Het bittere kruid : een kleine kroniek
Minco, Marga
Geplaatst op Dinsdag 20 november 2001
1. Gegevens
Marga Minco is de schrijfster van het boek Het Bittere Kruid. De eerste druk van het boek is van 1957 door uitgeverij Bert Bakker in Amsterdam.
2. Fabel
De samenvatting is per hoofdstuk gemaakt die met een titel worden aangegeven.
Op een dag.
De hele stad had moeten evacueren. Mijn vader en ik gingen kijken of iedereen er weer was. Toen hadden we een koffer gepakt en zijn toen weggefietst. Vlakbij de Belgische grens konden we bij een boer onderduiken.
We kwamen mijn buurman tegen die met ons begon te praten. Hij vertelde dat de soldaten hier in Breda waren. Hij vroeg mijn vader of we gingen onderduiken. Mijn broer en zus zitten in Amsterdam, waar ze voorlopig nog wel veilig zitten. Mijn vader liep de winkel van men. de Haas binnen en praatte met hem over de toestand.
De Kloosterlaan.
Mijn zusje en ik werden, toen we klein waren vaak uitgescholden vanwege ons geloof.
Toen mijn ouders in Amersfoort gingen wonen moest ik kuren in het Utrechts ziekenhuis. Ik mocht niet uit bed komen.
De sterren.
Sinds enige weken was ik uit het ziekenhuis. Vader liep de kamer in met een pakje, waarin gele sterren zaten. We moesten ze op onze jassen maken. Dave maakte zijn ster er nog niet op, hij wou vandaag nog gewoon zijn.
Het flesje.
Dave hield een flesje met een bruine vloeistof er in vast. Hij zei dat het voor morgen was. Ik ging buiten onder het zonnescherm op mijn ligstoel liggen. Ik mocht nog steeds niet helemaal in de zon. De volgende ochtend had mijn broer het drankje ingenomen en liep de trap op en dan weer af. Het zweet stond op zijn gezicht. Mijn vader en hij gingen weg en kwamen na lange tijd opgewekt terug. Ze waren beide afgekeurd voor het werkkamp. Het drankje had gewerkt.
De foto’s.
Na een paar dagen was Dave hersteld en ging hij mee om foto’s te maken. De hele straat deed het nadat mevr. Zwagers met het idee was gekomen. Nadat wij de foto’s klaar hadden ging mijn moeder naar mevr. Zwagers. Ze kwam geschrokken terug omdat het hele gezin onder was gedoken.
Het gebeurde.
‘Knechten heersen over ons; er is niemand, die ons uit hunne hand rukke.’
Klaagliederen 5:8
Ik heb altijd gedacht dat er met ons niks zou gebeuren, maar ik had het mis. Die ochtend kregen wij een telegram uit Amsterdam. Mijn vader en ik gingen naar een kennis met een Nederlandse vrouw die haar telefoon had mogen houden, om te bellen. Na het bellen reden we een eind met de vroedvrouw mee.
Kampeerbekers.
Ik kon nu al weer lange wandelingen maken, een magere hond wandelde mee, en de melkboer groette mij schuw. Op een dag vond ik na zo’n wandeling drie enveloppen in de brievenbus. Het waren de oproepen voor Dave, Lotte en mij. Dave en ik gingen naar een winkel om kampeerbekers te kopen voor onderweg. We moesten namelijk een lange treinreis naar België. Het werden rode bekers. Onderweg kwamen we men. Zaagmeier tegen. Hij zei dat zijn zoon ook een oproep had gekregen en dat hij er wat aan wou doen. Hij wist een kennis waar ook wij konden onderduiken. We gingen naar huis en Lotte zei dat ik niet weg mocht van de dokter en dat hij een attest had achtergelaten. Dave zei dat we geen van drieën gingen, want we hadden een onderduikadres.
Verzegeld.
We hoefden niet naar de kennis, want ook Dave had een attest gekregen. Er stonden nu twee bedden in de kamer en Dave en ik liepen in pyjama rond. Lotte mocht blijven om ons te verzorgen. Maar mijn ouders moesten naar Amsterdam, omdat ze boven de 50 waren. Ze mochten maar 1 koffer meenemen. Mijn moeder wist niet wat ze mee moest nemen, want ze wou eigenlijk veel meer meenemen dan dat er in 1 koffer past. Daarna moest de kamer waarin ze gewoond hadden worden verzegeld. Na drieën kwamen twee mannen in zwarte jassen en openden de koffer weer en haalden de koffer overhoop. De koffers werden daarna verzegeld. Mijn moeder maakte zich zorgen over Bettie. Na een razzia hadden we een kaart gekregen waarop stond dat ze het goed maakte. Toen vertrokken ze.
In Bewaring.
Dave vond het een raadsel dat ik het zo lang in bed had uit gehouden. Ik zei dat het een kwestie van wennen was. Ik hoorde ineens een stem. Het was mijn buurmeisje ze wou mijn racket lenen. Ik zei dat ze het hebben mocht en dat ze nog wel wat mocht uitkiezen. Na een tijdje ging ze weg met een hand vol dingen van mij.
Thuiskomst.
Op een middag vertelde ik Dave dat ik naar Amsterdam ging om daar mijn ouders te bezoeken. Ik zei dat ik mijn ster van mijn mantel zou halen en de trein in zou stappen. Dave vond het een goed idee. Op weg naar het station had ik echter telkens het idee dat ik achtervolgt werd. In de trein zat ik weggedoken naast een vrouw met een kind op haar schoot. Toen ik de trein uit was liep naar de Sarphatistraat. Het was nog best wel druk op straat. In de Sarphatistraat had ik moeite met het vinden van het huis. Bij het huis belde ik drie keer aan en na een tijdje werd er opengedaan. Mijn ouders waren blij en verschrikt tegelijk, omdat ik gedurfd had de trein in te stappen.
In het souterrain.
Het huis had iets sombers. Een week nadat mijn...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



