Verenigde Staten van Amerika
Geplaatst op Donderdag 27 maart 2003
Ontstaan VS
Bijzondere kenmerken van de Amerikaanse samenleving- Elke Amerikaan is een immigrant of een afstammeling van een immigrant (m.u.v. Indianen)
- Ondanks deze vele nationaliteiten werd er één taal ingevoerd
- In Amerika is een zeer grote ruimtelijke mobiliteit, dit is waar te nemen aan de hand van het percentage inwoners dat ieder jaar verhuist
Ontstaan Amerika
Het huidige Amerika is ontstaan uit migratie:
- De inboorlingen waren niet in staat het fysisch milieu ingrijpend te veranderen. Ze pasten zich aan aan de natuur
- De immigranten pasten zich niet aan aan de natuur en vernietigden de inboorlingen
- Spanje (missionaris expeditie naar het noorden)
- Engeland (handel)
- Frankrijk (handel)
- Nederland (handel)
Pas in 1732 ontstond er een nieuwe fase in Europeanisering:
Engelsen gingen zich blijvend vestigen. Binnen 125 jaar ontstonden 13 Engelse vestigingskolonies aan de Amerikaanse oostkust.
Het echte kolonialisme ontstond met het uitoefenen van effectief gezag vanuit het moederland op politiek, militair en economisch opzicht.
Exploitatiekolonies
Om in de vraag van grondstoffen door westerse landen te voorzien werden exploitatiekolonies gesticht (met plantages).
Plantages
Op de plantages in (Zuid-)Amerika werden vanaf 1501 Afrikanen aan het werk gezet (10 miljoen).
In 1776 verklaren de 13 Engelse koloniën zich onafhankelijk en vormen ze samen de Verenigde Staten van Amerika
Verschil Noord - Zuid
In het noorden van Amerika werden vooral vestigingskoloniën gesticht (het noordoosten werd door Engeland gebruikt voor landbouw en vestiging)
In het zuiden werden vooral exploitatiekoloniën gesticht (het zuiden gebruikte Engeland als grondstoffenleverancier, bovendien leverden de plantages veel geld op)
Fasen kolonisatie westelijk halfrond
- vanaf 15e eeuw Jacht op edele metalen Missionarissen
- +- 1600
Vestiging en ontwikkeling van exploitatiekoloniën (invoering negerslavernij) - 19e eeuw
Massa's landverhuizers naar gematigde streken van N- en Z- Amerika (vestigingskoloniën)
Migratie
Redenen voor migratie (Noord en West Europa 1820 - 1890)Pullfactoren
- hoop op beter leven in 'de nieuwe wereld'
- overheidsmaatregelen zoals de Homestead Act en uitgave land aan spoorwegen
- goldrush
Sociale Problematiek
- plattelandsnijverheid weggeconcurreerd
- frustrerende eigendoms- en rechtsverhoudingen
- politieke en religieuze intolerantie
- oorlog / hongersnood / proletarisering
- Economische ontwikkeling leidt tot sterke bevolkingsgroei
- West-Europese expansieve industrieel-kapitalistische ontwikkeling
Uitgaven land: - Verkoop
- Homestead Act
- spoorlijnen
- educatie
- waterwerken
Pullfactoren
- hoop op beter leven (industrialisatie)
- Door de industriële ontwikkeling gecreëerd verschijnsel (immigrant als goedkope arbeidskracht)
- uitblijven industriële ontwikkeling
- snelle bevolkingsgroei
Deze nieuwe immigranten pasten zich niet aan en gingen in de arbeiderswijken wonen waar de bevolking gegroepeerd was naar herkomst (Chinatown en Little Italy). Amerikanen accepteerden deze immigranten niet meer en er werd een nieuwe wet opgesteld:
Johnson Reed Act (wet ter beperking van de immigratie)
- er werd een maximum gesteld aan het aantal toe te laten immigranten per jaar
- er werd per land bepaald hoeveel immigranten er werden toegelaten (quotum)
New Immigration and Nationaly Act (1965)
- Immigratie terug naar 1/3 van het niveau van de topjaren begin 20e eeuw
- Veranderingen in herkomstgebieden op mondiaal niveau (Azië)
- Europa
- Azië
- Amerika
Zuid Europa neemt de leidende positie van Noord-West Europa over (gering aandeel professionals)
Azië
- Hoog gekwalificeerde migratie
