Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
Leesbaarheid
Geplaatst op Maandag 30 april 2001


1.      Lees de teksten over de ‘reistijdenkaart’ en over ‘blozen’.

a)      De tekst over blozen vonden wij het makkelijkst te lezen, de reden daarvoor is omdat de andere tekst een veel technischer verhaal is, een moeilijker onderwerp dus, het onderwerp blozen is begrijpelijker en de tekst over de ‘reistijdenkaart’ heeft nauwelijks een logische opbouw.

b)      Moeilijke en makkelijke teksten kun je herkennen aan:

·        De zinsbouw;

·        Het onderwerp;

·        Het gebruik van alinea’s;

·        Het woordgebruik;

c)      Behalve de bovenstaande kenmerken, kunnen ook de lay-out en de het lettertype meespelen bij het bepalen van de leesbaarheid.

 

2.      In beide teksten komen lange zinnen en woorden voor en ook kortere. Het gaat om gemiddelden.

a)       

tekst

aantal zinnen

aantal woorden

aantal lettergrepen

reistijden

13

216

384

blozen

11

121

187

 

b)      Reistijden:        216/13 = 16,62 ®      Z = 16,62

Blozen:             121/11 = 11 ®          Z = 11

c)      Reistijden:        384/216 = 1,77 ®     W = 1,77

Blozen:             187/121 = 1,55 ®     W = 1,55

d)      G = Z ´ W

 

3.      In 1949 introduceerde de Amerikaan R. Flesch een leesbaarheidsformule, die voor Nederlandse teksten in 1960 is aangepast door Ir. W.H. Douma. Die aangepaste formule is:        

G = 206,84 – 77 · W – 0,93 · Z

a)      Reistijden:        G = 206,84 – 77 · 1,77 – 0,93 · 16,62 ®    G = 55,10

Blozen:             G = 206,84 – 77 · 1,55 – 0,93 · 11 ®         G = 77,26

b)      Omdat wij persoonlijk de tekst over blozen makkelijker vonden, hadden wij geconcludeerd, dat hoe lager G, hoe leesbaarder de tekst. Maar uit de tabel van vraag 4 blijkt, dat hoe lager G, hoe minder goed leesbaar de tekst is.

c)      Zeker weten doen wij dit niet, maar volgens ons telt W zwaarder mee, omdat W met 77 vermenigvuldigt wordt en Z wordt slechts met 0,93 vermenigvuldigd. Zou er een verandering optreden in W en Z, dan zal het verschil bij W veel groter zijn. En daarom heeft volgens ons W ook de meeste invloed.

 

4.      Uit de indeling hiernaast van G in klassen zie je bij welke ‘opleiding’ dergelijke teksten passen. De grafiek van de formule

G = 206,84 – 77 · W – 0,93 · Z              voor G = 100    

is een lijn.

a)       

100      

=

206,84 – 77 · W – 0,93 · Z

- 206-84

«

- 206,84

-106,84

=

- 77 · W – 0,93 · Z

106,84

=

77W + 0,93Z

b)      W = (106,84 – 0,93Z) : 77

Z

10

15

20

25

30

35

W

1,267

1,206

1,146

1,086

1,025

0,965

 

c)      De berekeningen van de waarden van W, bij G = 100, 90, 80, 70.

 

G = 100

Z

10

35

 

G = 90

Z

10

35

W

1,267

0,965

 

W

1,397

1,095

 

     

G = 80

Z

10

35

 

...







Reacties

Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.