Marshall plan
Geplaatst door mmuijs op Donderdag 09 januari 2003
Hoe is het plan tot stand gekomen? Voor wie was het bedoeld? Door wie is het plan opgericht en wanneer?
Op een mooie dag, 8 mei 1947, in een sporthal zittend, luisteren boeren naar de rede die Dean G. Acheson opvoert in Cleveland, Mississippi. Dean Acheson is de onderminister van Buitenlandse Zaken en vervangt voor deze rede president Harry Truman die Mississippi met opzet vermijdt, omdat daar op het moment problemen zijn over wie de stervende senator Bilbo op mag volgen. Echter, Acheson vindt het niet erg, want hij wilde altijd al zijn ideeën in het openbaar kenbaar maken en, omdat Acheson zo trots is dat hij in het openbaar mag spreken, waar hij zolang op heeft gewacht, heeft hij zelfs de pers uitgenodigd inclusief de Engelse pers.In zijn rede spreekt Acheson over wat er allemaal in de wereld (voornamelijk Europa) aan de gang is nu de oorlog over is. Hij vertelt dat Europa verschrikkelijk in puin ligt en het zal niet aan een wederopbouw komen totdat er een officiële vredesregeling is. Hit zit economisch gezien aan de grond, de productie is geminimaliseerd en er moeten maatregelen worden genomen en wie kan Europa het beste uit de brand helpen? ‘Juist’, zegt Acheson, ‘dat zijn wij, de Verenigde Staten van Amerika!’
Deze redevoering speelde twee maanden af nadat Truman zijn doctrine in het openbaar kenbaar heeft gemaakt. Met deze Truman-doctrine had hij beloofd steun te geven aan Griekenland en Turkije om een dam te maken die ze moesten beschermen tegen Rusland die bezig was zijn rijk uit te breiden.
Dit is echter nog niet het enige. Op 5 juni 1947 sprak de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, George C. Marshall, zijn rede uit op de Harvard Universiteit. Hij was daar op uitnodiging, omdat hij een eredoctoraat kreeg uitgereikt voor ‘zijn verrichtingen als chef van de generale staf tijdens de 2e wereldoorlog.’
Ook hij sprak, net als Acheson, over de toch wel ernstige situatie in Europa.
‘Europa zit in een vicieuze cirkel: om er voor te zorgen dat de bevolking niet van de honger en kou omkomt, moet de regering hun kostbare deviezen uitgeven aan voedsel en brandstof. Hierdoor is de regering niet in staat te investeren in de wederopbouw van het land.’ Ook Marshall vond dat de VS Europa uit deze situatie moest bevrijden. Dit wilde hij doen door de komende vier jaar economische steun te geven en hij lanceerde het Marshall Plan.
Er waren dus twee plannen gelanceerd: de Truman-doctrine en het Marshall Plan. In de volgende paragraaf komen de verschillen aan bod en zal er uitgelegd worden wat de rol van Dean Acheson was in dit geheel, naast zijn rede.
De Truman-doctrine en het Marshall Plan
Het begon allemaal met Dean Acheson. Hij was een man die al voor zijn rede in Mississippi de Truman-leer probeerde uit te breiden. Dit deed hij met goede bedoelingen, maar hij kwam zo ook onbewust met de 1e aanleiding tot het Marshall plan: In maart 1947 werd er op zijn initiatief een commissie gevormd die moest nagaan of er nog meer landen, naar Griekenland en Turkije, hulp nodig hadden. Dit werd het State Navy War Coordinating Committee (SNWCC) genoemd. Ook probeerde men met deze commissie het communisme te bestrijden met de actie’ bread and ballots rather than bullets’ (brood en stemrecht liever dan kogels). Dit was de 1e aanleiding tot het Marshall Plan, want die wilde juist géén ruzie met de SU.De 2e aanleiding kwam vanuit de mislukte conferentie in Moskou (maart/april 1947), waar G. Marshall onder andere praatte met Ernest Bevin (GB), Wjatsjeslaw Molotow (SU) en Georges Bidault (FA). Marshall was er van overtuigd dat er geen samenwerking met Rusland in zat met betrekking tot Duitsland.
Wat was er aan de hand? Op de conferentie hield Molotow vast aan het idee dat Duitsland tien miljard Mark aan herstelbetalingen moest betalen aan de SU. ‘Maar dat kan niet’, dacht Marshall, ‘want dat zou betekenen dat Duitsland onze hulp nodig heeft. Wij moeten dan alsmaar geld geven aan de westelijke zones terwijl de SU dat geld net zo goed weer zou inpikken. Dan zouden wij dus eigenlijk die herstelbetalingen betalen aan de SU. Nou’ zei Marshall, ‘daar ga ik niet mee akkoord!’
