Massamedia, Hoofdstuk 1 t/m 7
Geplaatst op Maandag 24 februari 2003
Hoofdstuk 1: Communicatie, informatie en massacommunicatie.
- Communicatie: Een doorlopend proces waarbij een zender bedoeld of onbedoeld een boodschap(informatie) overbrengt aan een ontvanger.
- Zender: Degene die informatie overbrengt/ meedeelt.
- Ontvanger: Degene die de boodschap van de zender krijgt.
- Eenzijdige informatie: De zender geeft een bericht door aan een ontvanger. De ontvanger reageert niet op de boodschap. (vb. hoorcolleges, krantenartikelen, tv-uitzendingen)
- Feedback: Als zender en ontvanger met elkaar kunnen communiceren. (tegelijk zender en ontvanger).
- Meerzijdige communicatie: De zender krijgt van de ontvanger feedback. (vb. een gesprek)
- Verbale communicatie: Dit is communicatie door middel van zowel gesproken als geschreven woorden. (vb. gebarentaal, signalen van de politie.)
- Non-verbale communicatie: Dit is communicatie zonder woorden. (vb. schouders op trekken, gevoelens uitdrukken)
- Directe communicatie: Dit is communicatie zonder (technische) hulpmiddelen. (vb. gesprek, samen muziek maken)
- Indirecte communictie: Dit is communicatie met behulp van technische hulpmiddelen. (communicatiemedia) (vb. telefoongesprek, e-mail)
- Effectieve communicatie: Dat de combinatie van verbale en non-verbale communicatie goed gebruikt is. Dit speelt een grote rol bij audiovisuele informatie. (vb. bij een begrafenis treurige muziek en close-ups van de gelaatsuitdrukkingen van de mensen.)
- Referentiekader: Het geheel van kennis, ervaringen en verwachting dat mensen hebben. De '' gekleurde '' bril.
- Communicatiestoornis krijg je als mensen iets totaal anders interpreteren.
- Socialisatie: Het proces waarbij de mens voorbereid word op een rol in de maatschappij
- Twee betekenissen van informatie: nieuws en kennis.
- Nieuws: datgene dat wetenswaardig is.
- Kennis: datgene dat iemand weet.
- Drie voorwaarden om iets tot nieuws te maken:
- Uitzonderlijk zijn.
- Een zekere samenhang vertonen met andere feiten.
- Er moet een zekere voorkennis zijn.
- Massacommunicatie:
- Gericht op '' publiek ''.
- Openbaar.
- (meestal) Eenzijdig.
- Indirect.
- Openbaarheid.
- Ontvanger heeft weinig invloed op de zender.
- Massamedia: Massacommunicatie dat wordt verspreidt met technische middelen.
Hoofdstuk 2: De betekenis van de massamedia.
- Vier taken van de massamedia:
- Ze kunnen leveranciers van informatie zijn.
- Ze kunnen opinies en gedrag beïnvloeden,
- Ze kunnen kennis en inzicht vegroten.
- Ze kunnen verstrooiing bieden.
- De functies van massamedia die gevolg hebben voor de gehele samenleving:
- Overdracht van cultuur.
- Blikverruiming.
- Overdragen van kennis en informatie.
- Informatie- en kennisoverdracht tussen overheid en burgers.
- Uitwisseling van meningen. (meningsvorming)
- Twee definities van cultuur:
- Cultuur is het geheel van normen, waarden gewoonten en gebruiken van een volk of een groep.
- Cultuur is kunst.
- Normen: Dit zijn regels voor het gedrag.
- Waarden: Dit zijn opvattingen over wat goed, mooi, belangrijk en nastrevend is.
- Vooroordelen: Dit zijn negatieve oordelen, op basis van gebrek aan kennis.
- Stereotypen: Dit zijn clichébeelden.
- Twee manieren waarop de massamedia de meningsvorming beïnvloed:
- De massamedia bepaalt voor een deel waarover de mensen praten/ denken. De publieke agenda.
- De massamedia kunnen mede bepalen hoe erover gepraat/ gedacht wordt.
- Homo typograficus: de mens die kennis uit boeken moest opdoen.
- Homo electronicus: de mens die vooral zijn kennis uit de elektronische media haalt.
- Kanttekeningen bij de functies van massamedia:
- De meeste media zijn marktgericht.
- Bij de media is er meestal sprake van eenzijdige communicatie.
- Voor hun nieuwsvoorziening zijn pers en omroep gedeeltelijk afhankelijk van persbureaus. ...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



