Le pronom personnel
Geplaatst op Donderdag 30 augustus 2001
le pronom personnel complément d’objet direct( COD)
luisteren naar écouter On l’écoute.
houden van aimer Je les aime.
kijken naar regarder Vous le regardez?
wachten op attendre Tu l’attends
meegaan met accompagner On les accompagne.
trouwen met épouser Ric l’épouse.
Le pronom personnel complément d’objet indirect (COI)
gehoorzamen obéir à Je leur obéis.
weerstaan résister à On leur résiste.
opbellen téléphoner à Tu lui téléphones?
opvolgen succéder à Luc lui succédera.
Le pronom personnel tonique
moi toi lui soi elle nous vous eux elles
↓
‘on’-groep
een beroep doen op en appeler à
te maken hebben met avoir affaire à
een beroep doen op faire appel à
wennen aan habituer à
denken aan penser à
opppassen voor prendre garde à
een beroep doen op recourir à
afzien van,opgeven renoncer à
denken aan songer à
gehecht zijn aan tenir à
zich richten tot s’adresser à
zich toevertrouwen aan se confier à
zich verzetten tegen s’opposer à
naderen s’approcher de
twijfelen aan douter de
trots zijn op être fier de
spotten met,uitlachen se moquer de
zich bezighouden met s’occuper de
spreken over parler de
klagen over se plaindre de
profiteren van profiter de
zich herinneren se souvenir de
Résumé des pronoms...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



