In balans, boek 1 & 2
Geplaatst door coortje op Maandag 24 februari 2003
Boek 1
Hoofdstuk 1
- Organisatie
- een samenwerkingsverband van mensen die bepaalde doelen willen bereiken.
- Profit-organisaties
- streeft naar winst. (commerciële organisatie)
- Non profit-organisatie
- streeft niet naar winst. (niet-commerciële organisatie)
- Onderneming
- een organisatie die deelneemt aan het economisch verkeer met het doel winst te maken.
- Organiseren
- het scheppen van doelmatige verhoudingen tussen mensen, middelen en handelingen om een bepaald doel te bereiken.
- Management
- het bepalen van de doelstellingen van de organisatie, en het bepalen van het beleid, het plannen, het organiseren en het inzetten van middelen om de gestelde doelen te bereiken.
- het vormen van het beleid van de onderneming
- het uitwerken van het beleid
- het besturen van het bedrijfsproces
- zorgen voor het voortbestaan van de onderneming
- maken van winst
- vergroten van het marktaandeel
- zorgen voor de werkgelegenheid
- strategische doelstellingen: zaken die pas op lange termijn gerealiseerd kunnen worden bijv.: binnen tien jaar een verdubbeling van de winst.
- tactische doelstellingen: vloeit voort uit de strategische doelstellingen, deze doelstellingen moeten binnen 1 tot 3 jaar gerealiseerd worden.
- operationele doelstellingen: operationele doelstellingen hangen samen met de uitvoering van de werkzaamheden, bestrijken een hele korte periode.
- Doelstellingen moeten duidelijk worden geformuleerd.
- Doelstellingen moeten acceptabel zijn.
- Doelstellingen moeten haalbaar zijn.
- Doelstellingen moeten consistent (niet-strijdig) zijn.
- de lijnorganisatie
- de lijn-staforganisatie
- de functionele organisatie
- de projectorganisatie
- Organogram
- organisatievorm in schema.
Voordelen van de lijnorganisatie:
- Het systeem is eenvoudig.
- Er is eenheid van leiding.
- Er kunnen snelle beslissingen worden genomen.
- De bazen kunnen zich uitstekend ontplooien.
- De opdrachten worden meestal mondeling verstrekt.
- Het systeem leidt gemakkelijk tot bureaucratie.
- Elke afdeling staat te veel op zichzelf.
- Er is een gebrek aan gespecialiseerd personeel.
- Bazen krijgen een te zware verantwoordelijkheid en te veel taken.
Taken waarmee de staf belast kan worden, zijn ondermeer:
- het voorbereiden van uitvoerende werkzaamheden
- voorlichting geven
- adviezen verschaffen aan het management
- controlewerkzaamheden verrichten
- onderzoek doen en productontwikkeling realiseren
- er is eenheid van leiding
- er worden deskundigen ingeschakeld
- door de staf kan een betere samenwerking tussen verschillende afdelingen tot stand worden gebracht
- de staf kan veel te theoretisch bezig zijn en de ogen sluiten voor de praktijk
- de staf heeft geen bevoegdheid om haar adviezen dwingend op te leggen
- de staf draagt geen verantwoordelijkheid voor de verkregen resultaten
- de staf heeft snel de neiging om te proberen een expansie te realiseren.
Werknemer D ontvangt in dit systeem opdrachten van verschillende chefs.
- Hulpdienst
- bijvoorbeeld een afdeling van de onderneming die voor de beveiliging zorgt.
- Projectorganisatie
- Voor de uitvoering van een ingewikkeld project kan de onderneming specialisten op velerlei terrein bij elkaar in een groep plaatsen.
- Projectgroep
- een tijdelijk samenwerkingsverband, dat bestaat uit verschillende specialisten die de opdracht hebben een bepaald doel te bereiken.
- Administratie
- het geheel van handelingen dat nodig is om financiële en andere gegevens vast te leggen.
- Administratieve organisatie
- alle maatregelen van organisatorische aard die betrekking hebben op de goede werking van de organisatie.
- beschikkingsfuncties: berust bij mensen die kunnen beschikken over de bezittingen van een organisatie maar ze niet in bewaring hebben.
