De danseres zonder benen
Asscher-Pinkhof, Clara
Geplaatst op Donderdag 28 maart 2002
Zakelijke gegevens
Auteur
Clara Asscher- Pinkhof
Titel
Danseres zonder benen, Leopold, s- Gravenhage, 1984, 429 (1967)
Genre
Danseres zonder benen is een autobiografie. Clara Asscher Pinkhof beschrijft in dit boek haar leven vanaf dat ze een klein kind was tot 30 jaar nadat ze haar man kwijtraakte.
Eerste reactie
Keuze
We moesten een presentatie houden, we wisten niet goed welk boek we moesten kiezen, we kwamen tot de beslissing om Het fregatschip Johanna Maria te nemen, maar dit boek bleek erg tegen te vallen. We gingen verder op zoek tot we een boek met een hele vreemde titel tegen kwamen: Danseres zonder benen. We wilden wel eens weten wat hier achter zat want een danseres zonder benen kan toch helemaal niet dansen?
Inhoud
Het was echt een schitterend boek. Doordat het geschreven is door iemand die de oorlog zelf heeft meegemaakt kom je er pas achter hoe verschrikkelijk het allemaal geweest is, hoe ongelofelijk gemeen er gehandeld is. Het is een boek dat eigenlijk een boodschap meegeeft: Proberen altijd door te gaan ook al wordt er iets heel belangrijks uit je leven weggenomen……
Verdieping
Samenvatting
Als Clara nog klein is, begint ze al met dingen opschrijven die ze niet durft te zeggen. Ze heeft ook veel fantasie. Ze wil later onderwijzeres worden, net als Roza, haar nicht met wie ze veel optrekt. De families van haar en Roza gaan elke Sabbath-middag naar de opa van Roza. Hij ziet er streng uit en Clara gebruikt hem in haar fantasie als haar geweten. Kort daarna gaat ze naar het Barmitswa-feest van haar neef. Daar ziet ze Avraham voor het eerst. Hij is de Joodse leraar van haar neef. Als haar vader later een boek vanuit het Latijn moet vertalen en Avraham hem daarbij helpt, ontmoet ze hem weer. Ondertussen studeert ze voor onderwijzeres. Als ze geslaagd is, wordt ze onderwijzeres in het dorpje Deil aan de Linge in de Betuwe. Als ze in het weekend naar huis gaat, ontmoet ze Avraham vaak in de trein. Later kan ze in Amsterdam les gaan geven. Daar zijn gevluchte Zionisten uit Belgie (WO1) waarmee de Nederlandse Zionisten waaronder Clara, een jeugdvereniging oprichten, waarbij ze ook les krijgen in het Hebreeuws en in het bijbelboek Jesaja. De leraar is Avraham. Hoe ze elkaar gevonden hebben, staat niet in het boek geschreven. Tijdens hun verloving zien ze elkaar haast niet, want zij zit in Amsterdam en hij in Groningen. Later wordt hij rabbi in een getto, waar het slecht aan toe is. Clara en Avraham proberen er zo veel mogelijk voor te doen. Vlak voordat ze gaan trouwen, wordt Avraham gekozen voor rav (opperrabbijn) in Groningen. In diezelfde tijd krijgt hij voor het eerst de pijnaanvallen, waaraan hij jaren later sterft. Na hun trouwen gaan ze naar Groningen. Ze krijgen 6 kinderen: Eli en Menachem, een tweeling, Jitschak, Meier, Roza en Fieke. Vanaf de dood van hun burgemeester leeft Clara in angst om Avraham. Ze is bang dat hij ook sterft doordat hij te hard werkt en daardoor weer pijnaanvallen heeft. Als Clara in verwachting is van Fieke, moet Avraham voor onderzoek naar Amsterdam. Ze mag 1 keer in de maand naar hem toe. In hetzelfde ziekenhuis sterft Avrhams zusje Fieke. Clara wil haar kind naar haar vernoemen. Als Avraham nog in A’dam ligt, wordt Fieke geboren. Avrham moet naar Zwitersland om op te knappen. Daar besluiten de artsen hem te opereren. Samen met Fieke reist Clara naar hem toe. De dag voor de operatie komen ze aan. Clara weet dat dit de laatste keer is dat ze Avraham levend zal zien. Na de dood van Avraham wil Clara’s familie dat ze bij hen in Amsterdam komt wonen met de kinderen. Maar Clara wil in Groningen blijven; haar familie beknelt haar, ze wil alleen haar kinderen opvoeden, samen met de ex-gemeente van Avraham. Nu verandert haar leven compleet. Voor haar kinderen blijft ze dezelfde, maar als ze alleen is voelt ze de eenzaamheid en het gebrek aan iemand waar ze alles aan kwijt kan. Ze mist Avraham. Na een paar jaar sterft ook de moeder van Avraham. Clara ziet haar als een bode tussen haar en Avraham. Maar als ze gestorven is, weet ze dat ze zich dit alleen maar verbeeld heeft. Al die jaren voor de Tweede Wereldoorlog heeft ze veel boeken geschreven. In november 1939 vertrekt Roza naar Palestina om daar Hebreeuws te studeren en een verpleegstersopleiding te volgen. Menachem studeert op het conservatorium in Amsterdam. Meier studeert Chemie in Groningen. Dan begint de oorlog. Eli zit in het leger. Als Nederland zich overgegeven heeft, komen Eli en Menachem weer bij Clara.
