Eclips
Bernlef, J.
Geplaatst op Zaterdag 14 april 2001
Motto: Niet aanwezig
Uitgever: Querido
Plaats: Amsterdam
Jaar: 1993
Druk: 1
e druk
Paginas: 168
Hoofdstukken: 7
Ik heb dit boek gekozen omdat een klasgenoot tegen me zei dat dit een
leuk boek was. Ik had geen idee welk boek ik moest gaan lezen en daarom
besloot ik maar om deze te proberen.
Samenvatting:
Kees Zomer rijdt op een dag met zijn auto het water in. Wonder boven wonder
overleeft hij het ongeval, maar hij houdt er wel een hersenbloeding aan
over. Als gevolg van deze hersenbloeding werkt de linkerhelft van zijn
hersenen niet meer en heeft hij geen gevoel meer in zijn linker lichaamshelft.
Verward loopt hij door een weiland tot hij bij een huis aankomt. De bewoners
denken dat Kees een zwerver is en hij wordt hardhandig weggewerkt. Na
een lange wandeltocht valt hij op de grond in slaap. Zodra hij weer wakker
wordt ziet hij een radio staan. Hij zet deze aan en krijgt langzaam maar
zeker weer het gevoel in zijn lichaam terug. Als hij de radio weer uitzet,
dan wordt het gevoel weer minder. De eigenaar van het tuinhuisje, waar
Kees lag te slapen, stuurt hem weer weg. Kees loopt verder en komt terecht
bij een cafetaria, waar hij kennis maakt met Toos. Ze besluiten samen
verder te gaan. Op hun weg eten ze uit vuilnisbakken en overnachten ze
op een bouwplaats.
De volgende dag begeven ze zich naar een vuilstortplaats. Toos vindt een
naaimachine en besluit deze te verkopen. Kees blijft achter op de vuilstortplaats.
Plotseling hoort Kees een auto. Er stappen twee mannen uit die rommelen
met kentekenplaten. Kees wordt ontdekt en de mannen, genaamd Cor en Karel,
nemen hem mee naar het autokerkhof. Ze eisen van Kees dat hij het autokerkhof
bewaakt en voorkomt dat nieuwsgierigen het terrein betreden. Gedurende
deze tijd krijgt hij steeds meer het gevoel in de linkerhelft van zijn
lichaam terug. Op een nacht nemen Cor en Karel Kees mee in hun auto naar
een klus. Kees dient bij een boerderij op wacht te gaan staan. Cor en
Karel stelen de motor van een auto en gooien deze in de laadruimte van
hun eigen auto. Op de terugweg wordt Kees door de mannen uit de auto gegooid.
Kees wordt de volgende ochtend door een onbekende man gewekt. De man stelt
zich voor als IJe en hij neemt Kees mee naar zijn huis. Het is een grote
rommel en IJe vertelt dat hij zijn geld verdient met de ruil van allerlei
spullen voor natuurproducten. Af en toe krijgt hij iets van de boeren
uit de omgeving. Om te kunnen douchen mag hij iedere zaterdag gebruikmaken
van de douche in het lijkenhuisje op het kerkhof. Samen met IJe gaat Kees
naar het lijkenhuisje. Als IJe onder de douche staat vertrekt Kees weer.
Op zijn weg neemt Kees een fiets mee, die niet op slot staat.
Hij komt uit bij een boekhandel. De eigenaar herkent Kees, maar heeft
al snel in de gaten dat Kees niet de oude is. De hoofdpersoon
vertrekt weer en fietst in de richting van Bergen. Hij eet een patatje
uit een vuilnisbak en wordt uitgescholden door een groep baldadige jongeren.
Een agent vindt Kees op het strand en neemt hem mee naar het politiebureau.
Daar wordt hem verteld dat hij al een week wordt vermist. Zijn vrouw komt
hem uiteindelijk weer ophalen.
Tijd en Structuur.
|
1.
|
Het verhaal begint met een opening in de handeling, want je komt in het
verhaal op het moment dat de hoofdpersoon het water in rijdt. Er wordt
dus niet eerst uitgelegd wat er vooraf gebeurde en wie de hoofdpersonen
zijn, maar je valt meteen midden in het verhaal. De functie hiervan is
dat het meteen spannend is.
|
|
|
2. Het verhaal verloopt in een chronologische volgorde. Het speelt zich
vanaf het moment dat Kees in het water is gereden tot en met het moment
dat hij weer terug naar huis gaat. Wel heeft hij af en toe last van herinneringen.
De functie van het chronologisch laten verlopen is dat er een logische
volgorde in het verhaal zit en dat het niet moeilijk is om te volgen..
|
|
|
3. In het verhaal komen diverse flashbacks voor. Een voorbeeld van een
flashback die mij is opgevallen is te vinden op blz. 22: Als papa
de radio aanzette hoorde je het geluid langzaam opkomen. De functie
hiervan is dat Kees langzaam zijn geheugen terugkrijgt en zich dingen
herinnert die in zijn jeugd zijn gebeurd. Ze vormen een verband met vroeger
en nu. Zo langzaam als het geluid van de radio opkomt, zo komt ook langzaam
het geheugen van Kees terug. Met behulp van de radio krijgt hij ook weer
zijn gevoel terug van zijn linkse lichaamshelft.
|
|
|
4. In het verhaal zijn me geen flashforwards opgevallen.
|
5.
6. Er is sprake van een gesloten einde in het verhaal, Kees zijn lichaam
reageert weer helemaal, hij heeft zijn geheugen weer terug en hij is weer
naar huis gegaan. Het verhaal is dus afgelopen en alles is goed afgelopen.
Ruimte:
|
2.
|
*hij krijgt een hersenbloeding met als gevolg dat hij de vaart inrijdt.
Dit heeft niet echt een
|
|
|
functionele
beschrijving in het verhaal, maar nadat hij uit het water is gekomen moet
hij wel
|
|
|
helemaal
uitzoeken wie hij is.
|
|
|
*Kees gaat samen met Toos naar de vuilnisbelt, maar zij verdwijnt uit
zijn leven, omdat ze een
|
|
|
voorwerp heeft gevonden, wat ze wil verkopen. Kees zit daar nu helemaal
alleen, maar hij wordt
|
|
|
door 2 mannen meegenomen, die hem een soort werk geven. De functie hiervan
is dat telkens als
|
|
|
Kees in de steek wordt gelaten, hij toch weer iemand vindt die hem verder
helpt.
|
|
|
*Hier vindt hij zichzelf weer helemaal terug en herinnert zich weer wie
hij was, functie hiervan is dat
|