- bewaarfuncties
- registrerende functies: vind je terug bij de mensen die de administratie van de onderneming verzorgen.
- controlerende functies
- Begroting
- een op de toekomst gericht overzicht van cijfermatige gegevens.
- Interne controle
- de controle wordt uitgevoerd door mensen die in dienst zijn van de organisatie.
- Accountantsdienst
- een staforgaan en staat buiten de lijnorganisatie.
- Externe controle
- de controle vindt plaats door externe instanties.
- Verbandscontrole
- men gaat ervan uit dat er tussen verschillende grootheden een bepaald verband aanwezig is.
Hoofdstuk 2
Personeelsbeleid: een onderdeel van het totale beleid van de onderneming. Hiertoe behoren zaken als:- Prognose van de personeelsbehoefte: hoeveel mensen met welke kwaliteiten zijn in de toekomst nodig?
- Werving, selectie en introductie.
- Opleiding en vorming (scholing).
- Beoordeling en promotie.
- Beloningssystemen.
- Ontslag en pensioen.
- Pensioen
- iemand die de 65-jarige leeftijd bereikt, gaat met pensioen.
- Flexibele pensionering
- werknemers kunnen zelf kiezen wanneer zij stoppen met werken.
- Individuele arbeidsovereenkomst
- daarin staat ondermeer hoeveel uren de werknemer per week werkt, op welke momenten hij of zij aanwezig dient te zijn, om welke werkzaamheden het gaat en hoe hoog het loon is.
- CAO
- een overeenkomst tussen de vakbonden en de werkgeversorganisaties in een bedrijfstak/onderneming en bevat de algemene arbeidsvoorwaarden die gelden voor alle werknemers in die bedrijfstak/onderneming.
- Primaire arbeidsvoorwaarden: hebben altijd betrekking op de geldelijke beloning voor het verrichte werk, en daarnaast over zaken als vakantiegeld en toeslagen voor overwerk en onregelmatige werktijden.
- Secundaire arbeidsvoorwaarden: kunnen betrekking hebben op werktijden, reiskostenvergoeding, werkkleding, het aantal vakantiedagen, een auto van de zaak, scholingsmogelijkheden en arbeidsduurverkorting.
- Loonsubsidie
- een middel die de overheid toepast om werkzoekenden aan een baan te helpen. Doorgaans wordt loonsubsidie verstrekt op het in dienst nemen van moeilijk te plaatsen werkzoekenden. Door deze subsidie worden voor een werkgever de loonkosten van een werknemer lager.
- Functioneringsgesprek
- vindt plaats tussen de medewerker en diens directe chef. Beide personen kunnen onderwerpen voor het gesprek aandragen. Het doel ervan is de medewerker te helpen zijn functie beter te laten uitoefenen, alsmede verbetering van de omstandigheden waaronder de medewerker moet functioneren.
- Beoordelingsgesprek
- volgt enkele maanden na het functioneringsgesprek, het doel daarvan is een juiste beslissing te nemen over promotie, salarisverhoging of ontslag.
- Discrimineren
- het onderscheid maken tussen personen naar factoren als godsdienst, huidskleur of leeftijd.
- het adviesrecht
- het instemmingsrecht
- het informatierecht
Hoofdstuk 4
Vermogensmarkt: hier wordt geld aangeboden en geld gevraagd. Aan de aanbodzijde van de vermogensmarkt vinden we:- institutionele beleggers en spaarders
- ondernemingen
- de overheid
- Institutionele beleggers
- instellingen die grote sommen geld te beleggen hebben als uitvloeisel van hun hoofdtaak. Bijvoorbeeld: pensioenfondsen en levensverzekeringsmaatschappijen.
Voordelen:
- Als bijvoorbeeld een pensioenfonds een onderhandse lening verstrekt aan een onderneming, wordt er geen gebruik gemaakt van een bank, waardoor er voor beide partijen kostenvoordelen ontstaan.
- Over de leningsvoorwaarden kan worden onderhandeld.
- De betaling van aflossing en interest gaat bij een onderhandse lening aanzienlijk sneller, doordat er slechts een geldgever is.
