Criminaliteit
Geplaatst op Zaterdag 07 juni 2003
2. Oorzaken van criminaliteit.
§ 2.1
Twee mogelijkheden;- aangeboren; biologisch bepaald (vroeger dachten ze dat het geheel hieraan lag)
- aangeleerd; invloed vanuit sociale omgeving. (nu vooral hieraan, maar aangeboren eigenschappen kunnen ook een rol spelen, want karaktereigenschappen kunnen bijdrage aan agressief gedrag. Als gevolg van een psychische stoornis kunnen mensen bovendien zwaar agressief, kleptomaan of pyromaan zijn.)
§ 2.2
De invloed van de sociale omgeving speelt zich af op twee niveaus;- het niveau van de primaire socialisatie van het individu (microniveau)
Op microniveau heeft het kind te maken met het eerste sociale niveau; het gezin waar het als eerste mee te maken heeft, en het tweede sociale niveau; school, de buurt, leeftijdsgenoten etc. De invloed van deze niveaus bepaalt mede de kans op crimineel gedrag.- Het gezin is de voedingsbodem voor het latere functioneren van mensen. Ouders moeten verkenningen van het kind, als diefstal en vandalisme, tijdig de kop indrukken en ook gezinsproblemen als mishandeling kunnen leiden tot latere gedragsstoornissen.
- Jongeren die mislukken op school lopen een grotere kan met justitie in aanraking te komen. Verder rondom scholen met veel spijbelaars meer vernielingen en diefstallen.
- Jeugdcriminaliteit, als agressie en vernieling, vaak door rollenpatroon, vooral bij jongens.
Stoerdoenerij tegenover groep. Dit kan worden gestimuleerd door de media
- het niveau van de maatschappelijke omstandigheden en ontwikkelingen waarmee het individu te maken heeft (macroniveau)
Op macroniveau andere oorzaken. Mensen hebben hier vaak geen invloed op, maar het kan crimineel gedrag wel bevorderen. De belangrijkste zijn;- Maatschappelijke achterstanden; mensen in een uitzichtloze situatie kunnen het vertrouwen in de maatschappelijke verliezen.
- Vervaging van maatschappelijke normen en waarden; veel voorkomende criminaliteit.
- Afnemende sociale controle; meer anonimiteit dan vroeger. Trekken niks meer van elkaar aan.
- Afnemende pakkans; de kans dat je wordt aangehouden is niet erg groot bij sommige delicten.
§ 2.3
Criminaliteit komt niet in alle delen van de bevolking evenveel voor.- werklozen vaker aangehouden dan mensen met een baan.
- Vaak zijn delicten leeftijdsgebonden.
- Uit onderzoek door het Openbaar Ministerie blijkt dat mensen vooral in hun adolescentieperiode delicten plegen. Dit geld voor alle landen. Deels is dit een ‘natuurlijk’gegeven; opzoeken en overschrijden van grenzen hoort bij het opgroeien. De meeste delinquenten stoppen reeds na korte tijd met het plegen van misdrijven, omdat ze de risico’s niet meer aandurven of omdat ze meer te verliezen dan te winnen hebben. De helft van de harde kern is ofwel niet in Nederland geboren of heeft tenminste 1 buitenlandse ouder. Redenen hiervoor;
- onder allochtone jongeren en ouders een grotere werkloosheid.
- veel allochtone families gezagsproblemen; twee culturen door elkaar.
§ 2.4
Verschillende verklaringen voor crimineel gedrag;- Persoonlijkheidstheorie van Sigmund Freud; persoonlijkheid opgebouwd uit drie delen; id aangeboren instinctieve driften in het onderbewustzijn), ego (het bewuste deel van de persoonlijkheid), superego (we vormen een geweten en ontwikkelen gevoelens van schuld en schaamte). Als balans tussen deze delen verstoord raakt, kan dit tot afwijkend of crimineel gedrag leiden.
