Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
Supertex : roman
Winter, Leon de
Geplaatst op Zondag 02 september 2001


A. Voorwerk

Leon de Winter, Supertex, De bezige bij Amsterdam, 1994, zesde druk, 252 pagina's, 13 hoofdstukken zonder titel, Motto: voor Gideon Spitz, waar hij nu ook mag zijn, A sjo in gan-eydn iz ojk gut - één uur in het paradijs is ook de moeite waard. (jiddisch spreekwoord)

B. Samenvatting

Hoofdstuk 1 (blz. 9 t/m 14)
De 'ik' bevindt zich in de spreekkamer van dr. Jansen op de hoogste verdieping van een appartementengebouw aan de Apollolaan in Amsterdam. Hij nam plaats op de sofa en de vrouwelijke dokter ging naast hem zitten in een bruinleren fauteuil met versleten armsteunen. Zij was een vrouw van een jaar of zeventig met een zeer vriendelijke stem. Ze was niet joods. 'Dat was de reden dat ik toen de eerste keer haar consult had gezocht. Ik wilde geen joodse therapeut.' (blz. 10) De psychiater sprak haar verbazing uit over het feit dat de 'ik' zijn behandeling na drie of vier gesprekken zelf had afgebroken en haar vandaag gebeld had met de mededeling dat hij in nood verkeerde en bereid was een fortuin te betalen om bij haar te zijn. Ze stelde verder enkele routinevragen over slaapgewoonten, eetgedrag om daarna over te gaan tot de belangrijkste vraag over zijn potentie. De 'ik' vertelde dat die weer was teruggekomen na de dood van zijn vader. Dr. Jansen nam dat voor kennisgeving aan en informeerde verder naar de moeder en de broer van de 'ik'. De broer woonde in Casablanca en de dokter stelde vast dat het verhaal over het vertrek van de broer uit Nederland naar Casablanca een sleutel is waarmee toegang verkregen kan worden tot problemen van de 'ik'. Hij wilde het verhaal wel vertellen en begon met 'vanochtend'.