Na zes weken overleggen besloot Marshall een bezoek te brengen aan Stalin. Marshall hoopte dat Stalin en beetje mee zou werken, omdat ze elkaar al kenden toen Marshall chef van de generale staf was tijdens de 2e wereldoorlog. Echter, Marshall kon praten war hij wilde, Stalin had er geen behoefte aan en zei dat hij geduld moest hebben. Marshall dacht: ‘Ja, maar dat geduld is er niet, we moeten snel handelen, want de crisis in Europa is te ernstig.’ Toen bedacht hij het: ‘Potjandrie, het mislukken van al deze onderhandelingen is niet de schuld van Molotow, maar van het verdraaide beleid van het Kremlin: gewoon niets uitvoeren.’ Door niets uit te voeren en doordat Europa economisch zo zwak was kon de SU zijn positie versterken. Toen wist Marshall het zeker: de VS moet met een plan komen om Europa uit de put te halen.
Toen Marshall weer terug kwam naar de VS gaf hij George F. Kennan, een ervaren Rusland-kenner, de opdracht, als hoofd van een Policy Planning Staf (PPS), een schets te maken voor een hulpplan. Dit moest binnen een paar weken af zijn. Kennan was verschrikkelijk blij met deze opdracht, de belangrijkste die hij ooit heeft mogen vervullen. Hij zag het gevaar van een alleen maar anti-communistische politiek. Daarom had hij geprotesteerd tegen de militaire kanten van de Truman-doctrine. Hij stelde een rapport op waarin hij juist pleitte open te staan voor eventuele Russische en verdere Oost-Europese medewerking aan het hulpplan. Het verslag van Kennan is een belangrijke 3e bron/aanleiding tot het Marshall Plan.
Een 4e belangrijke aanleiding tot het Marshall Plan was her rapport van William Clayton, onderminister van Buitenlands-economische Zaken. Clayton was in Genève waar hij deelnam aan de Economische Commissie voor Europa (ECE). Tijdens zijn verblijf raakte hij onder de indruk van de Europese problemen en schreef na zijn terugkomst in Amerika een rapport aan Marshall en Acheson dat de crisis in Europa veel erger is dan ze gedacht hadden. Hij pleitte voor een nieuwe aanpak van hulpverlening. Volgens hem lag de oplossing in economische samenwerking. Door de samenwerking van de Europese landen zouden ze hun markt vergroten en de productie zou toenemen. Hierdoor zou het handelstekort met de VS worden weggewerkt.
Clayton pleitte voor importsteun. Dit was zijn idee: ‘Europa heeft gedurende drie jaar 6 tot 7 miljard dollar per jaar nodig voor de import van producten uit Amerika die onmisbaar zijn voor het Europese herstel. Amerika zal de middelen beschikbaar stellen voor dit hulpprogramma.’ Kortom er moest gehandeld worden, en snel.
Een 5e belangrijke en laatste aanleiding tot het Marshall Plan was dat het Amerikaanse volk er grotendeels achter stond. Dit, echter, in tegenstelling tot de Truman-doctrine. Hierbij stootte men op kritiek van zowel uiterst linkse- als rechtse groeperingen en partijen. Het belangrijkste verschil tussen de Truman-doctrine en het Marshall plan is dat de doctrine het communisme wilde bestrijden terwijl het Marshall Plan nog hoop had voor een eventuele samenwerking met de SU.
Hoe was de (economische) situatie in Europa in de tijd na de oorlog?
Na de 2e wereldoorlog had Europa veel schade verduren. Over het algemeen genomen waren de agrarische- en industriële productie met 40% afgenomen. In de neutrale landen (Spanje, Zweden, Zwitserland) was dit een stuk minder. Daar tegen over staan Duitsland en Nederland, waar het economische leven vrijwel helemaal plat lag.Men kwam voor allerlei problemen te staan waarbij vooral de vervoersmogelijkheden voor moeilijkheden zorgden:
- éénderde deel van de handelsvloten was verloren gegaan
- alles rondom de spoorwegen was ruim over de helft beschadigd of verwoest
- hetgeen dat is overgebleven is in slechte staat
Een 2e probleem was de energie, in het bijzonder steenkool. Doordat men veel aandacht ging besteden aan het verbeteren van de vervoersmogelijkheden kwam men in de problemen met de energie.
Een 3e probleem is dat de landen een tekort hadden aan buitenlandse betaalmiddelen, met name dollars.