- Obligatielening
- een grote lening die opgesplitst is in kleinere gedeelten.
- consumenten
- ondernemingen
- de overheid
De vermogensmarkt valt in twee grote delen uiteen:
- De geldmarkt: de markt waar het kortstondig tijdelijk vermogen verhandeld wordt.
- De kapitaalmarkt: de markt voor permanent vermogen (aandelenvermogen) en langdurig tijdelijk vermogen (looptijd langer dan een jaar).
- Rekening-courantkrediet
- een schuld van een particulier of een onderneming aan een bank tot een afgesproken maximumbedrag.
Bij het leverancierskrediet onderscheiden we 2 mogelijkheden:
- het consumptief leverancierskrediet: krediet dat een leverancier verleent aan een consument
- het productief leverancierskrediet: krediet dat een bedrijf verleent aan een ander bedrijf
- Afnemerskrediet
- de koper betaalt eerst en pas daarna moet de verkoper aan zijn verplichtingen voldoen.
Op de openbare markt worden waardepapieren verhandeld die door middel van een emissie zijn geplaatst en via de effectenbeurs kunnen worden gekocht en verkocht.
Op de onderhandse markt is er doorgaans slechts 1 aanbieder die voor het benodigde vermogen zorgt.
- Marktmechanisme
- het ontstaan van evenwicht op de markt tussen vraag en aanbod.
- Effecten
- waardepapieren die kunnen worden gekocht en verkocht, zoals aandelen en obligaties.
- Effectenbeurs
- de plaats waar de aankoop- en verkooporders van effecten worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 5
Bij het verkrijgen van vermogen kun je onderscheid maken tussen:- eigen vermogen
- vreemd vermogen op lange termijn
- vreemd vermogen op korte termijn
- Kort vermogen
- al het vermogen dat voor korter dan een jaar nodig is, rekenen we tot het kort vermogen.
- Aandelenkapitaal
- permanent vermogen.
- Emitteren
- de aandelen worden geplaatst (verkocht).
- Aandeel
- bewijs van deelname in het aandelenkapitaal van een NV.
- Emissie
- uitbreiding van het aandelenkapitaal van een onderneming.
- Maatschappelijk aandelenkapitaal
- het totaalbedrag dat men aan nominaal aandelenkapitaal nodig denkt te hebben
- Geplaatst aandelenkapitaal
- het maatschappelijk aandelenkapitaal verminderd met het bedrag van de niet-uitgegeven aandelen (aandelen in portefeuille). Het aandelenkapitaal is dus het nominale bedrag van de werkelijk uitgegeven aandelen.
- Hypothecaire lening
- een geldlening op onderpand van onroerend goed.
We onderscheiden:- de lineaire hypotheek
- de spaarhypotheek
- de annuïteitenhypotheek
- Onze inkomstenbelasting is progressief
- naarmate het inkomen hoger is, betaalt men procentueel meer belasting.
- De interestkosten worden snel lager.
- De schuld wordt steeds kleiner.
- Doordat de interestkosten steeds lager worden, neemt ook het belastingvoordeel snel af.
- De uitgaven wegens interest en aflossing zijn in de eerste jaren het hoogst, terwijl het inkomen dan meestal nog lang niet het hoogste niveau heeft bereikt.
Voordelen van de spaarhypotheek:
- groot fiscaal voordeel (elk jaar maximale interestaftrek)
- over de interest van het spaarbedrag hoeft geen belasting te worden betaald
- de maandlasten blijven (op het laatste jaar na) elk jaar even hoog, zodat je precies weet waar je aan toe bent.
- de hoge interestlasten: je betaalt elk jaar interest over het geleende bedrag
- het percentage interest dat je over het spaarbedrag vergoed krijgt, is vaak lager dan het percentage dat je zelf moet betalen.
- Annuïteit
- een periodiek (gelijkblijvend) bedrag aan interest en aflossing samen.
- Obligatie
- een bewijs van deelneming in een geldlening. Een obligatie bestaat uit een mantel en een couponblad.
