De donkere kamer van Damokles
Hermans, Willem Frederik
Geplaatst op Vrijdag 21 december 2001
Zakelijke gegevens
Willem Frederik Hermans, De donkere kamer van Damokles, uitgeverij G. A. van Oorschot, Amsterdam, drieëntwintigste druk, 1981. Eerste druk november 1958.
De eerste reactie
Ik heb dit boek gekozen nadat ik even op zolder rondgezocht had naar een leuk boek. Dit boek vond ik toen in de kast. Ik heb vervolgens aan mijn vader gevraag of het een goed, en leuk boek was om een verslag over te maken. Hij wist niet precies meer waar het boek overging, maar raadde het mij wel aan om te lezen.
Ik heb vervolgens het boek gelezen. Ik vond het een erg interessant boek. Vooral door de mening van W.F. Hermans ten opzichte van het verzet in Nederlands tijdens de Tweede Wereldoorlog, nadat ik dit boek had gelezen werd mijn beeld over het verzet toch ook wel een beetje aangetast. In dit boek wordt goed beschreven hoe alles in zijn werk ging, en hoe bijvoorbeeld de hoofdpersoon opdrachten uitvoert in het verzet voor iemand die hij eigenlijk helemaal niet kent. Soms werd het verhaal wel een beetje ingewikkeld, bijvoorbeeld als er één keer een naam ergens werd genoemd, en die naam 100 bladzijden later pas weer in het boek voorkwam. Je moet dan de hele tijd alert blijven, om je snel weer de persoon voor de geest te halen. Ik heb dan ook tijdens het lezen van het boek een aantal keren terug moeten bladeren omdat ik niet meer wist welk personage nou bij welke naam hoorde. Het boek heeft ook indruk op me gemaakt. Ik vond het erg indrukwekkend dat de hoofdpersoon in het boek (Henri Osewoudt) zonder dat hij het weet in allerlei zaken betrokken raakt en zo steeds verder in de problemen komt te zitten. Er zit bijna geen moeilijk taalgebruik in het boek, en is daarom ook snel en gemakkelijk te lezen.
Verdieping
Samenvatting van de gebeurtenissen in het verhaal.
Henri Osewoudt is de zoon van een sigarenwinkelier te Voorschoten. Als Henri nog op de lagere school zit, vermoordt zijn moeder, zijn vader, in een vlaag van waanzin. Henri wordt vervolgens opgevoed door zijn oom, Bart Nauta, in Amsterdam. Hij volgt een middelbare schoolopleiding, maar gaat niet om met zijn klasgenoten. Hij leeft in een isolement en heeft alleen contact met zijn nicht Ria, die zeven jaar ouder is. Hij beoefent de judosport, waardoor zijn voeten vergroeien. Hij vindt zichzelf eruit zien als een rechtopstaande pad met bolle wangen en zijdeachtig haar, dat hij zo kort mogelijk laat knippen. Hij krijgt geen baard, ook niet als hij ouder wordt. Ook Ria is lelijk; haar haar heeft de kleur van pakpapier, ze heeft een spitse onderkaak en haar tanden zijn te lang.
Als Henri achttien jaar is, trouwt hij met Ria. Hij zet de zaak van zijn vader voort en laat zijn moeder, die dan uit de therapie is, bij hen inwonen. Moorlag, een student die het staatsexamen wil doen, woont bij hem in. Henri is afgekeurd voor de militaire dienst omdat hij een halve centimeter te kort is. Wel hoort hij bij de burgerwacht. Als de oorlog uitbreekt moet hij op wacht staan bij het postkantoor. Luitenant Dorbeck geeft Henri een rolfilmpje dat ontwikkeld moet worden. Henri en Dorbeck lijken als twee druppels water op elkaar. Na de capitulatie krijgt Dorbeck een kostuum van Henri, die Dorbeck’s uniform in de tuin begraaft. Dorbeck brengt een paar dagen later het kostuum terug met films die ontwikkeld moeten worden en moeten worden opgestuurd aan E. Jagtman, Legmeerplein 25, S0111T, in Amsterdam - West. Als de films ontwikkeld zijn, ziet Henri niets dan zwarte vlekken. Hij durft de foto's niet op te sturen, koopt een Leica en maakt zelf foto's van militaire objecten. Enige tijd later komt Dorbeck tijdens een hevig onweer; Henri krijgt opdracht in Haarlem te komen. Daar ontmoet hij Dorbeck en Zewüster. Met Zewüster gaat Henri naar de Kleine Houtstraat, waar ze in een huis twee mannen neer schieten. De zoon van de drogist uit Voorschoten heeft Henri achtervolgd.
