Inleiding
In dit verslag wordt het landbouwbeleid van de Europese Unie besproken. Ook het verleden en het ontstaan van de EU komt aan bod. Het was een moeilijk onderwerp om veel informatie over te vinden maar het is gelukt.
Het verslag is opgesplitst in deelvragen die helpen een antwoord te vinden op de hoofdvraag. De hoofdvraag die ik ga stellen in dit verslag is: Hoe is het Europese landbouwbeleid veranderd sinds 1995?
Het antwoord op deze vraag zal ik helmaal aan het einde van het verslag geven in de conclusie. De deelvragen zijn iedere keer de namen van de hoofdstukken.
Ik heb drie deelvragen geformuleerd:
O Wat was de invloed van de WTO- conferenties op het EU- Landbouwbeleid?
O Wat zijn de veranderingen ten opzichte van het verleden?
O Wat was de invloed van de Amerikaanse eisen op het landbouwbeleid? En wat is de positie van de ontwikkelingslanden ten opzichte van het EU-landbouwbeleid?
Op deze deelvragen geef ik, zoals ik al zei, in elk hoofdstuk een antwoord. Ik heb de deelvragen zo gekozen omdat er veel factoren zijn die het beleid van de EU beïnvloeden. De voornaamste het ik eruit gelicht en uitgewerkt in dit verslag. In de conclusie zal ik de verschillende deelvragen aan elkaar koppelen zodat er een antwoord geformuleerd wordt op de hoofdvraag.
He is wel opvallend de het beleid van de EU als het om de landbouw gaat, sinds de start van de WTO sterk veranderd is, maar hierover meer in de conclusie.
Mijn informatie heb ik voornamelijk van het internet afgehaald.
Deelvraag 1: Wat was de invloed van de WTO–conferenties op het EU-landbouwbeleid?
Wat is de WTO?
Laten we beginnen met de vraag wat de WTO eigenlijk is en wat ze doen.
De WTO is een handelsakkoord en is ontstaan na de Generaal Agreement on Tariffs and Trade onderhandelingen (GATT onderhandelingen). Er zijn afspraken gemaakt over handel tussen verschillende landen. Er werden afspraken gemaakt over de handelstarieven en handels belemmeringen. Het eindakkoord (het GATT akkoord) ging in januari 1995 in werking, de naam is toen veranderd in WTO, World Trade Organisation.
Het hoofddoel van de WTO is om toe te zien op naleving van de WTO verdragen. Ook functioneert het WTO als een bemiddelaar bij onderhandelingen over handelsverdragen.
Het geschillenbeslechtingspanel
Een van de belangrijkste functies van het WTO is in handen van het geschillenbeslechtingspanel (Dispute Settlement Panel). Dit panel doet uitspraken bij een handelsconflict tussen landen.
Als een land een handelsconflict heeft met een ander land dan wordt dit conflict voorgelegd aan de geschillencommissie, deze doet hier dan een bindende uitspraak over. De WTO kan een land dwingen zijn beleid te veranderen als blijkt dat dit in strijd is met de regels van de WTO. Als het land zijn beleid niet veranderd kan de WTO dat land economische sancties opleggen. Zoals je ziet is de WTO dus heel machtig. Maar het geschillenbeslechtingspanel heeft in de loop der jaren ook wel veel kritiek gehad op haar uitspraken, dit was meestal het geval in uitspraken die ook het milieu en sociale aspecten betroffen.
Een voorbeeld:
De EU gaf al heel lang speciale handelsvoorwaarden aan bananen uit voormalige Europese koloniën. Zonder deze behandeling zouden de landen niet kunnen concurreren met de landen die op veel grotere schaal en dus veel goedkoper bananen produceren.
En ook al is het aandeel van de Amerikaanse bananen veel groter dan dat van de bananen van de kleinere landen, toch heeft Amerika een klacht ingediend bij de WTO over de speciale handelsvoorwaarden. De WTO gas de VS gelijk en dat ten koste van de kleine bedrijfjes in bijvoorbeeld de Cariben die niet kunnen concurreren met de VS.
Conflicten
Ook is er het conflict tussen de EU en de VS over het hormoonvlees. Hormoonvlees is vlees van slachtdieren die ingeënt zijn met speciale hormoonpreparaten zodat ze groter en zwaarder worden en dus meer vlees hebben.
