Begrippenlijst hoofdstuk 3
Geplaatst op Maandag 20 mei 2002
Hoofdstuk 3 Van inkomen naar consumeren en sparen.
- Inkomen
- Het ontvangen van geld.
- Loon/Salaris
- Het Inkomen van Arbeid
- Rente/Interest
- Dit ontvang je als je een spaarrekening hebt.
- Pacht/Huur
- Als je je grond hebt verhuurt krijg je pacht of huur van de huurder.
- Primaire Inkomens
- De bovenstaande inkomens.
- Overdrachtsinkomens
- Uitkeringen, Subsidies. Worden uitbetaald zonder dat je werk hebt gedaan.
- Nominale Loon
- Het loon dat men ontvangt voor arbeid.
- Reƫle Loon
- Dit geeft aan hoeveel goederen de werknemers voor dit geldbedrag kan kopen.
- Prijscompensatie
- Als het Nominale loon wordt aangepast aan de prijzen van goederen.
- Brutoloon
- Op dit loon moeten nog loonbelasting en sociale verzekeringspremies worden ingehouden.
- Nettoloon
- Wat overblijft van het Brutoloon.
- Wig
- Het verschil tussen Nettoloon en Loonkosten.
- Inkomensverschillen
- Verschillen tussen de inkomens van verschillende mensen.
- Wettelijk Minimumloon
- Het minste loon wat iemand kan krijgen, minder mag niet.
- Modale loon
- Meest voorkomende loon in Nederland.
- Arbeidsverdeling
- Je specialiseren op 1 gebied , Specialisatie.
- Ruil in natura
- Ruilen met de producten waar ze gespecialiseerd in waren.
- Algemeen aanvaard ruilmiddel
- Ruilmiddel waar iedereen wil tegen ruilen.
- Veelhoeksruil
- Ruil waarbij meer dan 2 personen betrokken bij zijn.
- Munten
- 1,2,5,10,20,50 cent en 1en 2 euro.
- Bankbiljetten
- Worden uitgegeven door de De Nederlansche Bank (DNB) en komen via de Postbank,Abn Amro en de Rabobank in omloop (de circulatiebanken).
- De Europeese Centrale Bank
- Geeft de euro biljetten uit (ECB)
- Chartale geld
- Stoffelijk Ruilmiddelen zoals munten en bankbiljetten.
- Girale geld
- Onstoffelijk geld het geld...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



