Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
Saxofoon
Geplaatst op Zaterdag 04 augustus 2001


Aldophe Sax.


Adolphe Sax werd in 1814 in Dinant (België) geboren als Antoine Joseph, de oudste van 11 kinderen van Charles Joseph Sax en Marie-Joseph Masson. Hij viel toen hij net kon lopen van drie hoog, raakte met zijn hoofd een steen, waarna iedereen dacht dat hij dood was. Hij verbrandde zijn lijf eens bij een stofexplosie, kreeg een straatsteen tegen het hoofd en verdonk bijna. In de buurt kende men hem als de kleine Sax, de dromer.

Zijn vader
Dinant was in die tijd beroemd om zijn koperinstrumenten en ook de vader van Adolphe, Charles Joseph Sax, was instrumentbouwer. Toen de familie Sax in 1820 naar Brussel verhuisde, moest Adolphe als oudste zoon, al snel meehelpen in het familiebedrijf, een fabriek voor blaasinstrumenten. Het bedrijf van Charles Sax verschafte werk aan 250 arbeiders en kreeg veel overheidsbestellingen. De oude Sax behaalde meerdere onderscheidingen op industrietentoonstellingen.
Al snel bleek dat Aldophe een goede leerling was:
· Op zijn 6e jaar kon hij al netjes de buis van een klarinet boren en de bochten in een hoorn maken.
· Op zijn 15e maakte hij twee fluiten en een klarinet helemaal van ivoor en
stuurde die naar een industriële tentoonstelling in Brussel waar ze
tentoongesteld werden.
· Op zijn 20e maakte hij als eerste een echt basklarinet, die al gauw door veel componisten werd gebruikt. Hij ontwikkelde daarvoor een nieuw 24-kleppensysteem, dat hij demonstreerde op de Brusselse industrietentoonstelling van 1835.
· Na een onderzoek naar het mechaniek van piston-ventielen gebruikt hij
deze bij een bestaande beugel en zo maakte hij de familie van de saxhoorn
Er bestaat bijna geen instrument dat hij niet op de één of andere manier verbeterde.

Adolphe Sax leerde spelen op de instrumenten van zijn vader, want een instrumentmaker testte in die tijd zijn eigen instrumenten. Daarnaast volgde hij vanaf 1828 de Brusselse Koninklijke Muziekschool en volgde ook nog eens klarinetlessen. Dat spelen hielp hem heel erg als instrumentmaker, want hij kon direct uitproberen of zijn verbeteringen goed waren. Hij kon precies zeggen als je een verandering maakte wat voor een invloed dat had op de klank. De regels die hij daarvoor opstelde zijn er nu nog steeds. Toen Aldophe Sax zijn saxofoon demonstreerde, speelde hij ook direct de hogere tonen door ´toptones´ te blazen, zoals hij gewend was bij fluit en klarinet. Een hele tijd durfde niemand hem dit na te doen, maar nu oefenen alle saxofoon-, leerlingen en studenten erop.

Waarom de saxofoon uitgevonden?

Het was Aldophe Sax opgevallen dat er veel te grote klankverschillen waren tussen houtblazers en snaarinstrumenten maar ook tussen hout- en koperblazers: heel vaak waren de snaarinstrumenten te zwak in
een orkest naast houtblazers en werden de houtblazers weer overtroefd door de koperblazers. Het gaf Adolphe Sax een idee om een instrument te maken. Hij droomde van een instrument dat, door de toon, de verschillen tussen hout- en koperblazers tussen snaarinstrumenten en houtblazers kon verbeteren.

Hoe werd de saxofoon gemaakt?

Toen Adolphe Sax wist wat hij wilde bereiken met het nieuwe instrument, kon het experimenteren beginnen. Aldolphe Sax vond dat de hoogste noten op het nieuwe instrument door overblazen gemaakt moesten worden in plaats van de ingewikkelde kleppen bij een klarinet, daarom gebruikte hij een konische (uitlopende) buis. Zo'n buis kon beter van brons worden gemaakt dan van hout. Toch hoort de saxofoon bij de houtinstrumenten.
Soorten saxofoons:

Er waren 14 verschillende saxofoons, daarvan bestaan er nu nog 8. Van groot naar klein: Sopranino, Sopraan, Alt, Tenor, Bariton, Bas en de Contrabas. Van deze 8 zijn er vier die je het meest ziet, dat zijn: de Sopraan, de Alt, de Tenor en de Bariton, ze hebben allemaal een eigen klank, de Sopraan is van de vier het hoogst en de Bariton het laagst.