In Europa is de handel in hormoonvlees verboden en de VS is het daar niet mee eens en wil het vlees op de Europese markt brengen. De regel is echter dat als een land twijfelt aan de kwaliteit van een product uit een ander land, dan mag hij dit product weigeren. Maar dat mag alleen als wetenschappelijk aantoonbaar is dat dit product schadelijk is.
Het is de EU niet gelukt om aan te tonen dat genetisch behandeld vlees schadelijk is dus heeft de WTO de VS toegestaan om strafheffingen te vorderen op Europese producten.
|
|
Deze regeling gaat niet alleen over de voedselveiligheid (het gebruik van bestrijdingsmiddelen en bacteriële vervuiling) maar ook over de gezondheid van dieren en plantengezondheid (geïmporteerde insecten ter bestrijding). Men moet eerst aantonen dat het schadelijk is voor het product verboden kan worden. Dit klinkt heel mooi, en dat is het ook maar soms brengt het negatieve gevolgen met zich mee. Men moet bijvoorbeeld eerst kunnen aantonen dat insecten schadelijk zijn voordat ze de invoer in een land mogen verbieden. Volgens wetenschappers is het onmogelijk om alle insecten en planten in kaart te brengen die schadelijk zijn en daar een beleid op te maken.
Hoe werkt de besluitvorming?
De WTO heeft nu 134 leden, elk land heeft een stem, in principe heeft elk land toegang tot de commissies, raden en het geschillenpanel. Maar in praktijk zijn er een paar grote landen of machtsklokken zoals de Europese Commissie die samen de agenda voorbereiden of besluiten nemen en daarna voorleggen aan andere landen.
Landen die economisch minder machtig zijn hebben mindermogelijkheden om invloed op de agenda uit te oefenen of om een eigen voorstel voor te bereiden. Veel van de onderwerpen die ontwikkelingslanden op de agenda zetten worden niet besproken en als onbelangrijk afgedaan. Ook hebben deze landen niet genoeg vertegenwoordigers gestationeerd om alle vergaderingen van de WTO te bezoeken.
Het beleid in Europa
Hoe zit dat dan met Europa? Hoe worden daar de besluiten genomen en de voorstellen gedaan wat betreft de WTO? In Europa bestaat de unieke situatie dat de Europese Commissie onderhandelt met de WTO namens alle 15 lidstaten. De voorstellen worden daarna besproken door de raad van ministers van buitenlandse zaken (De Algemene Raad), in theorie hebben de nationale parlementen veel invloed op de minister die naar de Algemene raad gaat. De parlementen hebben ruim de tijd om met de minister te overleggen over de besluiten te overleggen. In praktijk is dat echter zelden het geval. Bijvoorbeeld in 1996, toen het Nederlandse parlement een standpunt had ingenomen over de ministeriële conferentie in Singapore had de Europese Raad er al over beslist. Er is vaak maar weinig informatie beschikbaar en de parlementen horen pas na de ministerraad wat er allemaal besloten is.
Het Europees Parlement wordt wel ingelicht over besluiten van de Europese Commissie maar heeft geen stemmingsrecht over de besluiten.
Wat wil de Europese Commissie?
De Europese Commissie wil meer inzet van de WTO om aan de wensen van de ontwikkelingslanden tegemoet te komen. Nu hebben deze landen nauwelijks inspraak en zijn vaak alleen maar de dupe van de besluiten van WTO.
De Europese commissie heeft, onder andere gesteund door Nederland, voorstellen gedaan om de positie van de ontwikkelingslanden te verbeteren.
Nederland zelf volgt in grote lijnen het beleid van de Europese Commissie, ze wil versterking van de WTO en voortzetting van de liberalisering van de handel. Ook wil zij versterking van de positie van de ontwikkelingslanden en ze maken zich sterk voor dierenwelzijn en het milieu. Zo zijn ze onder andere voorstander van het plan “de vervuiler betaald” hierbij is het zo dat degene die vervuiling veroorzaakt ook opdraait voor de kosten om alles weer op te ruimen.
De houding van de VS
De houding van de VS tegenover is vooral economisch belang. Ze willen grotere toegankelijkheid van de Amerikaanse producten op de wereldmarkt. Maar minder onderhandelingen over investering en mededinging. Ook de VS noemt, net als de EU, het versterken ven de WTO.
