De bende van Nijvel: de doos die niet open mocht
Geplaatst op Zondag 12 augustus 2001
Op 13 maart 1982 wordt bij wapenhandelaar Bayard in Dinant een wapen gestolen. Meer dan drie jaar later, op 9 november 1985, vallen bij een gewapende overval op de Delhaize in Aalst 8 doden, en dat amper voor 740 000 frank. In totaal eiste de terreur van de Bende van Nijvel in die drie jaren 28 doden en leverde het amper een schamele vijf miljoen op. Niemand weet precies waarom, niemand mag weten waarom, en de schandvlek op onze Belgische rechtstaat zal waarschijnlijk nooit verdwijnen...
De Bende-feiten vallen uiteen in twee reeksen. De eerste,en ook de langste, loopt van maart ’82 tot einde ’83. De tweede ,en veel bloedigere reeks, loopt, na een stilte van 22 maanden, tot in november ’85. De Bende dankt zijn naam aan een diefstal op de Colruyt in Nijvel, in september ‘83. Bij die "diefstal" vermoordden ze een koppel, Fourez-Dewit, evenals een rijkswachter. In Eigenbrakel nemen de voortvluchtigen op militaire wijze een politiewagen in de tang, waarbij één politieman zwaar gewond raakt. Een ander belangrijk feit is de overval op wapenhandelaar Dekaise in Waver een jaar eerder. Een maand na de overval in Nijvel wordt Jacques Van Camp vermoord. Toevallig: Jacques Fourez, die vermoord werd in Nijvel, was een goede klant van Van Camps restaurant, "Aux trois Canards". In die eerste reeks overvallen ze nog een supermarkt in Beersel, waar ze drie mensen vermoorden, en dat op een manier die later zal doen denken aan de tweede moordreeks. Andere wapenfeiten in het begin van de jaren ’80 waren vooral wapendiefstal, autodiefstal en diefstal van kogelvrije vesten. Bij die laatste gaat het om prototypes, waarvan niemand het bestaan weet.
De tweede reeks houdt België in een angstpsychose. Op 27 september vermoordt de Bende 8 mensen bij overvallen in Overijse en Eigenbrakel in amper een half uur tijd. Eén van de slachtoffers is Léon Finné, een bekend Brussels bankier.
Op 9 november komt de meest verschrikkelijke overval in Aalst waarbij 8 mensen genadeloos worden afgemaakt. Eén van hen is Jan Palsterman, een zakenrelatie van de in Overijse vermoorde Finné.
Het is zeer waarschijnlijk dat de Bende nog feiten gepleegd heeft, en dan zijn er wellicht meer dan dertig doden gevallen. Hoedanook blijft de meest prangende vraag: waarom deze nooit geziene moordreeks?
Gerechtelijke onmacht of doorgestoken kaart?
Het onderzoek komt terecht in Nijvel, waar procureur Deprêtre de scepter zwaait. En die is er rotsvast van overtuigd dat de Bende een stelletje bandieten zijn, die roven voor het geld. Bij deze overtuiging krijgt de procureur de volle steun van het parket in Brussel. En zo verschijnen de Borains op het toneel, een boevenbende uit de Borinage, die, zoals later zou blijken, nooit de overvallen zou kunnen gepleegd hebben. Het enige bewijsmateriaal tegen Michel Cocu en zijn Borains, is een Kruger-geweer, dat in Duitsland zal onderzocht worden. Acht maanden zal Deprëtre dat Duitse onderzoeksrapport, dat de Borains vrijpleit, achter de hand houden. Uit vergetelheid...
Een andere opmerking is dat het onderzoek zeer slecht werd gevoerd: kogelhulzen werden in het rond geschopt, auto’s belandden op het kerkhof,...
En niet alleen met het onderzoek maar ook met de onderzoekers werd gesold in Nijvel. Zo werd onderzoeksrechter Bayens al na enkele maanden uit zijn functie ontheven, omdat hij weigerde nauw samen te werken met het parket. Iets later zouden drie BOB’ers verwijderd worden, die een belangrijk spoor naar extreem-rechts menen te hebben gevonden. Mocht het onderzoek bewust niet gevoerd worden, en zo ja, wie waren de hogere machten hier aanwezig? Het is een vraag die ons zal blijven bezig houden, maar de blunders in Nijvel zullen het onderzoek vier jaar vertragen. Vier jaar, waarin geen enkele andere piste zou verkend worden.
Het onderzoek komt nu in Charleroi en Dendermonde terecht. Dendermonde boekt onmiddellijk resultaten, en vindt bijna het hele wapenarsenaal van de Bende in een kanaal nabij Ronquières, op een plaats waar Nijvel een jaar eerder toevallig genoeg niets had gevonden. In ’89 steken de parketten de hoofden bij elkaar om een eenheidscel op te richten in Brussel, om het onderzoek zo makkelijker te laten verlopen. Maar een opvolging in Gent zorgt in dit dossier maar liefst voor een vertraging van elf maanden. In mei 1990 stuurt onderzoeksrechter Troch een herinneringsbrief naar Brussel samen met de vraag om enkele verwante dossiers te mogen inkijken: Bouhouche-Beijer, Haemers, De Bonvoisin en Mendez. In Charleroi kwam ondertussen een nieuwe, jonge maar onervaren procureur, Hennuy.
Nog meer zware gerechtelijke blunders
In juni ’90 blijkt plots Charleroi een fel tegenstander te zijn van samenwerking in Brussel. Ook procureur Demanet van Bergen, in ’89 nog bejubelaar van de eenheidscel, ziet het plots niet meer zitten. Het zijn die twee die in oktober besluiten, in overleg met de procureur-generaal van Gent, om het onderzoek volledig naar Charleroi te verpatsen. Onderzoeksrechter Freddy Troch wordt van het onderzoek ontlast en later zelf uit zijn ambt. Opmerkelijk is hier ook de zwijgende instemming van PSC-Minister van Justitie Wathelet.
Deze beslissing is onwettelijk, omdat Dendermonde deze beslissing moet uitspreken. Dendermonde spreekt echter tegen,...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

