Mens en milieu
Geplaatst op Dinsdag 21 mei 2002
De landschappelijke hoofdstructuur wordt gevormd door verschillende landschappen. In Nederland: Zeekleilandschap
- Veenlandschap
- Het krijt/lösslandschap
- Rivierkleilandschap
- Zandlandschap en
- Duinlandschap
- Het uiterlijk van een landschap
- Het ontstaan (door ijs, water of wind)
Zeekleilandschap droogmakerijen:
- Dieper dan –2 meter NAP
- Rechthoekige verkaveling
- Ringdijk
- Vooral akkerland
- Open landschap
- De zee
- De mens
Veenlandschap laagveen:
- 0 tot –2 meter onder zeeniveau
- langgerekt dorp
- lange smalle stukken grond
- sloten en plassen
- grasland
- Vergaan van dikke lagen plantenresten
- De mens
Zeekleilandschap zeekleipolders:
- Vlak gebied
- Dijken achter elkaar
- Vooral akkerland
- De zee
- De mens
Veenlandschap hoogveen:
- Langgerekt dorp
- Grote rechthoekige stukken grond
- Kanalen
- Akkerland
- Vergaan van dikke lagen plantenresten en de mens
Zandlandschap:
- Vlak tot heuvelachtig
- Afwisselend bodemgebruik
- Gesloten landschap
- Rivieren
- IJs
- Wind
Rivierkleilandschap:
- Oude dorpen
- Afwisselend bodemgebruik
- Rivieren en dijken
- Rivieren
- De mens
Lösslandschap:
- Hoger dan 10 meter boven NAP
- Met hoogteverschillen
- Oude dorpen in dalen
- Onregelmatige kavels
- Niet rechte infrastructuur
- Gevarieerd bodemgebruik
- Gesloten landschap
- Opheffing
- Rivieren
- De mens
De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een spreidingspatroon van gebieden die worden gevormd door kerngebieden (natuurgebieden) en natuurontwikkelingsgebieden. Door verbindingszones staan alle gebieden met elkaar in verbinding. De bedoeling van EHS is om natuurgebieden te behouden en te herstellen en om nieuwe natuurgebieden te ontwikkelen. Elk natuurgebied bestaat uit meerdere ecosystemen. Een ecosysteem is een systeem dat door een groep dieren en/of planten wordt gevormd met de niet-levende omgeving van dat systeem. EHS is een samenhangend netwerk van ecosystemen.
Ontstaan EHS:
- Leefgebieden van planten en dieren wordt verstoord door mens
- Leefgebieden worden steeds kleiner
- Oppervlakte natuurgebied neemt af
- Het aantal planten en dierensoorten (diversiteit) neemt af
Eilandtheorie:
Het soortenaantal op een eiland is kleiner naarmate het eiland verder van het vasteland ligt.
Het soortenaantal op een klein eiland is kleiner dan het soortenaantal op grote eilanden. (grote eilanden kunnen ook grote dieren herbergen)
Grote eilanden hebben meer ecotopen.
Het Nederlandse landschap is grotendeels ontstaan tijdens het Holoceen (duinvorming, veenvorming) en het Pleistoceen (zandlandschappen, lösslandschappen).
Natuurlijke processen hebben gezorgd voor meer variatie en diversiteit in het landschap.
Landschapveranderingen in de Middeleeuwen tot 20ste eeuw:
Zand-, veen- en kleigebieden ontgonnen om de sterk toenemende bevolking te voorzien van landbouwgrond.
Aanlegging van dijken ter bescherming van het terpenlandschap
Droogmakerijen
Veenafgravingen voor landbouwgrond of turfwinning (brandstof)
Landschapdiversiteit in de 20ste eeuw:
Schaalvergroting zorgde voor ruilverkaveling, hierdoor ontstonden grotere, efficiëntere landbouwgronden.
Nederland eentoniger door uitbreiding steden en industrialisering
Natuurontwikkelingsgebieden
Biologische dynamische landbouw
Milieuproblemen (relatie mens/milieu verstoord) door ingrijpen mens:
Aantasting; er wordt iets veranderd aan het landschap en daarmee aan het leefgebied van dieren en planten.
Uitputting; de mens onttrekt grondstoffen aan de...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



