Reinaert de vos
Geplaatst op Zondag 17 november 2002
Samenvatting
| Willem, die Madocke maakte Daar hij dikken omme waakte Hem vernooide zo harde Dat die avonture van Reinaerde In Dietse ongemaket bleven -die Aernout niet hevet vulschreven- dat hij die vite dede zoeken enden hij ze na den Walschen boeken in Dietse dus hevet begonnen. |
Willem, die Madoc maakte wat hem dikwijls z'n nachtrust kostte vond het erg jammer dat van de avonturen van Reinaert niet eerder een Nederlandse vertaling voltooid is: -Aernout heeft haar immers niet afgemaakt- daarom liet hij Reinaert's levensverhaal opsporen en is op grond van Franse handschriften In het Nederlands als volgt begonnen: |
Het verhaal begint…
De koning van de dieren, de leeuw Nobel, had besloten dat er tijdens Pinksteren een hofdag gehouden zou worden. Alle dieren waren aanwezig, op één na: Reinaert. Hij had al zoveel misdaan bij de overige dieren, dat hij alleen nog maar kon rekenen op de steun van zijn neef Grimbeert, de das. Normaal gesproken was de hofdag een gezellig onderonsje, iedereen zag elkaar weer. Je kon gezellig babbelen over koetjes en kalfjes. Maar niet deze keer.Isengrijn, de wolf, beschuldigde Reinaert van allerlei misdaden;
Het verkrachten van zijn vrouw Hersint en de mishandeling van zijn kinderen met als gevolg daarvan de blindheid van twee van zijn kinderen.
Het Franse, bekakte hondje Courtois beklaagde zich erover (in het Frans) dat Reinaert in een koude winter zijn laatste worst had gestolen. Courtois moest wel toegeven dat hij de worst had gestolen van Tibeert de kater.
Pancer, de bever, vertelde hoe Reinaert de haas Cuwaert tot kapelaan op wilde leiden. Hij had Cuwaert gedwongen samen met hem het credo te leren. (Dat was nogal dubbelzinnig, Reinaert had Cuwaert gedwongen seksuele handelingen met hem te verrichten).
Isengrijn drong erop aan dat Reinaert ter dood veroordeeld moest worden. Grimbeert, de das, hield een vurig pleidooi voor zijn oom. Hij vertelde dat Isengrijn zelf ook niet bepaald een lieverdje was, ook was Reinaert kluizenaar geworden. Hij droeg een haren boetekleed en raakte geen vlees meer aan.
Terwijl Grimbeert dit pleidooi hield, naderde er een droevige stoet: de dochter van haan Cantecleer, kip Coppe, was door Reinaert op lelijke wijze te pakken genomen. Reinaert was naar Cantecleer gegaan en had hem verzekerd dat hij het aardse leven vaarwel had gezegd. Cantecleer geloofde Reinaert en was met zijn kinderen buiten de bescherming van het hoenderhof gekomen. Ze waren nog maar net buiten, of Reinaert stortte zich op de kippen. Cantecleer had nu nog maar vier van zijn vijftien kinderen.
De koning was furieus en besloot Reinaert te dagvaarden. Na de begrafenisceremonie van kip Coppe stuurde hij beer Bruun, een van zijn trouwe onderdanen, naar Maupertuus, de burcht van Reinaert. Reinaert was van adel en had het recht drie maal gedagvaard te worden. Bruun kwam na een lange tocht aan bij Reinaert en verkondigde dat Reinaert met hem mee zou gaan naar de koning. Reinaert antwoordde dat hij wel zou willen, maar dat hij teveel had gegeten van een onbekende spijs. Die onbekende spijs waren honingraten, die zijn maag eigenlijk niet kon verdragen. Hij vertelde Bruun, die wel trek had in een lekker maaltje dat er honing te vinden was op het erf van de boer Lamfroit. Reinaert beloofde Bruun dat hij hem zou wijzen waar de honing was, en zo vertrokken ze samen naar boer Lamfroit. Reinaert wees Bruun de gespleten eik, waarin volgens hem de honing zat en waarschuwde hem om niet te gulzig te zijn. Maar Bruun had zo'n trek gekregen dat hij met kop en voorpoten door de gespleten boom heen ging. Bruun zat in de val!!! Reinaert maakte hierover zo'n spottende ophef dat de boer werd gewaarschuwd. Lamfroit trommelde zo veel mogelijk dorpelingen op en ging naar de eik waar Bruun in vast zat. Ook waren de pastoor, zijn vrouw Julocke en de koster erbij. Ze waren gewapend met harken, stokken, bezems en dorstvlegels. Bruun werd helemaal afgetuigd. Hij verloor bij dit ongelijke gevecht zijn oor en zijn wangen. De vrouw van de pastoor, Julocke, gaf Bruun op het laatst nog zo'n harde klap dat Bruun tussen een groepje vrouwen terechtkwam. Vijf van die vrouwen, waaronder Julocke, vielen in een rivier. Bruun kon ontsnappen omdat de pastoor zich alleen maar bekommerde om zijn vrouw; Bruun was op dat moment niet belangrijk meer. Toen Bruun weer op land was geklauterd, werd hij nog door Reinaert bespot. Bruun wist toch nog, al kruipend en schuivend, het hof van koning Nobel te bereiken.