Henri ontwikkelt het filmpje dat hij in de meidagen van 1940 van Dorbeck heeft gekregen. Op een van de foto's staat Dorbeck met twee vriendinnen voor het huis in de Nieuwe Houtstraat. Er valt een brandend vliegtuig op het huis van Jagtman, waardoor de gehele familie Jagtman om het leven komt.
In 1944 (drie jaar heeft Dorbeck niet van zich laten horen) krijgt Henri een brief van Dorbeck met het verzoek de foto's te zenden naar Postbus 234 in Den Haag. Henri gaat de wacht houden om te kijken wie de brief uit de bus haalt; het blijkt een heilsoldate te zijn. Een paar dagen later wordt hij opgebeld Elly Sprenkelbach Meijer, een meisje dat zegt dat ze uit Engeland is overgekomen. Ze toont hem een van de foto's die Henri aan Dorbeck heeft gestuurd. Hij brengt haar naar oom Bart. Als hij in Den Haag terugkomt hoort hij van Moorlag dat de Duitsers hem in zijn woning opwachten en dat Ria en zijn moeder gevangen genomen zijn. Hij gaat met Moorlag naar Leiden, waar een student persoonsbewijzen maakt voor hem en Elly. Henri's haar wordt zwart geverfd door Marianne Sondaar (Dit is de Joodse studente Mirjam Zettenbaum, die ondergedoken is in een kapsalon). Henri duikt onder aan de Zoeterwoudse singel en gaat foto's ontwikkelen voor Labare. Hij beseft nu hoe hij is veranderd: "Dorbeck heeft een ander mens van mij gemaakt." Marianne gaat voor hem naar Oom Bart met het persoonsbewijs voor Elly. Deze is echter al verdwenen. Henri gaat naar Amsterdam en vertelt oom Bart dat Ria en zijn moeder gevangen zitten. Oom Bart maakt hem allerlei verwijten, en probeert Henri aan te sporen iets te doen voor Ria en zijn moeder.
Henri krijgt van Dorbeck opdracht naar de stationswachtkamer in Amersfoort te gaan. Hij zal daar een vrouw ontmoeten in leidster uniform van de nationale Jeugdstorm. Samen gaan ze naar Lunteren, waar Lagendaal, een man die voor de Gestapo werkt, uit de weg moet worden geruimd. De aanslag lukt, maar op de terugweg wordt de vrouw in de trein aangehouden.
Terug in Amsterdam ontmoet Henri Marianne Sondaar; ze gaan samen naar de bioscoop. Op het doek verschijnt levensgroot een oproep tot aanhouding van Henri. Hij loopt de zaal uit, maar wordt opgepakt. Hij is er zelf van overtuigd, dat ze hem voor iemand anders houden. In Den Haag wordt hij verhoord en zo erg gemarteld dat hij in een ziekenhuis moet worden opgenomen. Hoewel er een Duitse soldaat voor de deur staat, wordt hij toch bevrijd door enige gemaskerde mannen, die hem naar Leiden brengen. Bij Labare ontmoet hij Marianne weer. Tegenover haar spreekt hij zich uit over zijn verhouding tot Dorbeck: "Ik heb nooit geweten dat ik het mislukte exemplaar was totdat ik Dorbeck ontmoette. Toen wist ik dat hij het geslaagde exemplaar was, dat ik in vergelijking met die man geen reden van bestaan had, dat ik mijzelf alleen aanvaardbaar kon maken door precies te doen wat hij zij."
