Een roos van vlees
Wolkers, Jan
Geplaatst op Zaterdag 01 december 2001
Deel I : De auteur en zijn werk
A. BiografieJan Wolkers werd op 26 oktober 1925 geboren te Oestgeest, een dorpje niet ver van Leiden. Hij was de derde in een gezin van elf kinderen van wie de vader in de jaren voor de oorlog een kruidenierswinkeltje dreef.
Die vader zal bij herhaling terugkeren in zijn boeken, het is een gepensioneerd marineman, streng gereformeerd, steil in zijn overtuiging en met een rotsvast vertrouwen in God. In het gezin is hij autoritair, overtuigd van zijn gelijk en besloten zijn kinderen op te voeden in de ware leer. Dagelijks wordt er in het gezin uit de Bijbel gelezen. Dit verklaart de grote bijbelkennis waarvan veel van zijn boeken getuigen. De godsdienstige opvoeding en de Bijbel komen in zijn verhalen steeds terug.
Dat geloof zal overigens als een loden last ervaren worden en de afkeer tegen de vader is dan ook allereerst een afkeer tegen de principes die deze verkondigt en in de praktijk brengt en niet tegen de mens zelf.
De moeder, ofschoon in veel van zijn verhalen aanwezig, speelt een aanzienlijk minder dominerende rol. Ze blijft wat kleurloos en mist zowel positief als negatief het sterke karakter van de vader.
Veel slechter evenwel wordt in de verhalen de zuster getekend. Zij is soms schaamteloos, meestal gluiperig en onbetrouwbaar.
De oudere broer daarentegen is voor Wolkers de vereerde leider die nagevolgd moet worden, de rebel die tegen het burgerlijk milieu en de autoritaire vader die hij belachelijk maakt door zijn ironie en zijn negatie. Deze broer komt onder verscheidene namen in de verhalen voor en zijn sterven in de oorlog heeft op Wolkers een ontzaglijke indruk gemaakt.
Er zijn weinig schrijvers bekend bij wie leven en werk zo innig vervlochten zijn als bij deze auteur.
Als hij een half jaar is, krijgt hij bronchitis waarbij als therapie van stoombaden gebruik wordt gemaakt. Bij zo’n behandeling zal hij een verbranding oplopen en een blijvend litteken op zijn slaap is het gevolg. Hij schrijft over de obsessie van deze verminking in “Kort Amerikaans”. Deze bronchitis zal zijn nasleep krijgen in de daardoor opgelopen astma. Ook hierover lezen we weer, nu in “Een Roos van Vlees” waarin een dag uit het leven van een astmapatiënt onderwerp zal worden.
Volgens Wolkers is er een verband tussen deze kwaal en zijn schrijven: kortademigheid maakt dat hij wat stotend praat, hij formuleert zijn zinnen kort en die bondigheid deelt zich op zijn beurt weer mede aan zijn schrijftrant.
Jan Wolkers haalt ongetwijfeld van alle Nederlandse schrijvers de hoogste oplagen. Met de vertalingen in diverse talen bijgerekend, moeten er zo’n twee miljoen boeken van zijn hand over de wereld verspreid zijn.
De verhalen spreken vooral om hun inhoud, hun thema’s en motieven, de opgroeiende generatie aan.
Het literaire leven van Wolkers heeft zijn ups en downs gekend; niet al zijn boeken zijn even sterk. Tot die ups moet ongetwijfeld “Turks Fruit” gerekend worden, een boek dat met honderdduizenden verkocht is.
Zijn werk is, literair en menselijk bekeken, een voortdurende, steeds herhalende en weer anders gemotiveerde of ingeklede reactie tegen omgeving, maatschappij, menselijk isolement. De seksualiteit, de horror en het sadisme die hij onverholen en overvloedig in zijn romans etaleert, hebben zijn literatuur zeer bekend en ook zeer besproken gemaakt. Daar ligt voorzeker een deel van zijn succes; het andere moet men zoeken in zijn werkelijk groot talent om vooral volks, eenvoudig en boeiend te schrijven.