- Exponent van externe militaire, politieke en economische relatie van VS (gezinsleden en afgestudeerden)
- Belangerijkste herkomstgebieden: Philippijnen, Korea, China en India
- Laag gekwalificeerde migratie
- Veel illegalen
- Belangerijkste herkomstgebieden: Mexico, Canada, Cuba
Immigration Act (1990)
- 10.000 visa per jaar voor immigranten die minstens 1 miljoen dollar in een Amerikaans bedrijf willen investeren
- 54.000 - 140.000 visa per jaar voor geschoolde werknemers, gesteund door een Amerikaans bedrijf
- 40.000 visa in de eerste drie jaar aan inwoners van 34 (vooral Europese) landen die de afgelopen jaren ondervertegenwoordigd waren in de immigratiestroom
Exploratie VS
Frontier- De grens tussen bewoond (verkend) en onbewoond (niet-verkend) gebied (bewoond door immigranten)
- rond 1800 over de Apalachen
- snelle opschuiving 19e eeuw
- opmars stokt in 1870 (100 graden westerlengte)
- terugkeer naar prairiegebied 1870 - 1890
- aantal mensen beperkt
- weinig technische middelen
- Apalachen vormen een barrière
- vijandig gezinde Indianen en Fransen achter gebergte
- gronduitgifte federale overheid
- spoorwegaanleg
- snelle bevolkingsgroei (immigratie)
Prairiegebied wordt overgeslagen
- geen bomen voor brandstof
- graszoden moeilijk te ploegen
- betere technische middelen (landbouwwerktuigen, prikkeldraad)
- doortrekken spoorwegnet naar westkust
- landbouwkundig researchwerk (nieuwe graansoorten)
Geomorfologie
GeomorfologieDe wetenschap die de oppervlaktevormen van de aardkorst bestudeert
Ontstaan Grand Canyon
De laatste paar miljoen jaar geleden had de opheffing van het Colorado plateau plaats. De Colorado heeft hierdoor zeer snel en zeer diep een kloof kunnen laten ontstaan. De afzettingen die bloot zijn komen te liggen geven inzicht in twee miljard jaar geologische geschiedenis
Grand Canyon:
- tot 14,5 km breed
- tot 1500 meter diep
- 5 - 15 meter diep
- 100 meter breed
- 450 km lang
- stroomsnelheid ca. 25 km/h
- Apalachen
- Sierra Nevada
Cascaden
Coast range west - Rocky Mountains
- Centrale vlakten
- Strekken zich uit van Alabama tot het dal van de Hudson en van new England en provincies van Canada
- Oud middelgebergte c.q. rompgebergte
- Ontstaan aan het eind van het tertiair opnieuw opgeheven in de tijd dat de 'Rockies' ontstonden
- vergelijkbaar met Ardennen en Vogezen
- geosynclinale zee wordt opgeheven en olie- en steenkool-voorraden komen aan het oppervlak
- Strekken zich van Flathead Lake tot de Liard River
- Jong plooiingsgebergte vergelijkbaar met de Alpen qua ontstaan en uiterlijk
- circumpacifisch gebergtensysteem (Om de Pacific gelegen)
- rivieren als de Sacramento en de Willamette hebben geleid tot vruchtbare plateaubodems
- gevormd door tektonische bewegingen, vulkanisme en erosie
- Deze kunnen ingedeeld worden in:
- Het Colorado plateau
- Grote Bekken
- Columbia plateau
- Colorado plateau
- gevormd door kalk (fossiele zeebodem) afgewisseld met zandsteen
- Grote Bekken
- Een groot aantal Noord-Zuid gerichte horstgebergten wisselen de hoogvlakten af
- Hele gebied is omsloten door hoge gebergten --> droogte
- Columbia plateau
- één reusachtige lavauitvloeiing die ca. 90% van W-Duitsland zou kunnen bedekken
- Onder dit gigantische pakket zijn bergen en dalen verdwenen
- Groot gebied tussen de Apalachen en de Rockies, de grote meren en de kustvlakten
- Centrale laagland
- Great Plains
- Orzak plateau
- Centrale laagland
- in het noorden bedekt met zandig materiaal uit de ijstijd
- in het zuiden gaat dit over tot löss en zwarte aarde
- glaciaal landschap
- zeer afwisselende loofbossen met verscheidene vegetatie (In de ijstijd kon de vegetatie uitwijken naar het zuiden en weer 'terugmigreren')
- in westerlijke richting waren minder bomen vanwege bisons, minder neerslag en prairiebranden
- Great Plains