Voor de VS werd het belangrijk om het herstel zo doelmatig mogelijk te laten verlopen, omdat niet overal in Europa dezelfde mate van schade was aangericht. Toen hebben de Verenigde Naties enkele regionale commissies ingesteld. Deze werden in 1947 samengebracht in de ECE (Economische Commissie voor Europa). Deze commissie gaf economische bijstand aan de landen, maar dit was niet de enige organisatie die dit deed. Met name de United Nations Relief and Rehabilitation Administration (UNRRA) speelde hierin een belangrijke rol. Naast de ECE en de UNRRA werd er ook al geld beschikbaar gesteld door Amerika en Canada.
Door deze economische bijstand kwam de industriële productie weer op peil, hetzelfde peil als voor de oorlog. Hier kwam eind 1947 echter een abrupt einde aan, omdat men, een al eerder genoemd, belangrijker probleem voor liet gaan:
Europa had nog steeds een tekort aan buitenlandse betaalmiddelen en had daar sterk behoefte aan. Deze behoefte werd veroorzaakt door drie dingen:
- prijsstijging op de wereldmarkt voor grondstoffen. De invoerprijzen van deze grondstoffen stegen meer dan de uitvoerprijzen, men had dus verlies.
- men had grote investeringsplannen die nodig waren voor de opbouw van West-Europa en hierdoor had men meer behoefte om in te voeren, maar hiervoor had men weer dollars nodig.
- de hulpverlening ging in de loop van 1947 sterk achteruit. De UNRRA stopte met haar werk medio 1947.
Situatie in West-Duitsland: West-Duitsland leed het meest onder de oorlog. Hoewel de agrarische productie nog voor tweederde deel bestond, was er van de industriële productie nog maar éénvierde over. Hierdoor leed heel West-Europa eronder, want Duitsland was zeer belangrijk voor de kolenproductie.
Toch kreeg Duitsland veel steun van de Geallieerden voor de herstelbetalingen aan de SU. Hierdoor was er geen echte hulp nodig voor West-Duitsland.
De situatie in Engeland: Engeland zat niet in zo’n benarde situatie. Dit vanwege het feit dat de industriële- en agrarische productie de oorlog goed was doorgekomen. In plaats van Duitsland kon Engeland nu voor de toevoer van steenkool, ijzer en staal zorgen. Daarom gaven Canada en Amerika 5 miljard dollar aan Engeland. Dit echter onder één voorwaarde: het pond sterling (munteenheid van Groot-Brittannië) moest medio 1947 inwisselbaar worden gesteld in dollars. Engeland kon hier niet aan voldoen en de deal was van de baan. Om deze reden kon ook Engeland (net als W-Duitsland) niet worden gezien als een eventuele ‘redder in de nood’.
Wat is het officiële plan? Wat was de reactie van de hulpontvangende landen?
Na de rede van Marshall stond president Truman er op dat het plan naar Marshall vernoemd zou worden. Hij deed dit, omdat de kans erg klein zou zijn dat de meerderheid Republikeins Congres het plan zou aanvaarden als het naar Marshall vernoemd zou worden. Dit alles, omdat Truman jaloers en boos was vanwege het mislukken van zijn doctrine (op 12 maart 1947 werd het afgekondigd). Het Marshall Plan was een feit.Na de rede van Marshall bood de regering elk land hulp tenzij een regering, politieke partij of groepering de hulp voor zichzelf zou gebruiken en de mensen aan hun lot zouden overlaten. Wel stelde Marshall dat Europa zelf met een programma moest komen en dat de VS het dan zou uitvoeren. Dit verdrag gold voor heel Europa dus ook voor de SU en de Oost/Midden-Europese staten. Men had er wel rekening mee gehouden dat de SU de hulp niet zou aanvaarden, maar ze sloten de SU toch niet buiten.
In Europa werd er veel aandacht besteed aan de rede van Marshall, veel meer dan in de VS. In Europa kwam men er achter doordat Dean Acheson drie Engelse correspondenten had ingelicht dat de minister een belangrijke toespraak zou houden. De tekst werd vervolgens doorgebeld naar Ernest Bevin, de Britse Labour minister van Buitenlandse Zaken. Hierop overlegde hij met de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Georges Bidault. Op 19 juni kwamen ze met het voorstel om een conferentie te houden met de drie ministers van Buitenlandse Zaken (Bevin, Bidault en Molotow) in de buurt van 25 juni. Bevin zag het niet zo zitten om met de SU samen te werken, omdat daardoor de kosten van het Amerikaanse plan te hoog op zouden lopen. De rest van Europa zou daar dan onder lijden.
Molotow wilde naar Parijs komen voor de conferentie. De...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



