Communicatie en socialen vaardigheden DK 302
Wijers, Gert Jan; Rooijendijk, Lambert
Geplaatst op Zaterdag 08 april 2006
H 1.Communicatie en gesprekstechnieken
In je toekomstige beroep werk je met mensen. Je geeft informatie door, je helpt, je motiveert, je troost, je maakt grapjes, je straft, je beloont, je deelt complimentjes uit. Kortom, je communiceert voortdurend. Een belangrijke communicatiewet luidt: je kunt niet niet communiceren.Communicatieschema
- zender (iemand die communiceert bewust of onbewust)
- boodschap via medium (stem, lichaam, brief, telefoon)
- ontvanger (degene voor wie de boodschap bestemd is)
- Coderen
- Een boodschap dat men overdraagt, omzetten in taal.
- Decoderen
- De ontvanger zet de woorden die hij hoort om in betekenis.
De belangrijkste oorzaken van communicatiestoringen zijn:
- psychologische factoren: iets wat bij jou zit, belemmert een goede communicatie;
- omgangskundige factoren: de onderlinge relatie tussen zender en ontvanger is niet goed;
- culturele factoren: je spreekt letterlijk een ander taal dan je gesprekspartner of er is geen of onvoldoende inzicht in elkaars culturele en/of religieuze achtergrond;
- de zender zendt slordige en onduidelijke berichten uit;
- de ontvanger is ongeconcentreerd;
- er gebeurt iets in de omgeving: er is sprake van een stoorzender.
- Ruis
- Alles wat afleidt van optimale communicatie noemen we ruis.
- Feedback
- Een directe reactie op de zender noem je feedback.
Communicatieve vaardigheden
- goed kunnen luisteren
- een vlotte babbel hebben
- in volzinnen spreken
- Verbale communicatie:
- de woorden die je spreekt
- Non-verbale comm:
- de manier waarop je comm (stem, intonatie, gebaren).
Formele taal is officiële taal, deftige taal
Informele taal is veel gemoedelijker dan formele taal. (gewoon)
Ook een vorm van communicatie !!!! Niet dan?!?
H 2. Tweegesprekken
Een tweegesprek is een gesprek waarbij sprake is van twee gesprekspartners. Het tweegesprek is een belangrijk middel in het werkveld.Enkele voorwaarden waaraan je als gespreksleider moet voldoen om de gesprekken zo effectief mogelijk te laten verlopen zijn: de goede houding van de gespreksleider, de voorbereiding en beëindiging van het gesprek en het creëren van een ontspannen sfeer.
Voorwaarden voor een effectief gesprek
- je houding als gespreksleider;
- de voorbereiding van het gesprek;
- de beëindiging van het gesprek;
- het creëren van een goede sfeer
Elk gespreksmodel heeft zijn eigen doelen, fasen en vaardigheden voor de gespreksleider. Je zult echter hebben gemerkt dat bepaalde fasen van het ene gesprek overeenkomen met die van het andere gesprek. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de gespreksleider een luisterhouding aanneemt. Bij het informatieve gesprek vormt dit de hoofdmoot van het gesprek. Je ziet het echter ook terug bij fase 2 van het slechtnieuws, het functioneringsgesprek en het beoordelingsgesprek en fase 1,3 en 6 van het probleem-oplossend gesprek.
Non-directieve vaardigheden±
- Stimuleren door het geven van tussenvoegsels (hmm, o ja!, nee toch?)
- Ordenen, samenvatten (op een rij wat er gezegd is)
- Analyseren (probeer verhaal te ontrafelen)
- Reflecteren (poging een ander te begrijpen)
- Vragen stellen: E-in : informatieve vragen, verduidelijking
Directieve vaardigheden
- Het geven van ik-boodschappen(I):
- Informatie geven(I):(info omdat ander vraagt of jij wil ander iets onder zijn aandacht brengen
- Advies geven(A): je mening door advies (Als ik jou was….)
- Confrontatie geven (C): (confronteer ander met tegenstrijdigheden)
- Een waardeoordeel geven, waardering geven (WA) Je spreekt een oordeel uit over het gedrag of uitingen van de ander
- Een vooronderstelling uiten(V): (je suggereer dingen ????)
