Indianenstammen
Geplaatst op Vrijdag 31 augustus 2001
De stammen die ik o.a.. heb gevonden in Noord-Amerika zijn:
Northwest Coast :
- Chinook indianen
- Tillamook indianen.
- Makah indianen
California-Intermountain Southwest :
- Pomo indianen - Hopi’s indianen
- Paiute indianen - Navajo indianen
- Nez Perce - Anasazi indianen
- Crow indianen - Zuni indianen
- Ute indianen
De Plains: Eastern Woodlands:
- Blackfoot indianen - Cherokee indianen
- Dakota indianen - Shawnee indianen
- Arapaho indianen - Illinois indianen
- Cheyenne indianen - Natchez indianen
- Osage indianen - Creek indianen
- Comanche indianen - Timucuan indianen
In Zuid-Amerika vond ik de Inca’s en de Maya’s, maar ik heb hier niet veel gegevens over gevonden.
Meer informatie over de NATCHEZ INDIANEN
De Natchez indianen leefden tussen 600 en 1730 langs de Missisippi en brachten een rijke cultuur voort. Hun cultuur leek veel op de cultuur van de Egyptenaren.
De grote leider van de groep was de Grote Zon. De Grote Zon werd meestal gedragen of, als dat echt niet kon, liep hij over matten. In geen geval mocht de grond zijn voeten ontwijden. De eerste Grote Zon had een tempel met een heilig vuur laten bouwen en de volgelingen moesten zorgen dat het vuur altijd bleef branden. De tempel werd ook gebruikt voor het bewaren van stoffelijke resten van de overleden Zonnen. Elke keer als een nieuwe dag aanbreekt wordt de Grote Zon naar de tempel gebracht en dan blies hij tabaksrook uit om de opgang van zijn oudere broeder - de zon - te begroeten.
Al zijn onderdanen waren verplicht om de Grote Zon voedselgeschenken te geven, waar speciale pakhuizen voor werden gebouwd. Ook jagers moesten hun buit aan hem afstaan. Je zou denken dat de Grote Zon dan rijk was, maar dat was hij niet. Hij deelde al het voedsel uit aan de Natchez die het minder goed hadden getroffen.
De Natchez indianen waren ook uitstekende landbouwers. Ze waren in staat om zeer goede maïs te produceren die grote oogsten opleverde.
Omdat ze daardoor veel tijd over hadden gingen ze platte, piramidevormige grafheuvels bouwen. Het zand brachten ze emmer voor emmer naar boven en stampten dat met hun voeten aan. De grafheuvels waren soms wel honderden meters lang en breed. Ze werden dus als graven gebruikt, maar ze dienden ook voor pakhuizen, ze werden gebruikt als terrassen of ze bouwden er die tempels op waar dat heilige vuur in brandde.
De Natchez indianen woonden, in tegenstelling tot veel anderen indianen, niet in tipi’s. Ze bouwden huizen van palen, met rieten daken. De wanden werden aangesmeerd met leem. Tegenover de tempel stond het huis van de Grote Zon.
Er bestonden ook bepaalde ‘klassen’ bij de Natchez indianen.
- Bovenaan stond de Grote Zon, dat was de leider dus.
- Daaronder de Kleine Zonnen, dat waren belangrijke functionarissen die door de Grote Zon werden
benoemd (vaak waren het familieleden).
- Daaronder bevonden nog twee, iets minder respectabele klassen.
- Helemaal onderaan stonden de Stinkers, deze mensen werden als verstotelingen behandeld.
Een Natchez indiaan kon vrij makkelijk hogerop komen door heldhaftige optredens tijdens een oorlog, of het offeren van een naast familielid bij de begrafenis van een Grote Zon.
Als er iemand doodging ligt het eraan bij welke klasse hij hoorde, hoe hij begraven werd. Als een Zon stierf, was het normaal dat zijn naaste verwanten ‘meegingen’. Anderen meldden zich vrijwillig aan. Ook zijn vrouw en al zijn laagste dienaren werden gedood. De dode Zon werd op een draagbaar naar de tempel op de grafheuvel gedragen. Er volgde ook een stoet met de mensen die ‘meegingen’ met ieder acht mannelijke familieleden die de mensen begeleidden. Bij de tempel werden ze op een mat gezet, met een hertevel over hun hoofd en met een boogpees gewurgd. Vervolgens werden alle doden in gleuven in de tempel begraven. Daarna werden de huizen van de doden in brand gestoken. Een paar maanden later werden de lijken opgegraven. De botten werden schoongemaakt en in manden in de tempel bewaard.
De Stinkers werden op een hele andere manier behandeld als ze overleden. Hun lichamen werden op een hoog platform gelegd en dienden als voedsel voor de roofvogels.
Een beetje meer informatie over de Inca’s
De Inca’s, die soms ook ‘zonnemensen’ genoemd werden, waren oorspronkelijk een oorlogszuchtige stam, die leefde in de onherbergzame woestijn in het zuiden. Tussen de 11e en de 13e eeuw verhuisden de Inca’s naar het noorden, naar de vruchtbare vallei van Cuzco.
Vanuit deze basis veroverden ze het ene na het andere buurland.
In de 15e eeuw strekte hun gebied zich uit van de Pacific tot het oosten bij de bronnen van Paraguay en de Amazone, en van Equador tot het zuiden van Chili.
Dit omvangrijke rijk werd bestuurd door een Inca, een keizer, die werd aanbeden als een god.
Omdat zich in het Inca-gebied goud- en zilveraders bevonden, werd het in de 16e eeuw een prooi van Spaanse veroveraars, die het gebied bezetten.
De cultuur van de Plains indianen
De Plains indianen woonden in het gebied wat nu de Grote Plains heet. Dat is in het midden van Noord-Amerika. Deze cultuur bestond uit verschillende stammen.
De Plains waren jagers en jaagden op veel verschillende dieren, maar de buffel was het meest geschikt voor de benodigdheden: eten, kleding en beschutting. De buffel was daarom het meest belangrijke natuurlijk redmiddel van de Plains Indianen. De buffels trokken rond en de Plains volgden hen. Omdat de Plains dus zoveel rondtrokken moesten ze een goede beschutting hebben die ze snel konden opzetten en afbreken. Zo’n soort huis noemden men een tepee. De tepee’s werden gemaakt van palen die schuin tegen elkaar leunden en die bedekt waren met buffelhuid. De lange palen van de tepee werden achter de paarden gedragen en werden gebruikt om hun spullen te...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