Toen Jan Wolkers zijn eerste verhalenbundel (Serpentina’s Petticoat in 1961, Gesponnen suiker in 1962) en romans (Kort Amerikaans in 1962, Een roos van vlees in 1963) publiceerde, was de morele verontwaardiging bij een aantal literaire critici groot. Het calvinistisch dagblad Trouw bijvoorbeeld schreef in 1963, dat Wolkers weliswaar een groot talent was, maar ook ‘een ruw, sadistisch ingesteld, rancuneus mannetje’.
Wolkers’ openhartige beschrijvingen van seksuele fantasieën én handelingen in een zeer beeldend taalgebruik botste met de heersende, benauwende seksuele moraal.
Hij is bovendien radicaal tegen literaire prijzen. Hij zei hieromtrent: ”Literaire prijzen zijn een farce in Nederland. Ik wens nooit voor een literaire prijs in aanmerking te komen. Ik vind het een degradatie.
Als een jury mij een literaire prijs durft geven, daag ik de heren uit voor een tweegevecht.”
De Constantijn-Huygensprijs 1982 voor zijn gehele oeuvre weigerde Wolkers dan ook. De weigering had alles te maken met zijn visie op “de” Nederlandse literaire kritiek.
Kortom, Wolkers heeft meerdere malen bewezen de letterkunde op een unieke wijze verrijkt te hebben, maar tevens literatuur gebracht te hebben onder een publiek van miljoenen; iets dat geen Nederlands auteur in heden of verleden gelukt is.
B. Bibliografie
Episch werk :
q 1961 Serpentina’s Petticoat verhalen
q 1962 Kort Amerikaans roman
q 1963 Gesponnen suiker verhalen
q 1963 Een roos van vlees roman
q 1964 De hond met de blauwe tong verhalen
q 1965 Terug naar Oegstgeest roman
q 1967 Horrible Tango roman
q 1969 Turks fruit roman
q 1974 De walgvogel roman
q 1975 Dominee met strooien hoed novelle
q 1977 De kus roman
q 1979 De doodshoofdvlinder roman
q 1980 De perzik van onsterfelijkheid roman
q 1981 Brandende liefde roman
q 1982 De junival roman
q 1983 Gifsla roman
q 1984 De onverbiddelijke tijd roman
Lyrisch werk :
Geen
Dramatisch werk :
q 1963 De Babel toneel
Deel II : De roman
A. Handeling1. Fabel
De hoofdpersoon, Daniël, is sinds 7 jaar gescheiden van Sonja. Ze wonen dicht bij elkaar en hebben 2 kinderen, nl. Keesje en Basje. Ze wonen bij Sonja. Zijn zoontje, Basje, komt hem nog iedere dag opzoeken.
Daniël spreekt zijn vrouw nog regelmatig. Nadat ze gescheiden zijn, heeft Daniël astma gekregen, waardoor hij erg gehandicapt is.
Daniël is gedoemd om steeds in een isolement te leven.
In zijn jeugd is hij eenzaam, omdat zijn ene oog met een zwarte lap is afgedekt. Hij gaat alleen met dieren om.
In het huwelijk wordt het isolement niet doorbroken: hij ontwijkt de liefde van Sonja.
Hij is met zijn gedachten voortdurend met het verleden bezig. Hierdoor komen weer allerlei schuldgevoelens boven. Soms tracht hij zich van het verleden los te maken, bijvoorbeeld als hij de brieven van Sonja verscheurt en in de closetpot verbrandt.
Daniël en Sonja hebben 10 jaar geleden hun dochtertje op tweejarige leeftijd verloren: ze zat in te heet badwater. Hij gaat gebukt onder dit verlies. Dit is ook de reden van de scheiding met zijn vrouw Sonja, ondanks dat er een jaar na dit gruwelijk voorval een zoon, Basje, geboren werd.
Door de herinnering aan hun lievelingskind wordt Daniël voortdurend geconfronteerd met de dood. Hij maakt een wandeling en...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

