De slag om de Blauwbrug
Heijden, A.F.Th. van der
Geplaatst op Woensdag 03 januari 2001
A.F.Th. van der Heijden, De slag om de blauwbrug, Amsterdam: Querido 1986, 123 pag.
Fabel
Het boek speelt zich af in de nacht van 30 april 1980. Een belangrijke dag, en niet alleen omdat de koningin gekroond wordt. Albert Egberts wordt op die dag dertig jaar. Albert is verslaafd aan heroïne. Hij houdt zich in leven door geparkeerde auto's open te breken met een schaar. Deze nacht lukt het slechts één keer, in een invalidenauto. Albert heeft vele korte flashbacks. Zo doet de auto hem denken aan een joyride met jeugdvriend Felix (Flix) Boezaardt en denkt hij door een plotseling opduikende hond aan zijn oom Egbert Egberts, die assistent was bij het africhten van politiehonden.
Wanneer Albert zich in een rij wachtenden op een taxi bevindt, dwalen zijn gedachten af naar zijn jeugd. Hij komt tot de conclusie dat hij in wat zijn actiefste periode van zijn leven had moeten zijn, 20 tot 30 jaar, niets bereikt heeft. Als hij vooraan staat laat hij zich naar het ziekenhuis brengen, waar hij Susan (Sux) Cox wil ontmoeten. Hij gaat met haar naar het café, waar zij zich dronken zuipt en hij weer flashbacks krijgt.
Buiten klinkt een hoop rumoer. Gedreven door zijn nieuwsgierigheid laat Albert zich naar het centrum drijven. Hij belandt midden in een demonstratie, waarvan het doel voor hem onduidelijk is. De spanning loopt op. Albert raapt een stoeptegel op. Hij voelt dat dit dé kans is om de bewegingsloosheid van zijn leven te doorbreken. Wanneer hij de steen gooit, geeft hij nog enige zin aan zijn leven. Maar hij gooit niet.
Albert vlucht een café binnen en ziet dat de demonstranten de slag om de Blauwbrug van de M.E.-ers winnen. In het café beseft hij het absurde van de hele situatie. De kroning op televisie, de vechtparijen en zijn bewegingsloze leven…
Thema en motieven
Het thema van deze roman is leven in de breedte. Albert wil tegenover de snelle wereld van nu, waar gebeurtenissen elkaar tijdrovend opvolgen, zoveel mogelijk van het moment genieten. Hij wil het heden zo lang mogelijk laten duren. Ik citeer blz. 69: "Steeds als ik de gelukzalige stilstand, de impotentie en de droom had verlaten om te bewegen, de wereld binnen te gaan en een daad te stellen, was ik uit het zadel geworpen." Met deze woorden geeft Albert aan dat hij wel geprobeerd heeft om het leven in de breedte te doorbreken, maar dat het simpelweg niet meer lukt. Hij kan zich niet meer losmaken van deze levensvorm; het is té bevredigend voor hem.
Een motief voor het leven in de breedte is zijn heroïne verslaving. Door het gebruik van drugs verloopt de tijd voor zijn gevoel langzamer en daardoor kan hij meer van het moment genieten en duurt het heden dus 'langer'.
Een ander motief is de...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