Koning Nobel riep meteen de hoogste edelen bijeen voor een spoedoverleg. Nobel besloot dat hij toch het reglement moest eerbiedigen; Reinaert wás van adel en had dus het recht om drie keer een dagvaarding te krijgen. Nobel besloot toen om Tibeert, de kater, als bode naar Maupertuus te sturen.
Tibeert had wel de reputatie wijs en voorzichtig te zijn, maar dat bleek niet waar te zijn... Reinaert beloofde de kat dat hij mee zou gaan naar het Hof. Tibeert zag geen bezwaren. Reinaert stelde voor dat Tibeert zou blijven overnachten, en dat hij ook bleef eten. Reinaert beweerde dat hij een plek kende, waar heel veel lekkere vette muizen rondliepen. Tibeert liep in de val van Reinaert, zo gingen ze samen op weg naar de lekker muizen die Reinaert aan Tibeert had beloofd. De muizen leefden in de schuur van de pastoor. Reinaert wist waar de pastoor een strik had gespannen. Reinaert had namelijk kortgeleden een haan van de pastoor te pakken gekregen. Reinaert zorgde ervoor dat Tibeert vast kwam te zitten in de strik. Tibeert maakte zo'n kabaal dat de bewoners werden gewekt. De bewoners gingen de arme Tibeert te lijf en probeerden hem te vermoorden. Tibeert wist, gelukkig voor hem, te ontkomen door de pastoor in zijn geslachtsdeel te bijten. Julocke, de vrouw van de pastoor, bekommerde zich nog het meest om het feit dat de pastoor nu waarschijnlijk nooit meer zin zou hebben in het liefdesspel. Tibeert bereikte het Hof, ook zwaar gehavend.
Niemand was nog bereid Reinaert zijn laatste dagvaarding over te brengen. Alleen Grimbeert, zijn neef en advocaat, had er nog genoeg moed voor. Hij vertrok naar zijn oom. Hij slaagde er uiteindelijk in zijn oom te overtuigen mee te gaan naar het Hof van koning Nobel. Reinaert nam afscheid van zijn vrouw Hermeline en zijn kinderen Reynaerdine en Rossel. Tijdens de reis naar koning Nobel biechtte Reinaert al zijn zonden op: hij had Bruun en Tibeert te grazen genomen, Cantecleer van zijn kinderen beroofd, Isengrijn op verschillende manieren gekweld. Hij beloofde ook beterschap en vroeg of Grimbeert hem kon kwijtschelden van zijn zonden. Omdat de doodstraf boven het hoofd van Reinaert hing, vroeg hij om de lekenbiecht. Als iemand op het punt stond te sterven, mocht iedere leek de biecht afnemen. Als boetedoening gaf Grimbeert zijn oom met een twijgje veertig slagen Dat was een erg milde straf. Daarna nam de das de lekenbiecht af. Grimbeert had echter grote moeite om zijn oom in bedwang te houden, toen ze langs een nonnenklooster liepen. Daar waren namelijk vette ganzen en kippen. Grimbeert werd boos op zijn oom en vertelde hem dat hij net gebiecht had en nu alweer wilde zondigen; Reinaert toonde berouw van zijn zonden, en ze gingen verder.
Aan het hof werd Reinaert beschuldigd door iedereen. De koning was reeds overtuigd en veroordeelde Reinaert tot de gal. De naaste verwanten van Reinaert wilden hierbij niet aanwezig zijn en vertrokken. De grootste vijanden van Reinaert, Isengrijn, Bruun en Tibeert, maakten de galg klaar voor gebruik. Reinaert hield een schuldbekentenis vol zelfbeklag. Maar daarna kwam de sluwe vos met een slim plan op de proppen. Hij vertelde dat zijn vader op een...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



