De val
Minco, Marga
Geplaatst op Zondag 18 november 2001
Een joodse vrouw, genaamd Frieda Borgstein, woont in een bejaardentehuis. In WO II zijn haar man en kinderen opgepakt. De man van Frieda had voor de oorlog een kantoor. Toen de Duitsers Nederland bezet hadden, wilden Frieda en haar gezin naar Zwitserland vluchten. Hein Kessels zou hun naar Zwitserland brengen. Toen het gezin in de gang klaarstond om te vertrekken ging Frieda nog even een vestje halen voor haar dochter. Boven treuzelde ze even en toen hoorde ze mannenstemmen in de gang, rende naar beneden, struikelde en viel. Toen ze in de gang kwam waren ze al weg.
Sinds die dag heeft ze haar verjaardag niet meer gevierd. Ze denkt nu liever terug aan de laatste keer dat ze haar verjaardag met haar gezin had gevierd. Ze heeft al die tijd heel bewust met de doden geleefd. Ze wilde nooit de stad verlaten waar haar gezin had gewoond. Daarom wil ze ook niet hertrouwen. Als ze gaat wandelen neemt ze een portret van haar man mee. Maar al dit maakt haar niet tot een negatieve vrouw, ze houdt van het beginnen van elke dag.
Er is eigenlijk maar een mens aan wie Frieda haar vertrouwen schenkt: Ben Abels, de klusjesman van het bejaardentehuis. In 1938 kwam hij als zeventienjarige jongen bij de man van Frieda op kantoor werken. Hij overleefde de kampen, vluchtte de wereld rond totdat hij ergens zijn kampbeul tegenkwam en keerde terug naar Nederland.
De gebouwen tegenover het bejaardentehuis zijn op de stadsverwarming aangesloten. De gemeentewerklui Baltus en Verstrijen moeten het door de buizen verwarmde grondwater uit de putten pompen. Zij hebben niet erg veel zin in hun werk. Baltus is een luilak en Verstrijen kan de moeilijkheden die hij thuis heeft niet van zich...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