- Een geruststelling uiten(G): (je neemt ander niet serieus)
Informatieve gesprek
Doelen van het gesprek
- het verkrijgen van info
- het leren uiten van meningen, gedachten en gevoelens
- het opbouwen van een vertrouwensrelatie
- mededeling van het slechte nieuws
- vermindering van de frustratie
- ondersteuning van de oplossing van het probleem
- overbrengen van het slechte nieuws
- bieden van ondersteuning bij het verwerken van het slechte nieuws
- slechte nieuws meedelen
- de frustratie verminderen
- ondersteuning bieden bij de probleemoplossing
- slechte nieuws duidelijk formuleren
- geen omwegen, meteen meedelen
- geef een korte, heldere toelichting
- stimuleer ander om zijn mening/gevoelen verder toe te lichten
De twee modellen
- het medisch model, (dokter-patientmodel) De gespreksleider is: directief - zakelijk - onpersoonlijk - afstandelijk - alwetend- autoritair
- het counselingmodel, (participatiemodel) De gespreksleider is: non-directief - vriendschappelijk - persoonlijk - democratisch - samen)
- het bieden van hulp bij het oplossen van een probleem
- het stimuleren van de ander om zelf tot een oplossing te komen
definitie - beeldvorming - meningsvorming - besluitvorming - uitvoering -evaluatie
Functioneringsgesprek
Doelen van het gesprek
- Bespreken van het functioneren van de medewerker
- Oplossen van problemen in de werksituatie
- Komen tot een beter functioneren van de medewerker
- Inleiding
- Bespreking van het functioneren
- Noteren van conclusies en afspraken
- uitnodigende startvraag
- geef informatie
- vragen omtrent gemaakte afspraken
- stimuleer de ander zich te uiten
- orden, vat samen, analyseer en reflecteer
- beoordelingsformulier
- beoordelingsgesprek
- analyseren van sterke en zwakke kanten v/d medewerker
- komen tot een beoordeling v/h totale functioneren van de medewerker in zijn werk
- startvraag
- spoor de ander aan tot het formuleren van leerdoelen en geef ideeën hieromtrent
- geef indien nodig enkele suggesties om hem op weg te helpen
- speel eventuele vragen om advies van de ander terug nar hemzelf
Fase 1: “social talk”, bedoeld om de gesprekspartner op zijn gemak te stellen. De aanloopfase
Fase 2: het voorbereiden van het gesprek, waarin je aangeeft uit welke onderdelen het gesprek bestaat. De planningfase
Fase 3: waarin je de feitelijke inhoud van het gesprek bespreekt.De themafase
Fase 4: de afronding van het gesprek, waarin je bijvoorbeeld een samenvatting geeft, evalueert en afscheid neemt van je gesprekspartner.
Soorten gesprekken
Open gesprek (het vrije/ niet gestandaardiseerde interview)
Het gesprek wordt bepaald door de geïnterviewde
Half-Open gesprek (het gestandaardiseerde interview)
De gespreksleider en de geïnterviewde kunnen het verloop van het gesprek beïnvloeden
Gesloten gesprek (het gestandaardiseerde interview)
De gespreksleider bepaalt het verloop van het gesprek
H 5. Houdingsaspecten
Jouw houding ofwel de manier waarop je je gedraagt in bepaalde situaties ten opzichte van personen of gebeurtenissen, is heel belangrijk in je werk. Voor elke beroep is een specifieke beroepshouding nodig. Dit is de meest ideale houding die je kunt bezitten om het beroep optimaal uit te oefenen. Het is van belang je de juiste houdingsaspecten eigen te maken en regelmatig door middel van zelfreflectie te bekijken hoe je functioneert.De juiste luisterhouding wordt gekenmerkt door:
- een ietwat voorovergebogen lichaamshouding, gericht naar spreker
- rustig op een stoel zitten
- met de onderarmen op tafel of op de bovenbenen steunen
- regelmatig oogcontact met de spreker onderhouden
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