Hoofdstuk 2 (blz. 15 t/m 48)
Omdat hij een zakenrelatie in Thailand moest bellen, had hij de wekker vroeg gezet. Maria draaide zich om toen de wekker ging. Hij had haar beloofd zo weer terug naar bed te komen. Het telefoontje betrof een verlaat transport van kledingstukken naar Europa waarover de 'ik' met diverse winkelketens leveringsafspraken had. Ook zijn eigen winkelketen, Supertex, was afhankelijk van dit transport. Supertexfilialen waren het soort winkel waar de klant tegen spotprijzen tamelijk goede 'troep' kon krijgen. Alles werd uit het verre oosten geïmporteerd. De secretaresse van de 'ik' bleek de verkeerde papieren meegegeven te hebben en nu de 'ik' de clausule over wanprestatie uit het contract met zijn leverancier niet voor zich had, kon hij niet bellen. Hij belde zijn secretaresse die er niets van begreep omdat zij alles toch zou hebben klaargelegd. Hij ontsloeg haar ter plekke. Toen besloot hij de documenten maar te gaan halen in het Confectiecentrum waar hij kantoor hield. Hij woonde in een penthouse boven op één van de herenhuizen aan de Amstel en als hij snel reed zou hij binnen een kwartier terug kunnen zijn. Zonder zich te douchen sprong hij in zijn XL-spijkerbroek, nam afscheid van Maria die hem verweet veel te snel zin secretaresse te hebben ontslagen en reed weg in zijn antracietgrijze Porsche 928 S. Er was geen politiewagen te zien, dus scheurde hij enkele minuten later al met 120 km per uur door de Lairessestraat. Daar zag hij een chassidische familie die op zaterdagochtend op weg was naar de sjoel. Hij besefte dat hij de familie zou gaan raken ondanks zijn wanhopig remmen en zijn perfecte ABS-systeem. Uiteindelijk viel het mee; hij raakte slechts een jongen en dan nog maar net. Toch had hij de woede opgeroepen bij de joodse familie en hij besefte dat het terecht was. Hij maakte het er niet beter op door de jongen een briefje van tweehonderdvijftig gulden aan te bieden, terwijl hij heel goed wist dat vrome joden op zaterdag geen geld mogen aanraken en hij zich als van joodse afkomst zijnde bekend had gemaakt. Met zijn autotelefoon belde hij een ambulance en nam contact op met zijn advocaat, Robbie Goudsmit. De woordenwisseling met de familie nam in kracht toe tijdens het wachten op de ambulance. De joodse familie vroeg zich af hoe de 'ik' als jood in een Porsche kon rijden. 'Is dat nou een Porsche?', riep zijn vader. 'Is dat nou de wagen van Herr Professor Porsche, die voor Herr Hitler de Volkswagen heeft gebouwd? En daardoor komen wij te laat in het Huis van de Heer?' (blz. 32) De verplegers van de ambulance constateerden dat het wel meeviel met de getroffen jongen. Waarschijnlijk niet meer dan een gebroken been. Politie en advocaat arriveerden ongeveer op hetzelfde moment. Er ontspon zich een discussie over de remstrepen en de snelheid waarmee de 'ik' gereden had. De advocaat won het van de politieagenten, maar toen hij met de 'ik' alleen was, schold hij hem uit. Hoe kon Max Breslauer zo onverantwoordelijk zijn om met een snelheid van 120 midden in de stad te rijden. Het zou hem wel eens zijn rijbewijs kunnen kosten. De 'ik', Max Breslauer, reed door naar zijn kantoor en constateerde dat zijn papieren keurig door zijn secretaresse waren klaargelegd, maar dat hij de verkeerde stapel had meegenomen. Het gesprek met Thailand verliep niet bevredigend; het was nog maar de vraag of het transport nog op tijd in Europa zou komen. Telkens spookte de opmerking van de vader van de aangereden jongen door zijn hoofd. De 'ik' was een jood die in een Porsche reed. Hij besefte in een crisis terechtgekomen te zijn en belde zijn psychiater. Hij bood haar het dubbele uurtarief als zij die dag haar andere patiënten wilde afzeggen en naar hem luisteren. Ze stemde toe. Daarna had hij zijn secretaresse gebeld en zijn verontschuldigingen aangeboden. Natuurlijk trok hij het ontslag in, zou zij een topsalaris krijgen en een auto van de zaak. Maar zij had hem meegedeeld dat hij die baan van hem in zijn 'vette kutreet' kon steken.

Hoofdstuk 3 (blz. 49 t/m 51)
Dr. Jansen vroeg zich af waarom de 'ik' geraakt werd door het verwijt een jood in een Porsche te zijn. De 'ik' vertelde dat zijn broer die nu in Marokko woonde, hem hetzelfde verwijt had gemaakt. Hij dreigde af te dwalen toen hij vertelde dat zijn verhaal eigenlijk vijfduizend jaar geleden was begonnen. Dr. Jansen vroeg hem het een en ander overzichtelijk te houden en herinnerde de 'ik' eraan dat hij een jaar geleden hulp had gezocht omdat hij seksuele problemen had en omdat hij zijn draai niet kon vinden in de zaak van zijn vader. Nu zijn vader dood was en de 'ik' hem in de zaak had opgevolgd, begreep hij dat de confectiewereld een slagveld van dictators was.

