Leonardo da Vinci
Geplaatst op Zondag 26 augustus 2001
Leonardo da Vinci
Zijn leven en werk als ingenieur en schilder
Op 15 april 1452 werd Leonardo da Vinci in het heuvelachtige Toscanië geboren. Hij is vooral bekend geworden om zijn onsterfelijke kunstwerken, waarvan de beroemde 'Mona Lisa' de bekendste is en in het Parijse Louvre jaarlijks talloze bezoekers lokt. Maar Leonardo was niet alleen een begaafd kunstenaar die tekende, schilderde en beeldhouwde. Hij was ook een zeer veelzijdig wetenschapsman, die zijn tijd ver vooruit was.
1. LEONARDO'S LEVENSBESCHRIJVING
1.1 De kinderjaren
Op 25 april 1452 werd in het stadje Vinci, temidden van de Toscaanse heuvels, het veelzijdigste genie van de renaissance en misschien wel van alle tijden geboren: Leonardo. Hij was het onecht kind van een vrouw waarover vrijwel niets bekend is, noch haar achternaam, noch haar uiterlijk, haar leeftijd, haar intelligentie of haar ontwik-keling. Zij was enkel gekend als Caterina, waarschijnlijk een boerendochter of dienster in een herberg. Over Leonardo's vader, ser Pietro da Vinci weten we heel wat meer. Hij was notaris en behoorde tot de voorname burgerklasse der landeigenaren. Hij werd 77 jaar oud, had 4 echtgenoten waarvan 3 voor hem stierven en 1 hem overleefde en verwekte 12 kinderen, het laatste toen hij 75 was. Bij de geboorte van de kleine Leonardo zal vader da Vinci ergens midden de twintig geweest zijn. Bastaardij was tijdens de Renaissance een zeer normale zaak en Leonardo werd dan ook door zijn vader erkend en in diens aanwezigheid gedoopt. De eerst vier jaren van zijn leven bracht Leonardo door bij een boerengezin uit de streek, maar daarna werd hij in het huis van zijn vader opgenomen. Vader en zoon zijn nooit echt intiem met elkaar geweest; vele jaren later toen zijn vader stierf, noteerde Leonardo zo kort mogelijk in een van zijn notitieboeken: "Op 9 juli 1504, 's woendags om zeven uur, stierf Ser Pietro da Vinci, notaris aan het hof van de Podesta, mijn vader, om zeven uur. Hij was 80 jaar oud en liet 10 zoons en 2 dochters achter."
Leonardo heeft dit blijkbaar verstrooid neergekrabbeld: hij herhaalde "7 uur" en maakte zijn vader 3 jaar ouder dan hij was. Van zijn jongensjaren in Vinci weet men slechts heel weinig af. Hij kreeg de gebruikelijke opvoeding voor een jongen van goeden huize: lezen, schrijven, rekenen en wat Latijn. Met dit laatste heeft Leonardo zijn hele leven last gehad, hij kreeg het nooit helemaal onder de knie en had daarom heel wat last met het begrijpen van boeken die in het Latijn geschreven waren. Zijn handschrift is heel bijzonder: het loopt van rechts naar links over de bladzijde en de letters staan de verkeerde kant op. Zelfs met een spiegel is het moeilijk te ontcijferen. Leonardo's bizarre geschrift is waarschijnlijk te verklaren door het feit dat hij linkshandig was en op die manier gemakkelijker en sneller kon schrijven. Wanneer hij iets opschreef wat andere mensen nog moesten lezen, schreef hij meestal normaal.
1.2 De jongeman
Hoe ze ook tegenover elkaar stonden, Leonardo's vader zag wel in dat zijn zoon talent had en toen de jongen 15 jaar was, gaf hij hem de toestemming om in Firenze leerling te worden van Andrea del Verrocchio, een zeer talentvol beeldhouwer en schilder. Leonardo had blijkbaar een zeer goede relatie met zijn leermeester, want ook nadat hij was opgenomen in het St.-Lucasgilde bleef hij bij Verrocchio wonen. In Firenze kon hij ook veel van zijn voorgangers bewonderen, zoals Donatello en Ghiberti en hij leerde er heel wat mensen kennen die bedreven waren in allerlei wetenschappen. Hij stond echter niet op goede voet met de Medici, de bestuurders van Firenze, bij wie hij bekend stond als "briljant, veelzijdig, maar treuzelend en onbetrouwbaar zodat hij best half werk kon laten".
In die tijd begon hij zijn eerste wetenschappelijke werken zoals zijn plan om de Arno tot een bevaarbaar kanaal van Pisa tot Firenze te maken en zijn talloze ontwerpen voor koren- en andere molens en voor machines die door waterkracht zouden kunnen worden aangedreven.
