Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
Schrijfdossier nederlands
Geplaatst op Zaterdag 04 augustus 2001


Module 3 opdracht 26

Een- en tweenamigheid

Voor identificatie van personen via namen, één enkele naam voldoende zijn.
Ofschoon eennamigheid ook nu incidenteel nog wel voorkomt, is zij voor de Europese naamgevingsgeschiedenis ruimschoots verledentijd.
Het aannemen van toenamen kwam in het Nederlandse taalgebied pas in de elfde eeuw een beetje op gang, ruim zes eeuwen na de ondergang van het Romeinse Rijk.
In de Lage Landen kwam de toenamen vooral op gang door een viertal ontwikkelingen en gebeurtenissen uit de elfde eeuw:
Ø Door vernoemingen ontstonden veel dezelfde voornamen, waardoor onderscheidingen noodzakelijk waren.
Ø Door grotere steden was persoonregistratie nodig en dus toenamen noodzakelijk.
Ø Door de handel moesten de namen van kopers en verkopers genoteerd worden. Ook hier waren toenamen noodzakelijk.
Ø In adellijke kringen wezen toenamen naar de bezittingen.
Een toenaam is niet hetzelfde als een achternaam. Er wordt pas van een achternaam gesproken als de toenaam van de ouders op de kinderen wordt overgedragen.
In Vlaanderen en Zuid – Nederland waren toenamen, maar vooral achternamen eerder gangbaar dan in de noordelijke landstreken.
Doordat de handel en de nijverheid in de Vlaamse steden in het begin veel groter waren dan in de Hollandse steden, was het Zuiden veel sneller met het aannemen van achternamen dan het Noorden.
Tegelijk met het invoeren van de burgerlijke stand werd ook de officiële vastlegging van de achternamen ingevoerd. Dit hield in dat het hebben van een achternaam verplicht werd.



Module 4 opdracht 10

1. Inleiding
(weergeven van de hoofdvraag)
Waarom moeten we het tenniscomplex uitbreiden?

2. Kern
Ø (reden / argument)
We kunnen meer mensen toelaten o.a. die op de wachtlijst staan.
Ø (oorzaak / gevolg)
We kunnen grotere toernooien organiseren en meer vrije banen.
Ø ( reden / argument)
We hebben geld over en het subsidiebeleid is in ons voordeel.

3. Slot
( een constatering doen)
We hebben nu de kans.




Module 4 opdracht 23

Bijnamen

Een bijnaam is een persoonsaanduiding die naast of in plaats van de eigenlijke naam wordt gebruikt en veelal niet door de naamdrager zelf is bedacht. Bijnamen worden bedacht uit spotzucht of vanwege verering voor de persoon in kwestie.

Mensen die een zwakke indruk achterlaten of anders zijn dan de rest krijgen vaak een bijnaam. Dit laatste gebeurt vaak bij kinderen van de basisschool.

Er zijn twee soorten bijnamen te onderscheiden: de bijnamen die afgeleid zijn van de eigenlijke voor – of achternaam van de naamdrager en de bijnamen die geen verband hebben met de oorspronkelijke naam van de naamdrager.

Bij de tweede soort kunnen de bijnamen afgeleid zijn van lichamelijke kenmerken van de naamdrager, karakter kenmerken, het beroep, of een bepaalde gebeurtenis.
Voorbeelden hiervan zijn dikzak, brugger, kleintje enz.

Jongens en mannen hebben vaker een bijnaam dan meisjes en vrouwen. Met meisjes en vrouwen valt blijkbaar minder te spotten dan met jongens en mannen, of ze laten minder met zich spotten.

Een andere verklaring is dat op de gebieden waar bij namen uit verering ontstaan, nog altijd meer mannen dan vrouwen actief zijn, waarschijnlijk als uitvloeisel van de traditionele rolverdeling.





Module 4 opdracht 26

Spijbelen is verboden

Het is verboden om te spijbelen. Waarom dan? Wat hebben we aan deze regel? Ik ben het met deze regel niet eens. Iedereen kan toch zelf wel zien dat leren belangrijk is?

Vaak werken regels juist averechts. Wat niet mag is toch juist leuk om te doen. Omdat spijbelen verboden is gaan jongeren juist spijbelen. Dat geeft toch een kick of niet soms?

Over het algemeen genomen spijbelen de meeste jongeren, omdat ze bijvoorbeeld nog maar een uur les hebben en daarvoor nog een tussenuur. Dan kun je beter naar huis gaan, want daar kun je veel meer doen. Bijvoorbeeld een repetitie leren of een boek lezen voor een boekverslag. Als je de juiste spullen niet bij je hebt kun je op school niks doen.

In de Tweede Fase hebben we toch van bijna elk vak een studieplanner dus het huiswerk van het vak dat je dan mist moet en kun je toch maken.

Leraren zullen nu zeggen: “Dan komen we straks in de les en dan zit er niemand. Hadden we net zo goed thuis kunnen blijven.” Dit is ook wel zo, maar de leerlingen komen ook wel eens een uur te vroeg, omdat de leraar de trein heeft gemist bijvoorbeeld. En zo gauw zal het niet gebeuren dat alle leerlingen spijbelen.

Ik ben het dus niet met deze regel eens. Als je spijbelt krijg je straf, terwijl je thuis meer hebt gedaan dan je op school had kunnen doen. Wanneer zijn ze nou ooit tevreden over jou?




[ Log in of registreer gratis om dit hele document te bekijken ]





Reacties
[post reply]

Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

Win

Laatst bekeken...
04:20  Wijndestilatie met een micro-...
04:19  Duitsland '45-'00: een handig...
04:19  Jugend ohne Gott van Horvath,...
04:19  De kleine blonde dood van Buc...
04:19  Bezonken rood van Brouwers, J...
04:19  De donkere kamer van Damokles...
04:18  Vallen van Provoost, Anne
04:18  De renner van Krabbe, Tim
04:18  Esmoreit van Hulthem, Karel v...
04:18  Verband tussen spanning en st...


Forum Scholierennet.com
Boeken nodig
Resetten zonder programmas kwijt t...
Middenjury Kantoor
Evantail voor middelbaar
Ervaring met economische wetenscha...
Internationaal jongeren filmfestival
WISKUNDE TSO (informatica ed) : Af...
Spreekbeurt muziek
Gameverslaafd
Naam wijzigen