Twee jaar later hoort ze dat er gebrek is aan Joodse leraren in Amsterdam. Met Fieke vertrekt Clara naar A’dam om daar les te geven. Daarmee breekt ze met de tastbare herinneringen aan Avraham die ze al jaren in Groningen gekoesterd heeft. Eli en Menachem gaan trouwen. Eli met Flory en Menachem met Tamar. Ze denken dat dit tegen deportatie helpt. Toch worden Menachem en Tamar opgeroepen. Ze gaan. Jitschak en Meier zijn ondertussen ondergedoken. Clara gaat ’s nachts in de Hollandse Schouwburg helpen. Daar worden de Joden die uit hun huizen zijn gehaald, heengebracht om verder gedeporteerd te worden naar Westerbork. Dit werk beschermt haar voorlopig tegen deportatie.
Clara is wel moe en futloos geworden. Kurt, een professor en vriend, geeft haar het laatste duwtje om weer te gaan schrijven. Clara begint aan haar boek ‘Sterrekinderen’.
Dan duikt Fieke, die nog bij haar woonde, onder. Zelf wordt Clara bij een razzia opgepakt. Eerst gaat ze naar Westerbork. Na een week komt ze daar als leidster in de wezenbarak terecht. Een paar maanden later komen ook haar ouders en drie van haar broer in Westerbork. Haar vader sterft er, haar broers worden verder getransporteerd en vergast. Op een keer komt er met een transport een meisje van 4 jaar aan: Mindeltje. Haar ouders zitten in Palestina en hebben haar niet mee kunnen nemen. Omdat ze alleen is, komt ze bij Clara in de wezenbarak. Clara stelt het tot haar taak om Mindeltje veilig bij haar ouders in Palestina te brengen. Ze krijgt het voor elkaar om samen met haar in het uitwisselingskamp Bergen-Belsen te komen. Mindeltje komt op Clara’s naam te staan. De Duitsers hebben de Joden wijsgemaakt dat ze via Bergen-Belsen naar Palestina kunnen, maar dat is dus niet waar. Het is er nog erger dan in Westerbork. Clara en Mindeltje komen in een barak voor moeders met kinderen uit het Amsterdamse getto terecht. Clara’s moeder die ook meegegaan is, komt in een andere barak. Ondertussen schrijft Clara in haar gedachten verder aan ‘Sterrekinderen’. Het begin heeft ze, toen ze nog niet gepakt was, aan haar uitgever gegeven. In haar barak gaat het helemaal fout met de leidster. Ze wordt afgezet en Clara en nog een andere vrouw volgen haar op. De stemming wordt een stuk beter. Clara heeft Palestina-papieren, omdat Roza daar zit. Daarom wordt ze genoemd voor een uitwisselingstransport naar Palestina. Ze zullen worden uitgewisseld tegen Duitse krijgsgevangenen. Ook 2 van haar broers en 2 van haar zwagers en Mindeltje staan op de lijst. Clara wil het ook voor elkaar krijgen dat haar moeder mee mag en dit lukt. Eerst moeten ze nog een tijd gescheiden van degenen die niet genoemd zijn, wachten. Dan mag er een gedeelte naar Palestina. Mindeltje zit er bij, maar Clara en haar familie niet. Een familielid van hen is een diamantenkoning en die willen de Duitsers te pakken krijgen. Clara’s moeder mag wel mee nadat Clara een verzoek voor haar heeft ingediend om haar toch op de lijst te zetten. Het duurt nog weken voor ze echt weggaan. Op het allerlaatste moment mag Clara toch mee, omdat er een paar uitgevallen zijn.