Hoofdstuk 4 (blz. 52 t/m 79)
De vader, Simon Breslauer, was op 26 juni 1989 in de Loosdrechtse Plassen verdronken. Bij de autopsie was een alcoholpromillage van 1,2 vastgesteld en tevens dat hij een hartaanval had gehad. Simon Breslauer was 59 toen hij overleed. Hij was geboren in het Poolse Lemberg. Tijdens de Duitse bezetting had hij zich een tijdlang kunnen handhaven door mee te doen met een recyclingprogramma dat de Duitsers hadden opgezet. Wie dagelijks 30 kilogram oud papier inleverde, kreeg een vrijstelling van transport. In april 1943 werkte die bescherming niet meer en werd de 13-jarige Simon afgevoerd naar het concentratiekamp Belzec. Hij overleefde het kamp 'als rat, handelaar en dief, was onmiddellijk na de oorlog naar het Beloofde Land gereisd om daar mee te vechten in de Onafhankelijkheidsoorlog. In 1950 was hij teruggekeerd naar Europa. Hij vond zijn fortuin in de Amsterdamse textielwereld. Begonnen als marktkoopman op de Dappermarkt wist hij binnen tien maanden een eigen zaak op te bouwen die binnen de kortste tijd een aantal filialen had. In dertig jaar bouwde hij een winkelketen op met de naam Supertex. In 1953 trouwde Simon Breslauer met Annie Polak. Ze kregen twee kinderen, Max en Benjamin, welke laatste altijd 'Boy' genoemd werd. Vader werkte keihard en vertelde nooit iets over zijn verleden. Wat de 'ik' wist van de tijd in Lemberg was hij te weten gekomen bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Al vroeg had vader Max, die op school goed presteerde, 'de opdracht' gegeven om advocaat te worden. Deze kon daar de zin niet van inzien, waarop zijn vader het hem uitlegde: 'Je moet de wet kennen om de gaten te vinden. Spreekwoord, een van de vele die hij kende, en de Mit toire veert men in ergits nit farfaln.' Dat was een Jiddisch spreekwoord en de betekenis ervan had hij mij al ingeprent toen ik in de wieg lag: als je geleerd hebt dan zul je nooit verdwalen.' (blz. 59) Max Breslauer was inderdaad rechten gaan studeren, maar hij had het zijn vader tijdens zijn puberteit zo moeilijk mogelijk gemaakt. Er waren ruzies over de lengte van zijn haar, over het bezoek aan de sjoel en tot tweemaal toe zakte Max bewust voor zijn eindexamen. Daarmee nam hij zijn vader de illusie af dat hij een briljante zoon had. Soms liepen de ruzies uit op handgemeen, waarbij de moeder probeerde in te grijpen. De moeder vroeg begrip voor haar man als ze alleen was met Max zoals die keren dat zij in de keuken gehaktballetjes aan het rollen was en zij de 'ik' zo nu en dan een rauw bolletje toerolde. Diepgeschokt over het gedrag van zijn vader was de 'ik' een aantal jaren later, toen hij al werkte in de zaak. Samen bezochten ze een zakenrelatie in Bangkok. 's Nachts kreeg vader een paar willige meisjes op zijn kamer bezorgd. Ook Max werd escortgezelschap aangeboden. Vol walging over zijn vaders ontrouw aan moeder sloeg hij het aanbod af. Hij was overigens uit nood bij zijn vaders bedrijf gaan werken. Een liefdesaffaire van vier jaar was zojuist afgelopen en alles in zijn toenmalige werkomgeving had hem aan zijn geliefde doen herinneren. Toen had vader hem een aanbod gedaan dat hij niet kon weigeren. De broer van de 'ik' was veel rustiger. Zijn schoolloopbaan had zich beperkt tot Mavo. Onder vaders leiding had hij daarna een boekhouderopleiding gevolgd. Op zijn achttiende verdiende hij zijn eigen geld, terwijl de 'ik' toen nog de radicale student uithing. De 'ik' had van zijn vader weinig ruimte voor eigen initiatief gekregen. Meestal waren de zaken al voorgekookt, maar toen hij een beurs in Milaan bezocht, toonde hij eigen initiatief Hij was benaderd door de broers Mohammed met het voorstel distributeur in de Benelux te worden voor namaak Yves Saint Laurentkleding. Alles was legaal, omdat de broers in Casablanca een man hadden ontdekt die dezelfde naam had als de beroemde couturier. Zij hadden hem in dienst genomen en mochten zijn naam gebruiken.

Hoofdstuk 5 (blz. 80 t/m 84)
Dr. Jansen informeerde hoe vader had gereageerd op de deal met de broers Mohammed. De 'ik' vertelde dat hij er niets mee te maken had willen hebben. Derhalve had de 'ik' een eigen B.V. opgericht met de naam 'Maximaal' en was hij in zijn eigen tijd zaken met de broers gaan doen. Zijn vader liet het toe, maar voorspelde hem wel dat hij de rekening gepresenteerd zou krijgen. De psychiater vroeg door naar de relatie tussen vader en zoon. De 'ik' zei het moeilijk te vinden om in abstracties over zijn vader te praten. 'Misschien moet ik over hem vertellen (...)' (blz. 84)