's Nachts worden ze door de Duitsers overvallen. Henri weet te ontkomen, zwemt een singel over en rent druipnat een huis binnen. Even later wordt hij gearresteerd. In de cel zoekt de Duitser Ebernuss hem op, die beweert dat hij hem goedgezind is. Hij heeft ervoor gezorgd dat Marianne die naar Westerbork gebracht was, weer vrij is. Ze verwacht een kind van Henri. Ebernuss vraagt zich af of Dorbeck wel degene is die op Henri lijkt, zodat zij misschien met elkaar verward kunnen zijn. Daarom moet Henri naar Amsterdam gaan, waar een kleine clandestiene sociëteit is voor ondergrondse helden. Als Dorbeck bestaat, zal Henri hem daar ontmoeten. Ebernuss geeft Henri zijn Leica en ze gaan samen naar Amsterdam. Henri ontmoet Dorbeck, en krijgt van hem giftige kristallen die hij in de borrel van Ebernuss doet. Dorbeck en Henri gaan er met de auto van Ebernuss vandoor. Ze komen in een leegstaand huis, waar Henri zichzelf en Dorbeck in de spiegel fotografeert. Dorbeck vertelt hem dat Ria (de vrouw, en nicht, van Henri) samenwoont met de zoon van de drogist, die hem verraden heeft, toen hij de aanslag in Haarlem had gepleegd. Henri krijgt een verpleegstersuniform. Dorbeck bericht hem dat Marianne in een kraamkliniek ligt. Als hij er aankomt, wordt hij naar een kelder gebracht, waar hij het lijkje van zijn kind ziet. Huilend loopt hij weg. Een Duitse soldaat neemt hem mee in zijn auto.
In Voorschoten steekt hij Ria dood en in Dordrecht vermoordt hij de Duitse soldaat; daarna vraagt hij hulp aan een pastoor. Met behulp van een illegale arts komt hij in Breda aan. Hij meldt zich bij het hoofdkwartier van de Nederlandse strijdkrachten, waar men hem onmiddellijk arresteert, omdat men met een landverrader meent te doen te hebben. Hij wordt naar Engeland gebracht en later naar het kamp Achtste Exloërmond. Daar behandelt Selderhorst zijn zaak. Henri wordt van vele dingen beschuldigd en Dorbeck, die zal kunnen aantonen dat hij een verzetsheld is, is onvindbaar. Jagtman en Moorlag zijn dood en Mirjam Zettenbaum zit in een kibboets in Israël. Oom Bart leeft nog wel, maar zijn verklaringen zijn zeer vaag. Eindelijk wordt de Leica van Henri teruggevonden. Het filmpje met de foto van Dorbeck zit er nog in en Henri mag het ontwikkelen. Er blijkt de foto van Henri met Ebernuss op te staan…
maar de foto met Dorbeck is mislukt. Henri wordt wanhopig omdat niemand hem meer gelooft, en niemand zijn onschuld kan bewijzen, en rent naar buiten.
Daar wordt hij neergeschoten.
‘Maar aan de handen van pater Beer zaten minder vingers dan Osewoudt kogelgaten in zijn lichaam had’.
Omdat aan het eind van het boek niemand kan bevestigen dat Dorbeck bestaan heeft, is het dan ook niet duidelijk of Dorbeck écht bestaan heeft of dat hij voortkomt uit de fantasiewereld van Osewoudt.
Personages
Henri Osewoudt is eigenlijk de enige hoofdpersoon in het boek, hij is de enige waarvan je alles te weten komt. Dorbeck zou je ook een hoofdpersoon kunnen noemen, omdat het in het verhaal ook veel om hem draait, maar van hem kom je eigenlijk niets anders te weten dan zijn uiterlijk kenmerken, die, op een baard en de haarkleur na, niet veel verschillen met die van Osewoudt. Ik benoem Henri Osewoudt dus tot de enige hoofdpersoon in het boek.
Henri is bijna het hele boek bezig met het uitvoeren van de bevelen van Dorbeck, die eigenlijk een wildvreemde is. Hij voelt zichzelf een verzetsheld, omdat Dorbeck er eentje van hem maakt. Op het einde van het boek wordt Osewoudt echter vastgehouden vanwege landverraad. Op dat moment is Dorbeck nergens meer te vinden, en is er van de ‘held’ Osewoudt weinig meer over.
Henri Osewoudt is te beschrijven als...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



