Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
Helden
Geplaatst op Zaterdag 04 augustus 2001


Opdr 1

1. 
2. 
3.  Voorgrond: 1, 2 en 3.
Achtergrond: 4, 5 en 6.
Fig. 1: Beide voeten op de grond, naar rechts gedraaid, en hoofd en rechterarm ook naar rechts gedraaid. De andere arm hangt langs het lichaam. Schouders en rechterbeen onbedekt. Hoofd naar de hoge arm, de aandachtstrekker.
Fig. 2: Naar beneden kijkend. Twee voeten op de grond en uit elkaar en de armen langs het lichaam (lusteloos).
Fig. 3: Armen hangen naar beneden en hij draagt een sleutel. Benen wijdt uit elkaar. Kijkt naar het niets, staart voor zich uit. Gezicht staat strak en naar beneden, gerichte mondhoeken. Deze figuur lijkt de toeschouwers niet te zien. Net als fig. 2 lijkt de zwarte plooival van de kleding hem naar de grond te trekken.
Fig. 4: Armen wijdt uit elkaar, gezicht kijkt besluiteloos naar links. Het beeld heeft de benen in een loophouding. Zijn kleding hangt slap naar beneden.
Fig. 5: Steunt met zijn rechterarm op een ander. Heeft zijn vingers wat uit elkaar. Kijkt helemaal in het niets, staart gewoon voor zich uit. Heeft zijn benen in de loophouding.
Fig. 6: Grijpt met zijn handen naar zijn hoofd, net alsof hij zorgen heeft. Loopt helemaal gebukt, met zijn hoofd gebogen.
4.  Angst, besluiteloosheid en lusteloosheid.
5.  Vrolijkheid: Stress:
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
5. 
6.  Wel goed, hij geeft de uitdrukkingen op de gezichten en de houdingen van het lichaam goed weer. Hij heeft ze ook sombere kleuren gegeven, waardoor het geheel ook somber lijkt. Hij laat de mensen ook op blote voeten lopen, zodat het nog erger lijkt wat die mensen door moeten maken. Het beeld past goed bij het doel waarvoor het gemaakt is, hij heeft dus wel goed voldaan aan de opdracht.
7.  Dan kun je zijn beeld niet zo goed bekijken, en de uitdrukkingen van het lichaam en het gezicht kun je niet zo goed zien. Ik denk dat hij vond dat zijn beeld zo niet goed tot zijn recht komt. De figuren zij iets groter dan levensecht. Op de grond kun je je beter identificeren dan op een sokkel.

Opdr 2.

1. -
2.  Een man, breed en grof. Armen met kracht naast het lichaam. Stevige stappen makend. Ernstige gezichtstrekken.
3.  Agressief, hij is nogal kwaad kijkend afgebeeld, dit veranderd weinig van mijn standpunt, het blijft altijd nog groot en agressief.
4.  Brons gebruikt.
5. Een protest van arbeiders en andere anti- Duitsers tegen de voorstanders van Hitler.
6.   Ja, ik denk het wel, omdat je nu het doel weet. Het beeld is nu een soort symbool, die de mensen steeds weer doet denken aan de moedige dokwerkers.
6.   Frits de Zwerver (dominee Slomp) in het Heemserbos. Het is een borstbeeld, wat Frits de Zwerver voorstelt. Hij heeft kort haar, wat heel slordig zit, verder heeft hij het gezicht van een normaal iemand, met weinig bijzonderheden.
Nergens hier in de buurt in de bibliotheek hebben ze dat boek, dus ik kan niet kijken welk beeld ik het meest geslaagd vind.

Opdr 3.

1.   -
1.   a. Wel een goed verhaal, je zou niet verwachten dat David Goliath zou kunnen verslaan.
b.   David is een goede held, hij heeft echt wat gedaan voor de mensen, hij is een verdediger van een goede zaak. Maar qua uiterlijk is hij klein en makkelijk te overwinnen. Hij behoort tot een morele held, omdat hij een goede zaak heeft gedaan, en tot de listige helden, omdat hij de zwakke plek van de tegenstander kon raken, en verder zou hij ook nog behoren tot de onoverwinnelijke goden, omdat hij zijn vijand heeft verslagen.
a.   ‘David overwon de Filistijn, hij won met slinger en steen; dodelijk trof hij de Filistijn, een zwaard had hij niet nodig.’ (regel 119-120)
a.   David: Een kleine dunne jongen, die er als een slapjanus uit ziet.
Goliath: Groot en grof gebouwd, die er als onoverwinnelijk uit ziet.
e.   Ik zou het moment kiezen, als David Goliaths hoofd eraf sloeg, dat was het belangrijkste gedeelte van de strijd. Ik zou dat zo afbeelden: David staat met één voet op Goliath en dan is het hoofd er al af en staat hij met z’n zwaard in de lucht en hij heeft met z’n beide handen het zwaard vast.
a.   Goliath daagt de Israëlieten uit:

David bij Goliath:

David verslaat Goliath:

De Israëlieten gaan achter de Filistijnen aan:

g.   De kleine winkelier die moet opboksen tegen een grote supermarkt, of de strijd van een milieu- organisatie tegen een machtige projectontwikkelaar.
a.   Ze halen verwijzingen/spreekwoorden enzovoort uit de bijbel. Er zijn uitdrukkingen uit de bijbel geleend. De bijbel is een inspiratiebron voor schilders en beeldhouwers. Belangrijke schrijvers zijn beïnvloed door de bijbel. Veel mensen vinden de bijbel een meesterwerk. De bijbel zegt veel mensen wat. De bijbel wordt internationaal gelezen, is al eeuwen oud en in ontzettend veel talen vertaald. In veel landen wordt er een hoge waarde aan de bijbel toegekend. Voor de lezer is het verder een herkenbaar en geliefd thema. In veel films enzo. gaat het vaak over schijnbare kansloze figuren, die tegen een machtige tegenstander gaat vechten.

