De verdeling van arbeid : een verkenning van de arbeidsmarkt voor hulp- en dienstverleners
Werf, Siep van der
Geplaatst op Zondag 27 oktober 2002
Hoofdstuk 2
- Arbeidsethos
- de betekenis die mensen aan werk toekennen
- Waarom werken we
- geld, structuur, waardering en status, ontplooiing, contacten en sociale verbanden
- Betaalbaarheid
- beroepsbevolking – niet werkzame deel van de bevolking
- Beroepsbevolking
- ± 5 miljoen mensen werken
- Niet werkenden
- ± 250.000 werklozen, ± 1 miljoen WAO’ers
- Rubin
- volgens Rubin zijn er 3 fases in de reacties van werkloosheid
fase 1 : geschoktheid, ontkenning, overtuiging dat het een tijdelijke zaak is
fase 2 : bezorgdheid, passiviteit, angst, doelloosheid
fase 3 : depressie, onzekerheid, - Maslow
- werken voor zelfontplooiing
Hoofdstuk 3
- I/A ratio
- alles moet betaalbaar zijn
- Werkloosheid
- inschrijving arbeidsbureau, uitkering
- Vermaatschappelijking
- scheiding thuis en werk, discipline, werk in de publieke sfeer
- Werk in publieke sfeer
- verschillende partijen (overheid, werkgeversorganisaties, werknemerorganisaties) zijn betrokken bij de totstandkoming van het loon
- Arbied
- alle menselijke activiteiten welke voor derden wordt verricht tegen een financiële vergoeding
Het verrichten van bezigheden die nut hebben voor jezelf of omgeving - Kostwinnerschap
- door de vermaatschappelijking verandert de positie van de vrouw, dubbele belasting, verandering in kostwinnerschap
- Formele arbeid
- formeel betaald : arbeid in loondienst, formeel onbetaald : vrijwilligerswerk
- Informele arbeid
- informeel betaald : zwart werk, informeel onbetaald : huishoudelijk werk
- Arbeidsdeling
- specialisatie, kosten beheersing (Business Process Redisign)
- Toyotisme
- terug naar de kernactiviteiten, voor andere activiteiten mensen inhuren
- Taylorisme
- scientific management, scheiding tussen denken en doen, bedenken en uitvoeren, wetenschappelijke benaderingen
- Fordisme
- taken rouleren, werkplekbinding, discipline, welvaart en moraliteit,
- Philiperitus
- werknemers worden gebonden aan het bedrijf : PSV, leningen, woningen, ontspanning, politie, etc.
Hoofdstuk 4
- Overleg economie
- minimumloon, basisstelsel
- Nieuwe economie
- groei van aantal procenten, meer tijd, 10 jaar groei
- Oude economie
- pieken en dalen, 3 jaar groei, daarna minder
- Krapte
- spanning tussen de mensen die zich aanbieden en de vraag naar werk, meer vraag dan aanbod, weinig werkloosheid, economie groeit niet, goed voor individuele werknemers, er is relatief weinig aanbod van arbeidskrachten, er is veel vraag naar arbeid
- Economische sectoren
- primair : natuurlijke hulpbronnen,
secundair : industrie en nijverheid,
tertiair : dienstverlening, quartair : niet commerciële dienstverlening - Geleide economie
- de overheid bemoeit zich met de economie
- Vrije economie
- de overheid bemoeit zich niet met de economie
- Economische groei
- men heeft meer te besteden, kosten van de overheid nemen af, groot verschil tussen rijk en arm
- Toenemende productiviteit
- kosten per werknemer worden minder, meer stress, kwaliteit neemt af
- Flexibilisering
- er wordt meer gewerkt per uitzendbureau, personeel inzetten wanneer ze willen, minder zekerheid
- Frictie
- vraag en aanbod werkt niet meer
- Inflatie
- waardevermindering van het geld prijzen, btw stijgen, rente hoger, beurzen zijn gedaald, invoering euro
- Stagflatie
- economische groei + inflatie
- Poldermodel
- lage belasting voor het bedrijfsleven, lage lonen à meer banen creëren, kan alleen als het met de economie goed gaat
Hoofdstuk 5
- Werkloos
- je staat ingeschreven voor een baan van meer dan 12 uur per week, je staat geregistreerd als werkzoekende
- Netto participatie
- werkzame beroepsbevolking gedeeld door potentiële beroepsbevolking
- Melkert
- participatie à tussen 15 en 65 moet men gaan werken / gesubsidieerd
- Conjunctureel
- werkloosheid die komt door de neergaande economische bedrijvigheid
- Kondratieff
- lange golf van werkloosheid, waar een opgaande en neergaande periode is van tussen de 18 en 25 jaar bij is
- Structureel
- wekloosheid die ontstaat door de veranderingen in de productiemogelijkheden, blijvend, meestal niet goed geschoold
- Seizoen
- werkloosheid die seizoensgebonden is
- Frictie
- tijd tussen het zoeken van werk
- Achterstandsgroepen
- vrouwen, allochtonen, jongeren, (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten, onjuist of te laag opgeleiden
- People’s republic
- er is een overschot aan mensen die zich aanbieden op de arbeidsmarkt, er heerst een overschakelingfase : de zeeën zijn leeg, het land is droog, er ontstaan nieuwe industrieën
Hoofdstuk 6
- Arbeidsmarkt benaderingen
- economisch : centraal staat het productieproces, sociaal : centraal is het inkomen en arbeidsvoorwaarden, institutioneel : centraal staan de regels en organisaties
- Arbeidsmarkttheorie
- Nederland : ingrijpen in werking vraag en aanbod,
probleem : daling/gelijk arbeidsvolume, substitutie effect - Substitutie effect
- liever meer geld dan meer vrije tijd (afwegen van belangen)
- Nutsmaximalisatie
- keuze om meer of minder te gaan werken (een individu streeft hiernaar)
- Vrije markt
- er is geen vrije markt : institutionele theorie, dwang (WIW), verdringing oplossingen voor een vrije markt : afschaffen minimumloon, minder...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



