Couperus, Louis
Geplaatst op Zaterdag 01 september 2001
(inl.)
De reden dat mijn spreekbeurt over Louis Couperus gaat is niet alleen omdat ik “De stille kracht” gelezen heb,
maar vooral omdat ik had begrepen dat het niet een uiterst normaal persoon was. (beetje excentriek)
Ook omdat hij in zijn boeken psychologie is verwerkt, wat me erg aanspreekt.
JEUGD
Louis Maria Anne Couperus (zijn volledige naam) was geboren in 1863 in een gezin van 10 andere kinderen,
waarin al drie kinderen vroegtijdig overleden waren. De namen van die kinderen heeft Louis gekregen.
Hij was een laatkomer, de benjamin: zijn vader was toen al 47. Zijn vader die, gezien zijn leeftijd, zijn grootvader had kunnen zijn =] had nooit veel belangstelling voor hem, vooral toen bleek dat Louis anders was dan hemzelf.
Hij had Louis graag gezien als een kopie van hem zelf: carriere maken in Indië.
Hij (vader) was een deftige ambtenaar die wel een hoge functie had in Indië. Zijn moeder anders tegenover Louis. Daarmee had hij een spciale band; een band die vooral op emoties was gebaseerd. Hij werd vertroeteld in die eerste jaren: door zijn moeder en het kindermeisje , maar ook door zijn oudere zussen.
Toen hij negen was ging de familie Couperus naar Indië. Indië was voor couperus een land van luxe en een blijde jeugd. *die Indische schooltijd met die lange speeluren, die heerlijk waren als buitenpatijen, die was het liefste herdenken uit zijn kindertijd*
Toen al moet hij het mysterieuse van Java hebben ingezien wat hij later in de stille kracht beschrijft. Iets raadselachtigs waar een niet-indier te nuchter voor is om het in te zien.
Louis ging daar naar het Willem III gymnasium waar hij meteen geen brilliante leerling bleek te zijn.
Hij had belangstelling voor geschiedenis en met name klassieke geschiedenis, maar de rest interesseerde hem niets.
In die tijd kreeg hij wel wat meer vriendjes en vriendinnetjes om zich heen. (hij was in zijn jeugd vrij stil en eenzelvig) waaronder zijn nichtje. Met haar had hij een goede vriendschap (niet meer dan dat). Ze speelde vaak samen tot het moment dat vader couperus de vriendschap verbood omdat hij het (waarschijnlijk) te kinderachtig vond.
Toen hij vijftien was keerde zijn familie terug naar Nederland. Zijn leven veranderde op slag: van een zonnige luxe woning naar het koud en benouwde Den Haag.
Den Haag was in die tijd saai preuts en erg sjiek. Het was het stadje van rentenieren, diplomaten, zakenlieden en ander volk dat in iedergeval veel geld had. Men had geld of met had het niet…men deed in iedergeval niets om het te krijgen. Men kende elkaar van het bal, theatervoorstellingen, theevisites en reisjes naar kuuroorden. Beetje bekakte boel was het wel.
Voor Louis doorbrak met zijn proza schreef hij gedichten, wat niet echt veel succes opleverde. In 1887 begon Louis te schrijven aan ELINE VERE dat oorspronkelijk in delen werd gepulbiceerd in Het Vaderland (dagblad).
Hij was er an begonnen met een gedachte ’t kan me niets schelen’ hij wilde een heel gewoon boek schrijven. Hiermee werd hij in een klap beroemd.
** Het succes was ongewoon, formidabel; er werd druk over gespeculeerd welke Haagse families er in werden afgebeeld en al had Couperus de ogen van de een boven de neus van de ander gezet, zoals couperus’ zus dat uitfrukte, niemand wilde het geloven. Men leefde hevig mee en fluisterde met tegen elkaar: “Weet je het al? Eline is dood!” Alsof het een wederzijdse bekende was. Men wees elkaar in het Bezuidenhout het pension aan waar Eline gestorven zou zijn. Een lantaarn, voor het huis geplaatst, wierp licht in Elines kamer, zo beschreef Couperus het. En met meende aan de hand van...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