Opdr 4

1.   -
1.   Ze hebben allemaal het gevecht van David en Goliath afgebeeld, en David is vooral naakt. Alleen zijn die van Michelangelo en Bernini van marmer, en die van Donatello is van Brons.
1.   Michelangelo: Voor het gevecht.
Donnatello: Na het gevecht.
Bernini: Tijdens het gevecht.
4.   Michelangelo: Hij toont aan, hoe relaxed David is als hij voor Goliath staat, David staat er ook nonchalant bij, met de slinger over de schouder en de armen losjes langs het lijf. Verder toont Michelangelo het relaxte gedrag van David door de frons op zijn gezicht.
Donnatello: David heeft al overwonnen, hij is de grote winnaar. David staat heel voldaan bij het hoofd van Goliath. Dat toont Donnatello, doordat zijn gezicht op onweer staat, en je de aanwezigheid van de vijand voelt.
Bernini: Dat is het hoogtepunt, dan gaat alles nog gebeuren. David staat er heel kwaad kijkend bij, hij is zo verbeeld, dat hij bezig is om een slinger te maken, je kunt ook zien dat hij kracht zet, al zijn spieren zijn gespannen.
5.Michelangelo: 1501-1504, Donatello: 1425-1430, Bernini: 1622-1630. Ze idealiseerden hun beelden, ze maakten ze beter dan wat ze in werkelijkheid waren.
6.Dat boek is hier nergens in de buurt in de bibliotheek te vinden, dus dan kon ik het niet opzoeken.

Opdr. 7.

1. –
2. -
3. Geëngageerd maatschappelijk cabaret.
1.   Ja, Hij is eigenlijk tegen de koningin, terwijl veel mensen voor de koningin waren, en die storen zich eraan.
0 Reg. 6: Veel mensen vinden het leuk om die mensen te zien.
0 Reg. 7: De meeste mensen vinden Juliana wel aardig.
0 Reg. 8: De meeste vinden dat je Juliana niet zomaar mag verwerpen.
0 Reg. 17: Juliana is geen arme.
0 Reg. 18: Ze vinden het niet goed, om Juliana van de troon af te douwen.
0 Reg. 26: Juliana kan best wat van stoomgemalen snappen.
0 Reg. 27: Juliana is geen koe.
0 Reg. 29: Er is niet veel loos aan Juliana.
0 Reg. 34: Juliana is niet altijd slecht gekleed.
0 Reg. 48: Juliana veegt haar gat denk ik niet af aan een duizendguldenbankbiljet.
1.   Nee, er is wel wat sympathie, hetzelfde als voor z’n eigen moeder, alleen vinden sommige mensen dat niet een echte sympathie.
1.   Bij het zingen worden sommige dingen wat meer benadrukt, dan kun je er goed uithalen wat belangrijk in het lied van de zanger is.

Opdr. 8.

1. 
2. Overeenkomsten: Verschillen:
- Beide als een soort belangrijk persoon (statig).

- Napoleons hoofd is realistischer.
- Beide zijn staatsportretten.

- Beatrix glimlacht, en Napoleon niet.
- Beatrix kijkt naar voren, en Napoleon opzij.
- Beatrix is gewoner afgebeeld.
- Ander materiaalgebruik, andere vorm en een ander doel.

3. Als een naakt figuur, met het lichaam van een getrainde sportman. In de Klassieke Oudheid werden zo mannen en goden gemaakt. Verder zag Napoleon zichzelf als heerser van het nieuwe ‘Romeinse Rijk’. Napoleon wou ook graag een Grieks Godheid zijn.
4.   20ste eeuw:
Beatrix ziet eruit als een goed heersende koningin, die veel vrolijk uitstraalt. Verder is ze altijd netjes gekleed. Ze wordt goed weergegeven, ze staat er overal goedlachs op. Beatrix is gewoon overal goed weergegeven. Napoleon zit eruit als een sterke heersende man, met veel macht. Al is Napoleons beeld wel erg verheerlijkt, want in het echt ziet hij er niet zo uit, en Beatrix is wel echt verbeeld, zoals ze in het echt is.
Rond 1800:
Beatrix zit er helemaal niet goed uit, ze straalt helemaal geen gezag uit naar het volk. Bovendien staat ze er veel te gewoon op, dat laat niet zien dat ze macht of roem heeft, dat is erg slecht voor haar reputatie. Ook staat ze nergens helemaal op, en dat hoort niet want een staatshoofd hoort er helemaal op te staan, want dan oefent ze meer gezag uit op het volk. Napoleon daarentegen staat er geweldig op, hij is geweldig verbeeld, en hij straalt echt macht uit. Verder is hij erg goed om te zien, en hij lijkt ontzettend veel op de goede god Mars, dat vind ik echt geweldig bij zo’n beeld. Napoleon staat er gewoon zo op, zoals een staatshoofd verbeeld hoort te zijn.
5. -
6. Het heftige heeft wel wat weg van het leiderschap van de held. En het rustige als een gewoon mens, die sterk, daadkrachtig, gevoelig, vrolijk en vriendelijk is.
7. Het...







Reacties

Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.