- aflossing in 1 keer aan het einde van de looptijd van de lening
- aflossing in gedeelten gedurende een aantal jaren door middel van uitloting
- het inkopen van de eigen obligaties
| Aandelen | Obligaties |
| Bewijs van mede-eigendom in een NV of BV | Schuldbewijs van een NV of BV |
| Deel van het eigen vermogen | Deel van het vreemd vermogen |
| Permanent vermogen | Tijdelijk vermogen (wordt afgelost) |
| Medezeggenschap (stemrecht) in de AVA (algemene vergadering aandeelhouders) | Geen zeggenschap in de AVA |
| Risico bij slechte resultaten | Minder risico |
| Koers onstabiel, afhankelijk van de winstverwachting | Koers stabieler, voornamelijk afhankelijk van de rentestand |
| Dividend als beloning (afhankelijk van de winst) | Vast interestpercentage |
- Leasing
- het huren van bedrijfsuitrusting in plaats van deze te kopen.
- Operational leasing
- de lease-overeenkomst kan tussentijds worden opgezegd, zodat de leasetermijn in het algemeen vrij kort zal zijn.
- Financial leasing
- de huurovereenkomst kan niet worden opgezegd.
- Budgetfinanciering: een organisatie mag plannen uitvoeren binnen het daarvoor aangegeven budget.
- Lumpsum: afhankelijk van het aantal leerlingen krijgt de school elk jaar een som geld van de overheid.
- Subsidies
- Leningen, contributies en giften.
Hoofdstuk 6
- Bank
- een bank is een instelling die zich bezighoudt met het verlenen van kredieten die zij verschaft uit eigen middelen, uit van derden opgenomen gelden of door creatie (geldschepping).
Bij kredietverschaffing uit middelen van derden is de bank afhankelijk van anderen: de bank moet maar afwachten hoeveel geld haar zal worden aangeboden.
Algemene banken zijn in staat nieuw geld te scheppen dat wil zeggen meer geld uit te lenen dan zij zelf geleend hebben.
De gespecialiseerde banken, zoals hypotheekbanken, richten zich bij hun bedrijfsuitoefening op 1 bepaalde activiteit.
Algemene banken zijn banken die in principe het gehele bankbedrijf uitoefenen. De hoofdtaken van de algemene banken zijn:
- het verstrekken van kredieten
- het aanbieden van spaarmogelijkheden
- het verrichten van betalingen voor cliënten
- het bewaren van effecten
- effectenverkeer
- het emissiebedrijf
- valutahandel
- Deposito’s
- hierbij zet je je geld voor een bepaalde periode vast, bijvoorbeeld voor vier jaar.
- Clearing
- doordat bij de bank veel aankoop- en verkooporders binnenkomen, kan zij een gedeelte van deze orders met elkaar compenseren.
- De bank neemt de gehele emissie van de onderneming tegen een vooraf bepaalde koers over.
- De bank kan ook alleen haar bemiddeling verlenen.
- De kosten van het leverancierskrediet zijn meestal lager dan die van het bankkrediet.
- Het risico is voor de leverancier kleiner dan voor de bank, omdat de leverancier meestal beter dan voor de bank, omdat de leverancier meestal beter dan de bank kan beoordelen hoe de afnemer er voorstaat.
- dienstverlenende bedrijven
- de uitvoering van speciale orders
- de opkopende handel
Het productief afnemerskrediet is de kredietverlening tussen ondernemingen, waarbij vooruitbetaling plaatsvindt.
Het kredietplafond is het maximaal opneembare bedrag.
De dispositieruimte is het bedrag dat nog opgenomen kan worden op een bepaald moment.
Tot het consumptieve krediet rekenen we:
- het doorlopend krediet
- de persoonlijke lening
- koop en verkoop op afbetaling
- huurkoop
Hoofdstuk 7
Brutowinst = verkoopprijs – inkoopprijsPromille is een per duizend
- Enkelvoudige interest
- voor elke periode wordt interest berekend over het oorspronkelijk geleende bedrag.
- Samengestelde interest
- de interest over een periode wordt bij het oorspronkelijk geleende bedrag opgeteld. Over...
Reacties
Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.



