Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
Paragraaf 1 t/m 5 Handboek, curusplan en aantekeningen
Geplaatst door kellno op Vrijdag 08 november 2002


1848 -> revolutie in Europa
1848 -> géén revolutie in Nederland, wél verandering van de grondwet.
Voorheen: Koning Willem 1: Driedeling van de Staatsmacht, bedacht in 1751 door Montesqieu
In Nederland omstreeks de tijd van koning Willem 1:
uitvoerend wetgevend rechtsprekend
Koning Willem 1 1e kamer gekozen door Willem 1 Onafhankelijke rechters, benoemd voor het leven, salaris wettelijk vastgesteld
+ door hem benoemde ministers (hij kon ze ook weer ontslaan) 2e kamer gekozen door provinciebestuur
Provinciebestuur, gekozen door adel, stad en platteland

Er was dus zéér beperkt kiesrecht.

Liberalen onder leiding van Thorbecke: grondwetwijziging december 1844. Koning
Willem 2, opvolger Koning Willem1, wilde dat beslist niet.
1848: veel revolutie in Europa, veel koningen werden afgezet. Liever een Koning met minder macht, dan helemaal geen macht, dacht Willem 2. Dus kwam er nu wél een grondwetwijziging.
uitvoerend wetgevend rechtsprekend
Koning, onschendbaar! 2e kamer, gekozen door het volk, om de 4 jaar, censuskiesrecht Nog steeds onafhankelijke rechters.
+ kabinet, gekozen door de tweede kamer 1e kamer, gekozen door de Provinciale Staten, om de drie jaar de helft Benoemd voor het leven, salaris bij de wet vastgesteld.
Provinciale Staten, gekozen door het volk, om de vier jaar, censuskiesrecht

De twee kamers kregen OPENBARE vergaderingen.
De eerste kamer kreeg de rechten van interpellatie (vragenrecht) en enquête (onderzoeksrecht)
De tweede kamer kreeg de rechten van interpellatie (vragenrecht, enquête (onderzoeksrecht) en amendement (wetten wijzigen).
Er was vrijheid van vereniging en vergadering, vrijheid van onderwijs en onschendbaarheid van het Briefgeheim.

Het Liberalisme kenmerkte zich door de >>v’s<< Ook was het Liberalisme aanhanger van Adam Smith op het gebied van de economie: de nachtwakerstaat, het “laisser-faire”-denken.
Het Censuskiesrecht hielt in: de gegoede burgerij heeft stemrecht, dus mensen die hoog opgeleid waren, veel bezittingen hadden en een bepaald soort belasting betaalden mochten stemmen.

Koning Willem 3 volgde Koning Willem 2 al snel op. Hij was niet blij met zijn onschendbaarheid, maar kon de wet niet veranderen. Had Koning Willem 3 dan helemaal geen macht meer? Hij probeerde het wel:
1853. De katholieken gingen zich weer organiseren, dat mocht nu van de grondwet. De woedende protestanten, die zich de “Aprilbeweging” noemden richtten zich tot de Koning, maar hij mocht niks doen.
In 1866 en 1868 heeft Koning Willem 3 de kamers ontboden, omdat hij niet tevreden was over het vertrek van een minister (1866) of over de begroting (1868).

Thorbecke was niet overal geliefd, ook in zijn eigen partij niet, bijvoorbeeld bij Sam van Houten die wat minder een ouderwetse liberaal was. Op de punten kiesrecht en sociale zekerheid waren zij het niet eens.
Rond 1870 kwam de Industrialisatie in Nederland op gang, pas in 1890 kun je spreken van échte Industrialisatie. -> er was minder armoede dan in de rest van Europa, maar er moest wel iets aan gedaan worden. Na 1890 ging de Industrialisatie heel snel, dit gaf grote sociale problemen.
Waarom zo laat? Waarom dan ineens zo snel na 1890?

Win

Laatst bekeken...
07:15  Arbeidsmarkt
07:15  Het achterhuis : dagboekbriev...
07:14  De guillotine van Vlugt, Simo...
07:14  Max Havelaar, of De koffievei...
07:14  Een roos van vlees van Wolker...
07:14  Multiple Sclerose
07:14  La chasse de neige van Carrer...
07:14  Het Goude ei van Tim Krabbé
07:14  De brief voor de koning van D...
07:14  Koerdische conflict


Forum Scholierennet.com
Boeken nodig
Resetten zonder programmas kwijt t...
Middenjury Kantoor
Evantail voor middelbaar
Ervaring met economische wetenscha...
Internationaal jongeren filmfestival
WISKUNDE TSO (informatica ed) : Af...
Spreekbeurt muziek
Gameverslaafd
Naam wijzigen