het
allemaal weer goed gaat komen
|
|
3. Het voorkomende sociale milieu in het verhaal is mensen uit het armere
milieu, mensen die hun kostje bij elkaar moeten zien te scharrelen. Voorbeelden
hiervan zijn Toos, die op de vuilnisbelt rond zoekt, Karel en Cor, die
een autokerkhof hebben en IJe die gevonden spullen ruilt om aam zijn eten
te komen.
|
|
4.
|
Het sociale milieu is heel belangrijk in dit boek. Het geeft aan hoe Kees,
eerst een normaal man, zich
|
|
|
nu moet redden, als het minder gaat met hem. Het verhaal zou zich niet
af kunnen spelen in een ander milieu, omdat er dan gewoon niets meer van
het verhaal zou kloppen.
|
|
|
5. De tijd waarin het verhaal zich afspeelt is rond deze tijd, begin jaren
90. Dit kun je merken aan hoe mensen reageren en met het milieu omgaan.
Een groepje jongeren valt Kees aan, terwijl hij helemaal niets heeft gedaan,
en als kees richting zee fietst, komen hem uitlaatgassen tegemoet en is
de berm ernstig vervuild.
|
|
|
6 De tijd heeft wel een functionele beschrijving. Het speelt zich af in
een periode waarin iedereen van elkaar vervreemdt en zijn eigen gang gaat.
Je moet je als armere dan maar zien te redden en de maatschappij kunnen
bijbenen. Kees, die ineens onder aan de maatschappij komt door zijn hersenbloeding,
krijgt hiermee te maken.
|
Perspectief:
|
1.
|
De gebruikte perspectiefvorm is het ik-verhaal. Alles wordt verteld vanuit
de ogen van de
|

hoofdpersoon,
die het verhaal op heeft geschreven, nadat alles is gebeurt.
|
2.
|
Het verhaal wordt verteld in de ik-vorm, om het verhaal spannend te houden.
Ook wordt het verteld
|
|
|
| 
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

Laatst bekeken...

Meer van deze titel

Forum Scholierennet.com