Poldermodel
Geplaatst op Zaterdag 04 augustus 2001
Wat is het Poldermodel?
Nederland is een van de landen die voldoet aan de toelatingscriteria voor de Economische Monetaire Unie. Onze economie groeit, de werkgelegenheid groeit en de lastenverlichting is begonnen. Dit zijn positieve gevolgen van het Nederlandse beleid. Nederland heeft een overlegeconomie, tegenwoordig wordt dat ook wel het poldermodel genoemd. Wat houdt het poldermodel eigenlijk in?
Het poldermodel definiëren is niet zo eenvoudig. Er zijn meerdere stappen ondernomen om tot het huidige resultaat te komen. Zoals het terugdringen van het overheidstekort, herstel van rendementen van bedrijven om zo investeringen te stimuleren en het stellen van werk boven inkomen.
De eerste beleidsverandering was het korten van de collectieve uitgaven (het geheel van subsidies en uitkeringen aan instellingen en personen in de maatschappij) om zo het overheidstekort en de lastendruk te verminderen. De overheid verlaagde de sociale lasten zoveel mogelijk om bedrijven te stimuleren extra personeel in dienst te nemen. Door de lastenverlichting houdt de werknemer netto meer over van het bruto loon dat de werkgever hem betaalt. Zo kan de werknemer meer uitgeven.
Ten tweede sloten werkgevers en werknemers in 1982 onder druk van de overheid het Akkoord van Wassenaar. Dit akkoord hield in dat werknemers en werkgevers afspraken maakten waarin de lonen werden gematigd, in ruil voor meer werkgelegenheid, onder meer via herverdeling van arbeid. Werk werd boven inkomen gesteld. De arbeidstijden zouden korter worden (deeltijdwerk) met als doel dat er meer mensen aan het werk konden. De lonen zouden gematigd blijven, zodat ze ver beneden het niveau van de buurlanden kwamen te liggen. Dat had als positief gevolg dat de werkgelegenheid gestimuleerd werd. Veel buitenlandse bedrijven investeerden in Nederland en de Nederlandse multinationals deden het ook goed. Nederland was immers goedkoop voor het buitenland. De regering hield zich afzijdig bij het maken van arbeidsafspraken en de lonen. Vakbonden en werkgeversorganisaties zouden samen aan een tafel gaan zitten en overleggen, door zo tot goede afspraken te komen. Vakbonden en werkgevers kunnen er trots op zijn dat hun constructieve houding aan de basis lag van het poldermodel.
Ten derde werd ook het sociale stelsel goedkoper gemaakt. De uitkeringstrekkers en werklozen werden langs fiscale en sociale weg gestimuleerd een desnoods minder goed betaalde baan te nemen. Uitkeringen werden minder aantrekkelijk gemaakt, de meeste uitkeringsniveaus werden verlaagd van 80% naar 70% van het laatst verdiende loon en het minimum loon werd jaar op jaar bevroren. Deze ingrepen waren pijnlijk maar leidden wel tot een sociaal zekerheidsstelsel dat meer prikkelt tot werken en ze leidden bovendien tot kostenbesparing.
Goede economische prestaties en een gunstige internationale concurrentiepositie van ons land zijn gevolgen van het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid, zorgvoorzieningen en de regelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden.
Verleden en toekomst
In het laatste decennia was de economische groei in Nederland groter dan het Europese gemiddelde. De schijnbare tegenstelling is dat Nederland zo goed presteert juist door de slechte situatie aan het begin van de jaren ’80.
Twee oliecrisesen hadden de structureel labiele Nederlandse economie keihard aan het licht gebracht. Nederland was het voorbeeld van een land, waarin door alsmaar toenemende overheidsuitgaven en loonkosten de economie zijn kracht verloor en de werkloosheid fors deden oplopen.
Begin jaren ’80 waren de overheidsfinanciën sterk uit de hand gelopen en gingen er jaarlijks 100.000 banen verloren. Deze situatie was ontstaan door de jaren ‘70 toen de Nederlandse economie ontspoord raakte. De collectieve uitgaven waren gestegen, de lastendruk was fors toegenomen en de overheidstekorten waren opgelopen. Ook de arbeidskosten liepen uit de hand, mede door de sterk stijgende lastendruk en de automatische stijging van de lonen met de inflatie. Zo steeg de arbeidsinkomensquote in de bedrijven van 81% naar 93% in 1983. De werkgelegenheid kwam onder druk te staan. Nederland bevond zich toen in een economisch onhoudbare situatie. Er waren drastische veranderingen nodig. De veranderingen toen waren; de beheersing van de collectieve uitgaven, de loonkostenmatiging en de herziening van de sociale zekerheid. Deze hebben de Nederlandse economie sindsdien significant gewijzigd.
Vooral het Akkoord van Wassenaar wordt gezien als het echte begin van ‘het Nederlandse model’. Van toen af aan ontstond een traditie om in CAO-onderhandelingen oplossingen te vinden waarbij werd afgezien van loonsverhoging in ruil voor deeltijdwerk, vervroegde uittredingsregelingen, arbeidstijdverkorting enz.
De kostenbesparing in de sociale zekerheid wordt nog steeds doorgezet. Zonder de uitkeringsniveaus aan te tasten probeert de overheid de sociale zekerheid efficiënter te maken. Zo is de ziektewet geprivatiseerd. Op die manier worden werkgevers gestimuleerd tot verbetering van de arbeidsomstandigheden om ziekteverzuim tegen te gaan. Ook de lastenverlichting...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