1.3 Leonardo wordt onafhankelijk
In 1476 begon Leonardo een eigen atelier en kreeg hij zijn twee eerste onafhankelijke opdrachten Het was Leonardo's gewoonte om door de straten van Firenze te dwalen, op zoek naar mooie, lelijke of opvallende gezichten. Hij was soms zo opgetogen als hij merkwaardige gezichten zag, dat hij iedereen die zijn aandacht trok een hele dag kon volgen en daardoor zo'n duidelijke voorstelling van hem kreeg, dat hij thuis de kop tekende alsof de man lijfelijk voor hem stond. Hij had ook altijd een schetsboek bij zich, waarin hij allerlei dingen schetste. In die jaren begon hij ook met taferelen die in veel van zijn schilderijen zouden terugkeren, zoals de tegenstelling tussen het hoofd van een oude, eens krachtige man en een jongen met zachte en vrouwelijke trekken. Zo maakte hij ook verschillende schetsen van de heilige Hieronymus.
1.4 Leonardo in Milaan
Waarschijnlijk meende Leonardo dat hij in Lodovic Sforza ;van Milaan een betere beschermheer zou vinden dan in de Medici en daarom schreef hij hem een brief waarin hij zijn interesse en uitvindingen op militair domein uitlegde. In 1482 kwam hij dan naar Milaan, hoewel Sforza eigenlijk weinig interesse had voor Leonardo's uitvindingen en ze vooral gebruikte om ze op feestjes ten toon te stellen aan zijn gasten. De eerste opdracht die Sforza aan Leonardo gaf was het bouwen van een reusachtig paard, waarmee deze meer dan 16 jaar bezig was. Het paard is nooit klaargekomen.
Gedurende de tijd dat Leonardo bij Sforza verbleef, overspoelde hij hem met projecten, maar Lodovico bekeek zijn plannen maar amper en gebruikte Leonardo om op zijn hoffeesten de luit te bespelen, te zingen en toneelrequisieten te ontwerpen. In die tijd maakte hij verschillende ontwerpen en schilderijen zoals bijvoorbeeld Het laatste avondmaal. In 1499 deed Karel VIII een aanval op Milaan en werd Sforza als gevangene naar Frankrijk gevoerd. En Leonardo keerde terug naar Firenze.
1.5 Leonardo weer in Firenze
Na de vernietiging van Sforza's kasteel ging Leonardo weer naar Firenze, waar hij intussen als begaafd kunstenaar werd erkend en heel wat schilderijen maakte in opdracht van particulieren of voor de kerk. Intussen breidde Leonardo's faam zich uit in heel Italië en in Venetië kwam het Cesare Borgia ter ore dat Leonardo da Vinci grote kwaliteiten bezat op het gebied van wapenkunde. Zo kwam het dat Leonardo in 1502 en 1503 gedurende acht maanden dienst nam als militair adviseur bij Borgia, één van de wreedste en verradelijkste tirannen van de Renaissance.Tijdens zijn veroveringenen riep Cesare de hulp van Leonardo in als architect en hoofdingenieur. Leonardo tekende kaarten, maakte schetsen van kanalen en grondplannen voor het fort van Urbino. Nadat Borgia één van Leonardo's vrienden op laffe wijze had vermoord, bood die zijn ontslag aan en vertrok terug naar Firenze.
Daar werkte hij voort aan zijn schilderijen en zijn boek "De verhandeling over de schilderkunst" In 1506 werd de toen 54-jarige Leonardo uitgenodigd aan het hof van Charles d'Amboise en Karel VIII, de toenmalige koning van Frankrijk. Daar bleef hij de volgende zes jaar en hij had het er blijkbaar wel naar zijn zin, de Fransen lieten hem grote vrijheid bij zijn werkzaamheden en gaven hem nooit directe bevelen. Tegen 1508 liep Leonardo's schildersloopbaan ten einde hoewel hij nog meer dan 10 jaar te leven had en op zijn zestigste maakte hij plannen voor zijn laatste beeldhouwwerk, een enorm ruiterstandbeeld dat echter nooit werd opgericht.
1.6 Het einde
In september 1513 vertrok de vermoeide, 61-jarige, Leonardo naar Rome, waar hij vertrekken in het Vaticaan kreeg toegewezen samen met een kleine vergoeding, net genoeg om van te leven. In Rome werd hij ook ziek en kreeg een lichte beroerte, maar niet ernstig genoeg om hem zijn wetenschappelijke bezigheden te doen opgeven. Toen hij 62 was, maakte hij het enige zelfportret dat er van hem...
Reacties
| ||||||||



