De danseres zonder benen
Asscher-Pinkhof, Clara
Geplaatst door bargra op Maandag 24 februari 2003
Als Clara nog klein is, begint ze al met dingen opschrijven die ze niet durft te zeggen. Ze heeft ook veel fantasie. Ze wil later onderwijzeres worden, net als Roza, haar nicht met wie ze veel optrekt. De families van haar en Roza gaan elke Sabbath-middag naar de opa van Roza. Hij ziet er streng uit en Clara gebruikt hem in haar fantasie als haar geweten. Kort daarna gaat ze naar het Barmitswa-feest van haar neef. Daar ziet ze Avraham voor het eerst. Hij is de Joodse leraar van haar neef. Als haar vader later een boek vanuit het Latijn moet vertalen en Avraham hem daarbij helpt, ontmoet ze hem weer. Ondertussen studeert ze voor onderwijzeres. Als ze geslaagd is, wordt ze onderwijzeres in het dorpje Deil aan de Linge in de Betuwe. Als ze in het weekend naar huis gaat, ontmoet ze Avraham vaak in de trein. Later kan ze in Amsterdam les gaan geven. Daar zijn gevluchte Zionisten uit Belgie (WO1) waarmee de Nederlandse Zionisten waaronder Clara, een jeugdvereniging oprichten, waarbij ze ook les krijgen in het Hebreeuws en in het bijbelboek Jesaja. De leraar is Avraham. Hoe ze elkaar gevonden hebben, staat niet in het boek geschreven. Tijdens hun verloving zien ze elkaar haast niet, want zij zit in Amsterdam en hij in Groningen. Later wordt hij rabbi in een getto, waar het slecht aan toe is. Clara en Avraham proberen er zo veel mogelijk voor te doen. Vlak voordat ze gaan trouwen, wordt Avraham gekozen voor rav (opperrabbijn) in Groningen. In diezelfde tijd krijgt hij voor het eerst de pijnaanvallen, waaraan hij jaren later sterft. Na hun trouwen gaan ze naar Groningen. Ze krijgen 6 kinderen: Eli en Menachem, een tweeling, Jitschak, Meier, Roza en Fieke. Vanaf de dood van hun burgemeester leeft Clara in angst om Avraham. Ze is bang dat hij ook sterft doordat hij te hard werkt en daar-door weer pijnaanvallen heeft. Als Clara in verwachting is van Fieke, moet Avraham vooronder-zoek naar Amsterdam. Ze mag 1 keer in de maand naar hem toe. In hetzelfde ziekenhuis sterft Avrhams zusje Fieke. Clara wil haar kind naar haar vernoemen. Als Avraham nog in A'dam ligt, wordt Fieke geboren. Avrham moet naar Zwitersland om op te knappen. Daar besluiten de artsen hem te opereren. Samen met Fieke reist Clara naar hem toe. De dag voor de operatie komen ze aan. Clara weet dat dit de laatste keer is dat ze Avraham levend zal zien. Na de dood van Avraham wil Clara's familie dat ze bij hen in Amsterdam komt wonen met de kinderen. Maar Clara wil in Groningen blijven; haar familie beknelt haar, ze wil alleen haar kinderen opvoeden, samen met de ex-gemeente van Avraham. Nu verandert haar leven compleet. Voor haar kinderen blijft ze dezelfde, maar als ze alleen is voelt ze de eenzaamheid en het gebrek aan iemand waar ze alles aan kwijt kan. Ze mist Avraham. Na een paar jaar sterft ook de moeder van Avraham. Clara ziet haar als een bode tussen haar en Avraham. Maar als ze gestorven is, weet ze dat ze zich dit alleen maar verbeeld heeft. Al die jaren voor de Tweede Wereldoorlog heeft ze veel boeken geschreven. In november 1939vertrekt Roza naar Palestina om daar Hebreeuws te studeren en een verpleegstersopleiding te volgen. Menachem studeert op het conservatorium in Amsterdam. Meier studeert Chemie in Groningen. Dan begint de oorlog. Eli zit in het leger. Als Nederland zich overgegeven heeft, komen Eli en Menachem weer bij Clara. Twee jaar later hoort ze dat er gebrek is aan Joodse leraren in Amsterdam. Met Fieke vertrekt Clara naar A'dam om daar les te geven. Daarmee breekt ze met de tastbare herinneringen aan Avraham die ze al jaren in Groningen gekoesterd heeft. Eli en Menachem gaan trouwen. Eli met Flory en Menachem met Tamar. Ze denken dat dit tegen deportatie helpt. Toch worden Menachem en Tamar opgeroepen. Ze gaan. Jitschak en Meier zijn ondertussen ondergedoken. Clara gaat 's nachts in de Hollandse Schouwburg helpen. Daar worden de Joden die uit hun huizen zijn gehaald, heengebracht om verder gedeporteerd te worden naar Westerbork. Dit werk beschermt haar voorlopig tegen deportatie. Clara is wel moe en futloos geworden. Kurt, een professor en vriend, geeft haar het laatste duwtje om weer te gaan schrijven. Clara begint aan haar boek 'Sterrekinderen'.
Dan duikt Fieke, die nog bij haar woonde, onder. Zelf wordt Clara bij een razzia opgepakt. Eerst gaat ze naar Westerbork. Na een week komt ze daar als leidster in de wezenbarak terecht. Een paar maanden later komen ook haar ouders en drie van haar broer in Westerbork. Haar vader sterft er, haar broers worden verder getransporteerd en vergast. Op een keer komt er met een transport een meisje van 4 jaar aan: Mindeltje. Haar ouders zitten in Palestina en hebben haar niet mee kunnen nemen. Omdat ze alleen is, komt ze bij Clara in de wezenbarak. Clara stelt het tot haar taak om Mindeltje veilig bij...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



