Jaar van uitgave: 1998
Plaats van uitgave: Groningen
Druk: uit 1998
1ste druk: uit 1983
Aantal pagina=s: 63
Indeling: 16 hoofdstukken
Samenvatting
Het boek vertelt de laatste dag van de Joodse hoofdpersoon Frieda Borgstein. Het boek begint met twee gemeentewerkers die die dag putten leeg moeten pompen, ook voor het tehuis van Frieda. Frieda begint die dag met het verkeerd aan trekken van haar jurk, wat een slecht teken is. Dat gebeurt, omdat ze niet wil dat de overvrolijke zuster komt en haar nog niet aangekleed ziet. Ze denkt terug aan vroeger, aan haar kinderen en man die op het meer altijd gingen schaatsen in de winter. Ook denkt ze aan het weghalen van haar familie door de Duitsers, waarom zij niet werd meegenomen en hoe de Duitsers er achter waren gekomen. Na haar terug denken gaat ze naar de conversatie zaal van het tehuis waar ze samen met de andere bewoners een kop koffie krijgt. Morgen wordt ze vijfentachtig en na veertig jaar wil ze haar verjaardag toch weer vieren en daarom wil ze de bewoners trakteren op gebak. Een medewerkster uit het tehuis wil met haar samen het menu van morgenavond samenstellen, maar heeft het heel druk, omdat er mensen van een commissie langs komen. Ook de directrice heeft het heel druk.
Frieda wil zelf die dag de taart voor morgen halen, maar het is heel slecht weer, het waait en vriest heel hard. Het manusje-van-alles van het tehuis, Ben Abels kent Frieda nog van vroeger, hij werkte in het bedrijf van Frieda en haar man en was heimelijk verliefd op Frieda=s dochter Olga. Hij weet ook wat er gebeurd is met Frieda en is de enige waar Frieda mee praat over de oorlog. Hij raad het af om naar buiten te gaan in dit weer en wilde aanbieden om mee te gaan, maar deed dat niet, omdat hij weet dat ze dat toch niet zou willen. Ook de directrice was het er niet mee eens dat ze er alleen op uit zou gaan, maar was te druk bezig met het hoge bezoek.
Ondertussen zijn de twee gemeentewerkers, Baltus en Verstrijen, bij een put tegenover het tehuis en zetten geen hekken er om heen. Vele bewoners kijken er naar vanuit hun kamers. Vlak voordat Frieda weggaat beseft ze dat al de foto=s van haar familie die ze zat te bekijken er nog lagen en gaat terug naar haar kamer om ze op te ruimen. Als ze ze aan het opruimen is neemt ze ze bij nader inzien mee als ze de taart gaat halen. Ze gaat naar buiten en weet niet via welke kant ze langs het gemeentebusje moet. Uiteindelijk neemt ze de verkeerde kant en valt in de put van Baltus en Verstrijen. Verstrijen probeert haar te redden en verbaasd zich erover dat niemand hem helpt om haar te redden. Het is te laat, ze is dood en Verstrijen heeft zich behoorlijk fel verbrand.
Ben komt als eerste bij de put en herkent een commissielid van vroeger. Het is Hein Kessels die de vlucht van de familie Borgstein had geregeld. Frieda dacht dat Hein bij de Duitsers hoorde en haar en haar familie had aangegeven en dat zij niet mee werd genomen, omdat zij boven was.
Het bleek alleen dat Hein met de fiets kwam en er reed een auto achter hem van de Duitsers. Die hadden het vermoeden dat hij Joden op ging halen en de auto nam de familie mee en is nooit terug gekomen. Het was niet Hein=s schuld, dat Frieda=s familie werd meegenomen en in de val liep.
Analyse
De schrijfster van het boek heeft gebruik gemaakt van een personaal perspectief. Het boek zie je door de ogen van de hoofdpersoon Frieda Borgstein. Het wordt verteld in het verleden, alles wordt achteraf verteld. Het leven van Frieda wordt vertelt met flash-backs en het heden.
Het thema in het boek is de vraag die...![]()
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