Met de trein reizen ze naar Palestina en daar komen ze weer in een kamp terecht. Na een paar dagen mag Clara Mindeltje aan haar ouders teruggeven en mag ze zelf met een taxi naar Jeruzalem, naar Roza. Een dag later gaat haar moeder naar haar zus in Tel Aviv. Als Clara Roza weer terugheeft en ze samen bij mensen in huis wonen, knapt ze helemaal af. Na een paar maanden als het weer beter gaat met haar, schrijft ze ‘Sterrekinderen’ af. Ook krijgt ze bericht dat Meier, Fieke, Eli en Flory nog leven. Menachem en Tamar, Jitschak en Clara’s broers met hun gezinnen leven niet meer. Roza gaat ondertussen naar de zusterschool om daar te studeren. Een jaar later komt Fieke over uit Nederland. Een paar maanden later gaat ze naar een kibboets. Clara gaat lesgeven op een landbouwschool, maar na 3 maanden gaat ze weer terug naar Jeruzalem. Daar wordt het steeds rumoeriger; er komt steeds meer spanning tussen de Joden , Arabieren en de Engelsen. Het begint er meer en meer op de afgelopen oorlog te lijken. Daarom vertrekt Clara naar Fieke, naar de kibboets.
Na een paar maanden gaat ze naar Nederland om de mensen te vertellen over de afgelopen oorlog en om Meier en zijn vrouw Vera te bezoeken. Als ze weer terug in Nederland is, wordt de staat Israël uitgeroepen. Een dag later is er oorlog.
Als er een wapenstilstand is, vertrekt Clara zo snel als ze kan weer naar Israël. Daar gaat ze in een kibboets werken. In die tijd schrijft ze Hebreeuwse kinderverhalen voor haar kleinkinderen. Omdat ze ook voor volwassenen wil gaan schrijven, begint Clara aan een studie Hebreeuws. Als ze afgestudeerd is, gaat ze in een kibboets lesgeven. Eli en Flory die daar ook wonen worden voor 2 jaar naar Nederland uitgezonden. Als ze terugkomen kunnen ze niet meer wennen aan het leven in de kibboets. Fieke, die er ook woont besluit ook met haar man de kibboets te verlaten. Omdat er nu geen kinderen van Clara meer wonen, moet ook zij verhuizen. Ze wordt lerares op een Hebreeuwse school. Nu ze geen eigen kinderen meer in haar nabijheid heeft, komt het verlies van Avraham weer boven.
Onderzoek van de verhaaltechniek
Het taalgebruik is niet echt moeilijk. Af en toe kom je wat oud-Nederlandse woorden tegen en Joodse termen. De Joodse termen worden verder niet uitgelegd, wat wel eens lastig is.
Het boek speelt zich in nogal wat verschillende plaatsen af. Allereerst in Amsterdam waar Clara opgroeit, waar ze Avraham vindt en waar ze in WO2 woont. Verder in Groningen, waar Avraham rav was en Clara ook na zijn dood blijft wonen. In WO2 komt Clara eerst in Westerbork en later in Bergen- Belsen terecht. In Palestina woont ze in Jeruzalem en in een kibboets.
Het verhaal speelt zich af in de vorige eeuw, vanaf ca. 1900 tot ca. 1950. Er verloopt dus ongeveer 50 jaar. Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. Er komen wel tijdsprongen in voor, meestal over een paar dagen/weken/maanden.
Hoofdpersoon:
Clara Asscher-Pinkhof.
Ze is dromerig, houdt veel van kinderen en is lerares. Ze werd geboren in Amsterdam en had een goede relatie met haar vader die arts was. Met haar moeder kon ze minder goed opschieten. Na de dood van haar man Avraham heeft ze een opmerkelijke relatie met de dood. Ze is er niet bang voor, maar ziet de dood alleen maar als een brug tussen haar en Avraham.
Avraham: Hij is de man van Clara en was de jongste van een gezin met 12 kinderen. Zijn vader is thoraschrijver; hij schrijft boekrollen die in de synagogen...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

