierde man’ , waarin de verteller zichzelf ‘geen man maar een levensbange jongetje dat zonder volwassen bescherming niet kon stellen’ noemt. In ‘Moedere en zoon’ is de schrijver op zoek naar ‘bescherming, geborgenheid en veiligheid’,al blijft ‘iedere worsteling om ontplooiing vruchteloos, omdat men, meestal zonder het zelf te beseffen, van de ene bevogding in de andere stapt’(p.108). De ene bevoogfing is de opvoeding, bij Reve een streng communistische, de andere is het keurslijf dat men zich, al dan niet bewust en al dan niet een reactie op de eerste zelf kiest, bij Reve de Rooms-Katholieke kerk.
In een intervieuw uit 1982, opgenomen in de bundel ‘In gesprek’, heeft Reve zich hierover misschien wel het mees rechtstreeks uitgesproken:

Ik voel mij door het verleden bedreigd … Ik heb me er aan ontworsteld, heb een bepaalde orde geschapen. Er is evenwicht, maar een heel precair evenwicht … Ik maak op de buitenwerld de indruk van een heel stereke psychisch gezonde man (…) In werkelijkheid ben ik niet de volledig uitgegroide mens, die spelenderwijs met de dingen omgaat. Of spelenderwijs een boek schrijft (…) Ik ben gewoon nog gewoon nog een bange elf-, twaalfjarige jongen. Ik ben niet volwassen, niet toegerust voor dit bestaan. (ingesprek, P.228-229)

Motieven : Het ‘Lexicon van literaire termen’ defineert een motief als ‘elk herhaald, betekenisvol element in een werk of groep van werken’. Op dit punt van motieven grijpen vorm en inhoud, structuur en thematiek van ‘De avonden’ perfect in elkaar. Enerzijds zijn ze nauw verbonden met het thema, anderzijds met de structuur, die sterk bepaald wordt door het aspect herhaling. Als belangrijkste motieven wil ik onderscheiden:

Frits’ angst voor gellerdheid en wetenschap. Cliches van kaliber ‘moderne wetenschap staat voor niets’ (p.95) en ‘Denk je eens in, dat ze met al hun wetenschap nog niet eens een dooodgewone zandkorrel kunne maken” (p.119) zijn dodelijk. Dit motief is positiever te formuleren als Fris’ hang naar religie: uitspraken als ‘Dod zal je leren’ of Gods werken zijn groot’ (p.78 resp. 88) klinken ,gezien het slot van de roman, en zeker in het licht van zijn latere werk, allengs minder ironisch.

Frits’ angst voor de spiegel . kijkend in de spiegel staat hij immers oog in oog met zijn eigen sterflijkheid en verval. In feite fungeert de roman voor d lezer zoals een spiegel voor Frits: als een spiegel van het menselijk bedrijf. Met Frits moeten we overigens constateren dat dat erg ontsmakkelijk is, vooral wanneer wij leven van onderen bezien. Maar hoe dan ook ‘ Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven’.

Frits Angstdromen. Die veelal een nachtelijke afspiegeling zijn van zijn angsten overdag. Niet voor niets wordt hij steevast badend in het zweet wakker. De dromen bevatten veel dagresten. Als ze, details daargelaten, iets toevoegen aan de informatie die de rest van de tekst ons verschaft, dan is het dat Frits ook zijn onderbewustzijn geobsedeerd wordt door de angsten die hem kwellen. Hij droomt en spreekt meer dan eens over eenzaam achtergelaten worden (p.112)

Frits’ angst voor leegte en stilte. ‘De avonden’ beschijft de leegheid van Frits’ vrijetijdsbesteding en, hoe kort ook van zijn kantoorbestaan. Het beschrijft de leegheid van de menselijke conversatie. Het toont hoe vol het bestaan is van leegheid, bijvoorbeeld door de aaneen schakeling van nutteloze gespreken, in Reve’s latere werk vaak geoudehoer genoemd, en de obsederende aandacht voor het verstrijken van de tijd. Er wordt weinig gezwegen, want stilte leid tot bezinning, maar tegelijk veel verzwegen: zo is de seksualiteit in stilte aanwezig in Frits’ pesterijtjes over ziekten, en in het bekijken en betasten van zijn eigen lichaam.

Frits’ angst voor lichaamlijk verval. Waarin kaalheid blijkbaar een vreeswekkende represetant is. In zijn angst voor volwassenheid, en daarmee de dood, stelt hij voortdurend de dood aan de orde, of diens voorboden. Zoals hij zich krampachtig vastklamt aan zijn vrienden, die niet zelden vrolijk meedoen, en dus ook niet geheel vrij van angsten, zo zet hij zich omgekeerd af tegen zijn ouders, die de belichaming zijn van volwassenheid, eenzaamheid en verval, kortom voor al datgene waarvoor hij zo bevreesd is.