- De anomietheorie van Robert Merton; deze zoekt de verklaring voor criminaliteit meer in de kloof tussen de levensdoelen die mensen voor zichzelf stellen en de beperkte middelen die beschikbaar zijn om die doelen op legale en maatschappelijk geaccepteerde wijze te bereiken.
- De etiketteringstheorie van Howard Becker; volgens deze theorie is de sociale afkeuring van een persoon niet het gevolg, maar juist de oorzaak van zijn afwijkende of criminele gedrag.
- De aangeleerd-gedrag-theorie van Edwin Sutherland; crimineel gedrag aangeleerd.
- de bindingstheorie van Travis Hirschi; in iedereen schuilt een ‘geboren misdadiger’. Maar veel mensen gedragen zich netjes doordat ze hun bindingen hebben en die niet op het spel willen zetten. Wie geen bindingen heeft is eerder geneigd naar crimineel gedrag. Hij benadrukt het belang van sociale controle om maatschappelijke bindingen te versterken.
3. Bestrijding van criminaliteit
3.1 Variaties in crimineel gedrag
Soorten misdrijven:- delicten tegen openbare orde en het gezag
- misdrijven tegen leven en persoon
- ruwheidmisdrijven
- vermogensmisdrijven
- seksuele misdrijven
- verkeersmisdrijven
- misdrijven tegen Opiumwet(denk aan: Drugs)
- economische delicten, omschreven in de Wet Economische Delicten
- milieudelicten
Bij georganiseerde criminaliteit is er een vaste taakverdeling en de organisatie heeft een hiërarchische structuur. Deze organisatie zijn vaak te herkennen door:
- aanwezigheid van een intern sanctiesysteem
- gebruik van geweld om positie in criminele wereld te versterken
- witwassen van geld
- het plegen van meerdere soorten misdrijven
- het gebruik van dekmantels
- activiteiten in meerdere landen tegelijkertijd
3.2 Preventie en bestraffing
De Nederlandse overheidsbeleid houdt rekening met de bindingstheorie van Hirschi, vooral bij preventie van veelvoorkomende criminaliteit. Er is sprake van een tweesporenbeleid:- Bij veelvoorkomende criminaliteit wordt gezocht naar preventieve maatregelen. Ook worden alternatieven voor gevangenisstraffen gezocht. En er wordt snelrecht toegepast (winkeldiefstal en voetbalvandalisme)
- Bij zware, georganiseerde misdaad wordt de oplossing juist wel in hogere gevangenisstraffen gezocht.
- intensivering van het functionele toezicht
- versterking vd binding van jongeren aan de samenleving
- technische-preventieve maatregelen (camera’s, poorten)
- het in dienst nemen van meer winkel- en bewakingspersoneel
- betere training en motivatie vh personeel (betere kassa-instructie)
- centrale registratie van winkeldieven in landelijk computersysteem
- uitbreiding vd bevoegdheden vd politie om meteen een boete te...
Reactiesneek5 23 september 2005 @ 10:28 uur mee eens, maar houd er wel rekening mee dat je grenzen vervagen en dat de kans op criminaliteit zeker toeneemt.
p.s. lekka werkstuk!!!xochipilli 29 juni 2005 @ 13:25 uur Over het algemeen vind ik dit een goede samenvatting, maar ik struikel over 1 zinnetje, hoewel niet heel relevant voor het onderwerp. De zin "drugsgebruik leidt tot criminaliteit" is zware onzin. Waarschijnlijk is hier het verschil tussen drugsgebruik en drugsverslaving weer eens over het hoofd gezien. Drugsverslaving leidt in de meeste gevallen tot criminaliteit vanwege de hoge bedragen die uitgegeven moeten worden om dagelijks aan drugs te komen, en maar 0,16 % van de Nederlanders is verslaafd (onder het Europees gemiddelde van 0,24 % en ver onder het Amerikaanse van 1%). Drugsgebruik daarentegen is weid verbreidt. Ieder weekend gebruiken tienduizenden Nederlanders cocaïne, XTC, speed en dergelijke bij het uitgaan. Bij zulk gebruik leidt dat niet tot financiële problemen en dus niet tot criminaliteit.



