Inleiding
Na de boekenlijst voor het tweede boekenverslag ontvangen te hebben, was ik thuis onmiddellijk de boekenkast ingedoken. Daar vond ik een flinke stapel boeken, van schrijvers als: Adriaan van Dis, Hella S. Haasse, F. Springer, G.L. Durlacher, Maarten 't Hart en Carl Friedman. Om tot een gegronde keuze te komen begon ik de boeken wat door te bladeren en de teksten op de ruggen van de boeken te lezen. Toen ik echter begonnen was het begin van Tralievader van Carl Friedman te lezen, 'kon' ik niet meer stoppen. Die dag heb ik het in een 'ruk' uitgelezen, meegesleept door de prachtige vertelwijze van Carl Friedman. Daarom dit verslag over haar boek Tralievader.
Motto, titel -en boekbeschrijving
Het enige motto, als je het een motto kan noemen, is: 'voor mijn zoon Aron'. Hierbij stel ik mij voor dat Carl Friedman haar zoon door middel van een novelle verteld heeft over haar eigen jeugd. Maar zeker weten, of de vertelpersoon, een meisje ( haar naam wordt niet genoemd), een afspiegeling is van Carl Friedman zelf, doe ik niet.
De titelbeschrijving: Carl Friedman, Tralievader. Amsterdam, Uitgeverij G.A. van Noordschot, 1992.
Mijn verklaring van de titel Tralievader is dat het slaat op de vader van de vertelpersoon, die in de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp heeft gezeten. Om die reden zit hij daarna eigenlijk nog steeds in een isolement, achter emotionele tralies zou je kunnen zeggen. Vandaar de titel Tralievader.
De omslag van het boek Tralievader, ontworpen door Gerrit Noordzij, is net als het boek sober weergegeven. De omslag is blauwgroenig en op de voorkant staan onder de titel twaalf zwarte verticale strepen. Deze strepen symboliseren 'de tralies waarachter
vooral de vader maar ook het gezin leven' als gevolg van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Ter illustratie heb ik mijn vader gevraagd deze tralies met
daarboven de titel in te scannnen, en die heb ik een plaatsje gegeven op de titelpagina
Samenvatting van de inhoud
Tralievader is een novelle, waarin de schrijfster Carl Friedman in veertig korte hoofdstukjes door de ogen van het jongste kind uit een gezin met in totaal drie kinderen hen dagelijkse leven beschrijft. Voor het gemak zal ik de 'vertelpersoon' Carl noemen, hoewel ik natuurlijk niet weet of er een verband is met het jonge meisje en Carl Friedman.
Het gezin zit anders in elkaar dan 'normale' gezinnen, omdat de vader, Jochel, nog altijd leeft met de verschrikkende ervaringen, die hij in een concentratiekamp beleefd had. Er wordt niet vermeld om welk kamp het gaat. Omdat hij deze nog niet verwerkt heeft,
praat hij daar eindeloos over. In het boek wordt het kortweg omschreven: hij heeft kamp. Met weglating van het verleden deelwoord (gehad) alsof de toestand nog voorduurt, en dat doet het ook. Er gaat geen dag voorbij of hij vertelt wel wat over zijn kampervaringen.
De kinderen, 'Carl', Simon en Max, doen hun best met hun vader mee te leven, maar dat wordt hen niet in dank afgenomen: 'hij behandelt hen als vreemden, die hem nooit zullen begrijpen.' Eik van de kinderen reageren daarop anders. Maar gelukkig zorgt hun moeder ervoor dat ze een niet al te treurige jeugd hebben. Zij is als 't ware 'een rots in de branding'.
Omdat het moeilijk is dit boek in een aaneenlopend verhaal samen te vatten, heb ik er voor gekozen een paar van de in totaal veertig korte (gemiddeld drie pagina's) hoofdstukjes te behandelen.
Ten eerste wil ik een van de verhalen over het kamp behandelen. Namelijk het hoofdstukje Langste nacht. Daarin vertelde Jochel over het gerucht dat in het kamp gaande was, dat in Bergen-Belsen, een ander kamp, alles beter zou zijn: meer eten, minder werk en uitstekende ziekenverzorging. Voor Jochei echter klonk dit te mooi in de oren. Een paar dagen na het gerucht verscheen in alle barakken de 'Bekanntmachung', dat er een
speciaal zieken-transport naar Bergen-Belsen zou zijn. Veel mensen trapten erin, want zo kon de SS er namelijk makkelijker achter komen wie er niet meer 'arbeitsfähig' was. Tien mensen uit Jochel's barak meldden zich, tegen alle logica in, aan, en moesten op de
nacht van vertrek voor de barak zitten. Jochei had toen last van buikloop en moest telkens die nacht naar de W.C., langs zijn hoopvol wachtende vrienden. Dat werd de langste nacht van zijn leven, want steeds weer moest hij zich bedwingen niet ook mee te gaan. Degenen die gingen zijn nooit meer levend teruggezien.
Ten tweede wil ik het hoofdstukje Vreemdeling behandelen. Dat gaat over een uitstapje van 'Carl', Simon en Max naar de bioscoop. De film gaat over Odysseus, die gekleed in een jurk, zich onder andere weet te bevrijden van een eenogige cycloop, en ook de akelige 'vrijers' van zijn vrouw Penelope te slim af is. Aan het eind van de film komen de kinderen tot de conclusie, dat pappa net zo is als Odysseus, die zat ook gevangen bij monsters. Maar ook dat pappa geen jurk aan heeft, en dat Odysseus geen luizen heeft.
Ten derde het hoofdstukje Gezellig, dat zich afspeelt op de school van 'Carl'. Dan 'merkt' ze (eigenlijk meer de lezer) dat zij anders is dan de meeste andere kinderen. De schooljuffrouw bekijkt een tekening van 'Carl'. Ze denkt dat 'Carl' een vliegende man had getekend, en zegt: 'Mooi' Maar 'Carl' verbetert haar: zij had een tekening gemaakt van een ophanging, waar haar vader en de andere gevangenen naar moesten kijken. Dat was helemaal niet mooi, want de gevangenen hadden honger en moesten nou lang op hun soep
wachten. Maar de juffrouw was al doorgelopen naar een ander kind, die twee kabouters op een paddestoel had getekend. Dat vond de juffrouw 'pas gezellig'.
Uit
het tweede...![]()
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