De avonden is een paradoxaal boek: enerzijds is het het strikt particuliere verhaal van Gerard Reve (waarschijnlijk opgetekend met geen ander doel dan een therapeutisch), andzijds is het ‘het boek van de generatie’. Enerzijds ‘copieerlust des dagelijksen leven’ en ‘ Holland binnehuiskamerrealisme’, anderzijds een symbolisch boek vol kwaadaardig dromen. Het wollen konijn, dat Frits in hoofdstuk IX in een verzoeningsgezinde stemming brengt, waarmee de totale verzoening met de zinloosheid van het bestaan op oudejaarsavond wordt voorbereid, wordt aan het begin van dat hoofdstuk letterlijk ‘symbool van zachtmoedigheid, dier der verzoening’ genoemd. Frits heeft het konijn gekregen (zelf had hij al een stenen konijn) van een van de weinig vrouwne die in de roman voorkomen, Bep Spanjaard; dezelfde die hem overhaalt om de film ‘De groene weiden’ te gaan zien. Daarnaast is het het boekje over ‘De grote zenuwlijder’, die hij te leen krijgt van Viktor Poort, en dat hem inzicht omtrent zichzelf verschaft, maar dan op een meer verstandelijk vlak. Met Viktor heeft Frits dan ook enkele serieuze gesprekken, onder meer over zijn mislukte schoolcarriere.
Tegenover deze twee ‘goede-krachten’ staat de figuur van (maurits) Duivels, met zijn eveneens symbolische naam, die geheel in overeenstemming is met zij uiterlijk en zijn dubieuze praktijken. Beide vrienden belichamen zo het goede en het kwade, waartussenin Bep Spanjaars een ideale moeder figuur is. Het latere oeuvre, waarin moeder Gods zo prominent aanwezig is, heeft natuurlijk extra voedsel gegeven aan deze zienswijze.

Het hele werk overziend kan men zeggen dat Reve’s overkoepelend thema, en dat geldt met terugwerkende kracht voor ‘De avonden’ gelegen is in zijn schrijverschap: door de chaos, die de angst voor het leven veroorzaakt, te beschrijven, dat wil zeggen vast te leggen , creert hij zich een ordeninig. Dit geldt voor Reve zo goed als Frits Egters, en natuurlijk ook voor de lezer. Want een boek heeft een begin en een eind, en vertoont ook daartussenin een samenhang; waar het leven zelf geen eind heeft en ongeordend is.