- boomloos gebied ten westen van 98 graden noorderlengte
- hellend van 700 m tot 1800 m aan de voet van de Rockies
- Orzak plateau
- Lijkt qua landschap op de Apelachen
- Maximaal 500 km breed (Texas)
- wordt geleidelijk aan steeds smallen (tot aan New York) Daar verdwenen de lage delen tijdens de ijstijd onder water
- bestaat uit kalksteen, zandsteen e.d. (net als Nederland)
Een zone van watervallen waar zachtere niet verkitte gesteenten van de kustvlakte overgaan in hardere gesteenten
Yellowstone National Park
2100 meter hooggelegen plateau omgeven door bergen waar zich meer dan 3000 geisers bevinden (in de Rockies)
Aarde: 4,5 à 5 miljard jaar oud
Opbouw aardbol:
- aardkorst - vast - 35 km
- aardmantel - taaivloeibaar - 2900 km
- buitenkern - vloeibaar - 2100 km
- binnenkern - vast - 1300 km
- stollings-
- afzettings-
- en metamorf gesteente (aan gedaantewisseling ondergaan vb. marmer)
- graniet: Continentale korst
dichtheid 2,7
hogere ligging
dikker (30-35 km) - bassalt: Oceanische korst
dichtheid 2,9
lagere ligging
dun (5-6 km)
(Isostasie Het drijven van de aardkorst)
- gevormd door afzetting van materialen
- soorten naar wijze van ontstaan
- klastische
- niet-klastische
- vergruizing = verbrokkelen / vergruizen van gesteente
- veen = niet vergane plantenresten (tevens kalk, krijt)
- zout = chemisch sediment
- soorten naar wijze van transport
- mariene = via zee
- fluvatieve = via rivieren
- eolische = via wind
- glaciale = via ijs
relatief:
- superpositie en de organische revolutie
- m.b.v. fossielen
- m.b.v. radioactiviteit (uit elkaar vallen atomen)
geleidelijke ontwikkeling van eenvoudig organisme naar ingewikkeld organisme
Endogene en exogene krachten kunnen volgorde geologische lagen verstoren
Endogene krachten (krachten van binnenuit):
- Aardbevingen
- breukvorming
- plooiing
- erosie
Uitschurende werking van met puin beladen water, ijs of wind
| Tijd* | Hoofdtijdvlak | Periode | Tijdvlak | leven |
| 60 | Kenozoïcum | Kwartair | Hologeen | mens |
| Tertiair | Pleistoceen | bloem / plant | ||
| 230 | Mesozoïcum (secundair) | Krijt | reptielen | |
| Yura | ||||
| Trias | bos | |||
| 600 | Paleozoïcum (primair) | Perm | vissen | |
| Carboon | amfibiën | |||
| sporenplanten | ||||
| 4.500 | Azoïcum |
Theorie van Wegner
De theorie dat de continenten over het aardoppervlak verschuiven. Deze bewegingen worden waarschijnlijk veroorzaakt door temperatuursverschillen in diepere delen van de aardmantel die convectiestromen veroorzaken
Weer en klimaat
WeerDe toestand van de dampkring op een bepaald moment op een bepaalde plaats
Klimaat
De gemiddelde weerstoestand in een gebied over de afgelopen dertig jaar
Atmosfeer
Gasvormig omhulsel van de aarde
Samenstelling van de atmosfeer van boven naar beneden:
- Ionosfeer
80-100 km hoog
Bevat samen met de mesosfeer (thermosfeer)
3% van de gassen in de damp- kring - Mesosfeer
40-80 km hoog
Bevat samen met de Ionosfeer
3% van de gassen in de dampkring - Stratosfeer
12-40 km hoog
Bevat 22% van de gassen die in (ozonlaag)
de dampkring voorkomen - Troposfeer
0-12 km hoog
Bevat 75% van de gassen die in de dampkring voorkomen
Verwarming van de atmosfeer:
In principe wordt de bovenste laag van de dampkring verwarmd door de zon en de onderste laag door de aardkorst.
Afwijkingen:
Dit evenwicht wordt echter verstoord door broeikasgassen (CO2 neemt warmte op en houdt het vast) (zie 'milieugeografie' voor een nadere toelichting). Tevens wordt een deel van de zonne-energie opgeslagen als chemische energie in brandstoffen.
Absorptie
- rechtstreekse verwarming van de atmosfeer
- De weerkaatsing van zonlicht door deeltjes in de atmosfeer (bijvoorbeeld een wolk)
- Stikstof 78%
- Zuurstof...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