Onderdelen:

Rieten:
Door het rietje van de saxofoon krijg je het geluid eruit. Als je een hoge of lage toon speelt komt het door het getril van het rietje. Dat ongeveer een kwart milimeter dun is. Als je op een saxofoon blaast trilt het riet. Door de trillingen beweegt de lucht in het mondstuk, en gaat verder door de saxofoon heen. Je blaast dus trillende lucht door je saxofoon, de trillende lucht is het geluid.
Rietjes worden gesneden uit holle rietstengels. Elke rietje bestaat uit piepkleine holle mini buisjes met zacht spul ertussen. Hoe langer je op het rietje speelt hoe zachter dat spul word. Het rietje kan soms een of twee maanden mee gaan, maar het ligt er ook aan hoe je met het rietje omgaat. Je moet altijd oppassen dat het rietje niet langs iets schuurt zodat er geen scheuren in komen. Ook moet je altijd als je gespeeld hebt met een droge doek het rietje schoonmaken anders kan er schimmel op komen. Rietjes hebben altijd een nummer. Hoe stugger het riet is hoe hoger het nummer. De meeste fabrieken gebruiken de nummers in 1 t/m 5, in halve stappen.
Ik heb nu zelf een 2 en een 2,5. Als je begint met saxofoon spelen krijg je meestal een laag nummer dat is in het begin makkelijker te bespelen omdat het lichter is. De hogere nummers zijn zwaarder dat merk je ook aan het geluid. Je kan er namelijk harder mee spelen en je krijgt een voller en strakker geluid. Maar dat lukt meestal pas als je mondspieren er goed op getraind zijn. Een 2,5 rietje van een merk kan bij een ander merk het zelfde zijn als een 3 rietje. In en saxofoon winkel hebben ze soms schema’s hangen waarop je kan zien welke merken van rietjes vergelijkbaar zijn.
Je hebt niet alleen verschil met nummers maar het is er ook met Amerikaanse en Franse rieten. Dat noem je ook wel: French cut (Franse snede) en American cut (Amerikaanse snede). Met Franse rieten worden rieten bedoeld die een dunnere tip (voorkant) hebben en in het midden wat hoger zijn. Deze rietjes worden het meeste door klassieke saxofonisten gebruikt. De Amerikaanse rietjes zijn in het midden minder hoog en ze hebben een dikkere tip. Hierdoor krijg je een voller geluid. Maar de Amerikaanse en Franse namen zijn heel verwarrend want er zijn geen vaste afspraken over.
Je vindt tussen de Amerikaanse rietjes veel verschillende merken. Naast de rietjes van de French cut zijn er ook rieten die French file cut heten. Bij de rieten van French file cut is er aan het begin van het dikke nog een extra randje recht weggevijld. Een riet van French file cut klinkt helderder dan een gewoon riet.
Als je een doosje koopt met een aantal rieten erin, heb je vaak dat er een aantal niet goed zijn. Je merkt het bij het spelen maar je kan het ook zien aan hoe het riet eruit ziet.
V-vorm:
Als je het rietje in het licht houd, kan je goed zien hoe het van dun naar dik gaat. Vaak is het dan de vorm van een omgekeerde V. Het rietje moet aan beide kanten even dik zijn. Een “scheef” rietje piept en blaast niet lekker.
Buigen:
Je kan de zijkanten voorzichtig tussen twee vingers halen. Met een beetje oefening voel je of de beide kanten even ver buigen.
Kleur:
Een rietje dat te jong is...


[ Log in of registreer gratis om dit hele document te bekijken ]





Reacties
[post reply]

saxofoon30 augustus 2004 @ 21:39 uur
hoi pamela, hartstikke goed ik ben saxofonist en heb geen fouten gevonden,als je nog wat wil weten mail je maar!
Groetjes David


Win

Laatst bekeken...
02:34  Wonderkinderen van Beckman, Thea
02:34  Zilver, of Het verlies van de...
02:34  Het gouden ei van Krabbe, Tim
02:34  Van de koele meren des doods ...
02:34  Het bittere kruid, een kleine...
02:33  Mutter Courage und ihre Kinde...
02:33  Wallstreet crash
02:33  Het geheim van de grot van Ch...
02:33  Twee koffers vol van Friedman...
02:33  Het gouden ei van Krabbe, Tim


Forum Scholierennet.com
Boeken nodig
Resetten zonder programmas kwijt t...
Middenjury Kantoor
Evantail voor middelbaar
Ervaring met economische wetenscha...
Internationaal jongeren filmfestival
WISKUNDE TSO (informatica ed) : Af...
Spreekbeurt muziek
Gameverslaafd
Naam wijzigen