Waar speelt het verhaal zich af : In het boek kan men over vijf verschillende ruimtes spreken: het interieur van de Van Egters, de kamer van vrienden en keniisen, de collectieve ruimtes, de stad en de droomruimte.
Laten we bij de laatste beginnen: bij de dromen kunnen we voorlopig niets anders constateren dat er wel eens gebruik wordt gemaakt van ruimtes die voor de lezer te herkennen zijn: interieur van de Van Egters (hoofdstuk I), warenhuis (hoofdstuk IV) enzovoort. De interpretatie daarvan kan beter plaatsvinden bij een behandeling van dromen.
Over de werking van de stad in ‘De avonden’ heeft mevrouw Schenkeveld al het nodige geschreven. Haar standpunt is, dat het vervreemdingseffect van de stad bereikt wordt ‘doordat verschillende steeds terugkerende punten in de stad, de rivier, de grachten, een groot plein niet bij name te noemen’, maar ook werkt aan diezelfde vervreemding mee, dat er nieuwe doorzichtige namen gegen waardoor Amsterdam voor de insider herkenbaar is, aldus mevrouw Schenkeveld. De stad is een symbool, een décor. Tegendit décor viert Frits zijn isolament bot. Vanuit het centrum, Schilderskade 66, beweegt hij zich langs vaste routes. Zijn vrienden Jaap, louis en Viktor kan hij op een wandeling allemaal aandoen en broer Joop nog daarbij. De andere route is die naar kantoor: heen en terug dezelfde weg (behalve in het laatste hoofdstuk). Wie niet tot zijn vriendenkring behoord, woont van de gewone route af. Twee excentrisch gelegen plaatsen die Frits bezoekt, zijn het Bernndsgymnasium en de nachtclub (hoofdstuk VII). Zij symboliseren de ongewone vrije-tijdsbesteding op de desbetreffende avonden: de ontmoetong met niet intiem en de confrontatie met het afgeweerde, verdrongen verleden. Niet de willekeur der werkelijkheid dus in de gekozen plaatsen, maar een betekenis volle organisatie. De symbolische kracht van een aantal plaatsen in ‘de avonden’ versterken het isolament waarin frits leeft. Hierbij speelt merkwaardige dubbelzinnige effect van de openings zin ook een grote rol. De verteller heeft het over ‘onze stad’ en suggereert daarmee een vertrouwelijkheid die frits en de lezer delen. Maar van het ogenblik af dat de lezer met Frits in de stad wandelt, is de vertrouwelijkheid zoek. We gaan ‘de grote brug over om het zuidelijk station heen (…) en onder het viaduct terug’ (p.9), alsof ons de weg gewezen wordt in een volsterk vreemde omgeving. Hoogtepunt van dit effect is wel als Frits naar Adelaar toegaat: ‘Hij ging rechtsaf de rivier langs, passeerde het zuidelijk station en liep toen in ossterlijke richting over een dijk. Aan zijn rechterhand eindigt de stad. Bij de horizon zag hij nevels boven de weilanden staan.’ (p.137) In deze passage en in het stauk waarin hij op bijbelse toon spreekt over de volkstuinen, de weilanden en het weer en de huizen waarin de mensen woneen, is het of hij zich afvraagt hoe in godsnaam enige redding mogenlijk is, in zo’n omgeving.
Het lijkt misschien gewaagt om een bepaalde interpretatie aan een inertieur te geven in het licht van de relatie van Frits met de bewoners van zo’n ruimte. Dat doet mevrouw Schenkeveld wel met Viktor : ‘Hij is een vriend van latere datum, student, heeft een blozend uiterlijk, vertoont geen enkel teken van ziekte, zelfs niet van kaalheid, woont als enige niet in Frits’ omgeving in een huis dat niet dor verval aangevreten wordt.’ Gaan we in die trant verder, dan zou de lezer in ‘een klein, vierkant kamertje met donker behang (…) (met) een opklapbed twee stoelen en schuim in de hoek een schrijftafel’ het hol van dee duivel moeten zien, met als masker aan de muur ‘een masker van papier mache’ (p.105). De ietwat gespannen relatie met zijn broer zou dan weerspiegelt moeten worden in ‘een scheefgezakt huis’ met een ‘oude deur’ en in ‘een donkere plek op de zoldering’ (p.30). Zo zou er ook iets gevonden kunnen worden voor de interieurs van Jaap, Louis, Walter en Adelaar. Het valt niet te ontkennen dat de interieurbeschrijving eenfactor is dei, samen met andere factoren als de beschrijving van het uiterlijk van zijn vrienden, de wijze waarop ze met elkaar omgaan enz., bepalend is voor de sfeer waarin Frits met hen opterkt. Maar dat de interpretatie interpretatie als bij Viktor uit de lucht gegrepen is, wordt bevestigd door enkele opmerkingen van Van het Reve zelf over de werking die beschrijvingen van interieurs kunnen hebben ‘De zeer elementaire menselijke aandoeningen zoals bijvoorbeeld eenzaamheid, honger, dorst, geilheid, heimwee, die zijn niet rechtstreeks te beschrijven op een wijze die de lezer raakt. Men Kan die alleen oproepen door een opeenstappeling van de juiste attributen.’ (Tine vrolijke verhalen, P.16) En hij gaat in dat gefingeerde intervieuw verder: ‘ Het is dan soms veel beter om het woord eenzaamhei of eenzaam in het geheel niet te noemen, doch simpelweg de kamer, de lichtinval, het uitazicht p een juiste wijze te beschrijven. De gezammelijke attributen roepen dan de eenzaamheid vanzelf op,veel duurzamer en indringender effect, want bij de reeks attributen zijn er beslist een paar, die de lezer vasthoud en, onbewust, als diep geldig erkent.’ (p.16)
Nergens gaat dat duidelijk op, als voor het hius van de Van Egters’. De attributen daarin roepen de beklemmeing van de kleinburgelijkheid, het isolament en de verveling van Frits als belangrijkst thema op. Nu moeten we oppassen dat we de werking van de attributen niet dissocieren van het geheel, want het hoeft geen verdere uitleg dat de stoel, de radio, de kachel en ander meubilair op zichzelf niets zeggen en zelfs in constante herhaling waarin ze in ‘de avonden’ voorkomen, niet onmiddelijk die benauwde sfeer oproepen.. door de manier waarop ze funktioneren binnen de ruimte bepalen ze de sfeer ervan. Al vanaf het begin wordt elke zweem van huiselijkheid grondig afgebroken. Als Frits de radio aan zet en zijn handen ‘verstrengeld in de nek’ (p.10) legt om naar een sonate van bach te luisteren, terwijl zijn vader een pijp rookt en ‘angzaam, in dunne straaltjes, de blauwe rook’ uitblaast (p.11) komt even het beeld van de oerhoolandse gezelligheid boven. Maar bazig roept zijn moeder hem naar de keueken om de sleutels van de zolder te gaan zoeken; komt hij terug in de huiskamer, dan draait zijn vader de muziek af met de opmerking :’Dat gezeur, (…) laten we een ogenblik rust hebben.’ (p.11) Het idyllisch tafereeltje wordt de grond ingeboord.
Even later gaat Frits op de divan zitten, kijkt naar buiten, constateert dat hij niets doet, staat op, gaat in de spiegel kijken, zet de radio aan en uit, gaat opnieuw op de divan zitten, en komt tot de conclusie dat er kostbare tijd vermorst is. De divan, spiegel, kachel en zoldersleutels, ze symboliseren elk gebrek van communicatie tussen de drie bewoners van het appartement en hun eenzaamheid, waarbij die van Frits, al was het alleen al vanwege de vertelmechaniek van het verhaal, ons het sterks aanspreekt. We zien al die dingen en de manier waarop ze gemanipuleerd worden als het ware over zijn schouders mee.
Zet men bijvoorbeeld alle passages waarin aangegeven wordt in welke meubels een van de drie, of de vader en de moeder tegelijkertijd, af alle drie op een bepaald moment zitten, onder elkaar, dan krijgt dat iets absurdisch. Het lijkt wel een kring loop: danzit de vader in de leunstoel en ligt de moeder op de divan, dan is het het tegenovergestelde, of zit de moeder aan tafel en de vader in een stoel. Een van de weinige keren dat de vader en moeder samen aan tafel zitten, is de avond dat Frits dronken thuiskomt. Natuurlijk gebruiken ze wel eens alle drie gezammelijk de maaltijd aan tafel, maar dat kan niet van een harmonische sfeer gesprokken worden. Het is precies zoals Frits opmerkt als hij met oudjaar terugkomt van kantoor en het huis betreed: ‘ “Kijk,” dacht hij, “zie toe, hoe het licht binnenvalt in de kamer. Licht is het niet, maar onvolledige disternis” ‘(p.184) Zo schuifelen ze alle drie, de vader, de moeder en zoon, in dat groezelig licht langs elkaar heen.
Onder de verschillende voorwerpen in het huis van de ouders van Frits van Egters nemen...