Hoofdstuk 6 (blz. 85 t/m 116)
De 'ik' had bij zijn werk aan de juridische herstructurering van Euro Textiel International BV ontdekt dat Supertex-winkels hun mooiste tijd achter de rug hadden, Op den duur zou C&A ook de allergoedkoopste textielsector opeten. Supertex moest volgens de 'ik' een 'upgrading' ondergaan van spotgoedkoop naar 'casual chic'. Maandenlang had hij gewerkt aan een marketingplan samen met de beste filiaalhouders. Tijdens de multimediapresentatie was zijn vader in slaap gevallen. De 'ik' bedronk zich 's avonds in zijn huis aan de Apollolaan. Zijn vader kwam langs, vroeg om een drankje en sprak als een soort verontschuldiging uit dat hij moe geweest was. Daarna wilde hij vertrekken. De 'ik' liep achter hem aan de gang in. Hij had van de tafel een textielschaar gegrepen en stond op het punt een vadermoordenaar te worden. Plotseling bleef vader staan, zei iets vriendelijks over een foto aan de wand in de gang en deelde zonder aanleiding mee dat hij de kinderen had willen geven wat hij zelf nooit had gehad. De 'ik' voelde zijn woede zakken en schaamde zich voor zijn moordneigingen. Hij incasseerde de mededeling van zijn vader dat het niets zou worden met het marketingplan en de confrontatie met een Jiddisch spreekwoord dat erop neerkomt dat als een vader iets aan een zoon schenkt, ze allebei lachen en als de zoon iets aan de vader schenkt, ze allebei huilen. Kort daarna had de 'ik' besloten hulp te zoeken bij een 'shrink' die hij tot de dood van zijn vader viermaal had bezocht. Zijn werk verrichtte hij routinematig zonder enige inspiratie. Toen vader was verdronken was het verdriet van broer Boy heel anders geweest dan dat van de 'ik'. Hij huilde met zijn moeder mee en zakte bij het graf van ellende in elkaar. De 'ik' vroeg zich af of Boy zich bewust was geweest van het alcoholpromillage in het bloed van zijn vader en of hij schuldgevoelens had omdat hij hem in die toestand in zijn auto had laten stappen. Enige dagen na de begrafenis werd de 'ik' thuis gebeld door een vrouw die zich...


[ Log in of registreer gratis om dit hele document te bekijken ]





Reacties
[post reply]

Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

Win

Laatst bekeken...
02:20  Vertraging van Krabbe, Tim
02:20  Der Hahn ist tot van Noll, In...
02:19  Mijn tante Coleta van Peskens...
02:19  Keuzeopdracht overtuig met fe...
02:19  De kroongetuige van Hart, Maa...
02:19  Het verrotte leven van Floort...
02:19  De zoon uit Spanje van Loo, T...
02:19  Oeroeg van Haasse, Hella S.
02:19  De passievrucht van Glastra v...
02:19  De Harm en Miepje Kurk story ...


Van Leon de Winter
De (ver)wording van de jongere Dur...
De hemel van Hollywood : roman (8)
Hoffman's honger : roman (10)
Kaplan : roman (3)
La Place de la Bastille (8)
De ruimte van Sokolov : roman (21)
Serenade (11)
Supertex : roman (18)
Zionoco : roman (4)
Zoeken naar Eileen W. : roman (9)

Meer van deze titel
1. Supertex : roman - Winter, Leon de
2. Supertex : roman - Winter, Leon de
3. Supertex : roman - Winter, Leon de
4. Supertex : roman - Winter, Leon de
5. Supertex : roman - Winter, Leon de
6. Supertex : roman - Winter, Leon de
7. Supertex - Winter, Leon de
8. Supertex - Winter, Leon de
9. Supertex - Winter, Leon de
10. Supertex - Winter, Leon de
11. Supertex - Winter, Leon de
12. Supertex - Winter, Leon de
13. Supertex - Winter, Leon de
14. Supertex - Winter, Leon de
15. Supertex - Winter, Leon de
16. Supertex - Winter, Leon de
17. Supertex - Winter, Leon de

Forum Scholierennet.com
Boeken nodig
Resetten zonder programmas kwijt t...
Middenjury Kantoor
Evantail voor middelbaar
Ervaring met economische wetenscha...
Internationaal jongeren filmfestival
WISKUNDE TSO (informatica ed) : Af...
Spreekbeurt muziek
Gameverslaafd
Naam wijzigen