De WTO en landbouwbeleid
Hoe zit dat dan met de WTO en het landbouwbeleid? Nou dat ligt erg ingewikkeld, want de omstandigheden zijn in elk land anders, dus is het moeilijk daar een akkoord over te bereiken. Vooral veel ontwikkelingslanden hebben een terughoudende instelling tegenover de volledige openstelling van de markt. Veel boeren daar zijn zelfvoorzienend, als ze moeten gaan produceren voor de wereldmarkt is dat een enorme schaalvergroting. Maar de boeren in ontwikkelingslanden kunnen niet op zo’n grote schaal produceren als de boeren in westerse landen en gaan dus failliet.
Als bijvoorbeeld maïs geliberaliseerd wordt zullen ongeveer 800.000 gezinnen in Mexico geen inkomen meer hebben. Maïs uit de Verenigde staten is veel goedkoper, omdat deze op grotere schaal kan produceren dan Mexico, en zo dus aantrekkelijker.
In het GATT-akkoord zijn ook afspraken gemaakt over de liberalisering van de landbouw. De WTO staat bepaalde indirecte subsidies toe aan boeren maar directe subsidies zijn verboden.
De landbouw in de Europese Unie kost veel geld, en de EU is door de geplande uitbreiding wel gedwongen om de uitgaven aan landbouw in te krimpen. De kleinere bedrijven worden hierdoor gedupeerd.
Invloed op het Europese beleid
Je ziet dat de invloed van de WTO op het Europees landbouwbeleid redelijk groot is. De WTO kan ervoor zorgen dat de Europese subsidies aan landen stopgezet worden. Ook kan de WTO economische sancties opleggen. De Europese Unie moet zich aanpassen aan de regels van de WTO en zo haar beleid aanpassen. Ook de VS heeft een grote invloed uitgeoefend op het beleid van de EU, maat hier later meer over.
De ongelijkheid tussen de rijkere landen en de ontwikkelingslanden is ook veel groter geworden door de regelingen van de WTO, deze landen kunnen niet net als de rijkere landen goed voldoen aan de eisen die de WTO stelt. De ontwikkelingslanden zijn sinds de instelling van de WTO alleen maar armer geworden en de rijke landen alleen maar rijker. De rijkste 20 procent van de wereldbevolking is nu 74 maal rijker dan de armste 20 procent.
Deelvraag 2: Wat zijn de veranderingen in het landbouwbeleid ten opzichte van het verleden?
Het begin
De Europese eenwording is in 1951 met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) begonnen. Zes jaar later werd de Europese Economische Gemeenschap (EEG) opgericht. Hieraan deden 6 landen mee: Nederland, Luxemburg, West-Duitsland, Frankrijk en Italië. Ze wilden de oorlog uitbannen binnen de EEG en sterker staan tegen economisch machtige landen zodal de VS en Rusland. Ze deden dit door een gemeenschappelijke markt te vormen.
Het Europese Landbouwbeleid bestaat al sinds 1968, toen in Europa de gemeenschappelijke markt goed op gang gekomen was er een discussie die steeds terug kwam: de inkomstenpositie van de boeren. Een feit was dat deze zonder landbouwbeleid qua inkomsten een flink eind achterbleven bij de rest van de bevolking.
Er waren twee manieren om de inkomsten van de boeren omhoog te helpen, dit waren inkomenstoeslagen en via allerlei maatregelen het prijspeil van de agrarische producten bevorderen. Dit laatste kon alleen als er meerdere landen mee deden anders zou de concurrentiepositie van de EU verslechteren. Maatregelen die werden genomen waren invoerheffingen, of het bepalen van de maximale afwijking van de prijs op de interne markt ten opzichte van het internationale prijsniveau.
In de eerste jaren van de economische samenwerking had de Europese Gemeenschap erg veel vrijheid bij het bepalen van het beleid. Door heffingen te eisen bij de grens was het makkelijk om het eigen prijspijl op de gewenste hoogte te houden. In de eerste jaren waren de kosten van het markt- en prijsbeleid dan ook laag.
Maar toen de Gemeenschap meer begon te produceren dan nodig was (en dus overschotten kreeg) moesten ze die zien kwijt te raken op de wereldmarkt. Maar omdat de prijs op de interne markt veel hoger was dan op de wereldmarkt stegen de kosten van het markt- en prijsbeleid snel.
Er kwamen...![]()
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.