[ Log in of registreer gratis om dit hele document te bekijken ]





Reacties
[post reply]

kymerxavier23 maart 2009 @ 11:56 uur
Redelijke recensie. Let op je nederlands; het is vrij slecht.




Laatst bekeken...
01:10  De geschiedenis van de Joden
01:10  De Kroongetuige van Hart, Maarten 't
01:09  Kruistocht in spijkerbroek : een histor...
01:09  ICT opdracht
01:09  Goudhamster
01:09  Geef me de ruimte van Beckman, Thea
01:09  Absorptie van proteinen
01:09  Elsschot, Willem van Willem Elsschot
01:09  Oude lucht : drie verhalen van Mulisch,...
01:09  Liefdesdood van Boogaard, Oscar van den
01:09  Cellojaren van Bernlef, J.
01:09  De menuet en de domineespruik van Wolff...
01:09  De koperen tuin van Vestdijk, Simon
01:09  De passievrucht van Glastra van Loon, K...
01:09  Multiculturele samenleving als maatscha...


Van Gerard Reve
De avonden : een winterverhaal (22)
Bezorgde ouders (1)
Bloed (1)
Het boek van violet en dood (1)
Nader tot U (1)
De stille vriend (3)
De vierde man (23)
Werther Nieland ; De ondergang van de famili...

Meer van deze titel
1. De avonden : een winterverhaal - Reve, Ge...
2. De avonden : een winterverhaal - Reve, Ge...
3. De avonden : een winterverhaal - Reve, Ge...
4. De avonden : een winterverhaal - Reve, Ge...
5. De avonden : een winterverhaal - Reve, Ge...
6. De avonden : een winterverhaal - Reve, Ge...
7. De avonden : een winterverhaal - Reve, Ge...
8. De avonden : een winterverhaal - Reve, Ge...
9. De avonden : een winterverhaal - Reve, Ge...
10. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...
11. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...
12. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...
13. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...
14. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...
15. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...
16. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...
17. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...
18. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...
19. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...
20. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...
21. De avonden : een winterverhaal - Reve, G...

Forum Scholierennet.com
Economische vragen
BBp gegevens.
Enquete invloed media
Site Check Olympic Manager
Opdracht cultuur: help!
Spel in ontwikkeling: www.scholieren.be
Advies bij deze situatie
30/01/10 XL DJ's Christos Marcos & Jeks ...
Enquête 'Mediagebruik bij jongeren'
Programma maken dat tekening weergeeft