Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
Massamedia
Geplaatst op Woensdag 16 juni 2004


1.1 cultuur en natuur

Wanneer mensen veel en langdurig met elkaar te maken hebben ontwikkelen ze een eigen cultuur. Cultuur: alle waarden en normen en andere aangeleerde kenmerken die leden van een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en dus als vanzelfsprekend beschouwen. Cultuur staat tegenover datgene wat aangeleerd is namelijk natuur. Het gedrag van mensen is altijd een combinatie van beide. Klank is bijvoorbeeld aangeboren maar taal is aangeleerd dus cultuur. Naast normen (gedragsregels) en waarden (principes) zijn er nog vele andere cultuurkenmerken zoals kennis, gewoonten, kunst, sport, opvattingen, symbolen en feestdagen. Culturen verschillen per plaats, tijd en groep.

1.2 soorten cultuur

Mensen kunnen deel uitmaken van verschillende culturen tegelijk. Mensen met een gemeenschappelijke cultuur vormen een cultuurgroep.
Dominante cultuur: als 1 cultuurgroep in een samenleving overheerst. In NL bijv. Koninginnedag, spreken van de taal.
Subcultuur: waarden en normen en andere cultuurkenmerken die op een bepaalde manier afwijken van de dominante cultuur. Subcultuur hoeft niet strijdig te zijn met de dominante cultuur.
Tegencultuur: is wel strijdig. Deze wordt gedragen door mensen die zich verzetten tegen de dominante cultuur of daar bedreiging voor vormen. Via protesteren proberen ze de dominante te veranderen. Bijv. de feministen in de jaren 70 kwamen op voor gelijke rechten voor vrouwen. De meeste eisen maken nu deel uit van de dominante en verloor het feminisme haar karakter als tegencultuur.
Bedrijfscultuur: bestaat uit alle waarden en normen en gewoonten die in een bedrijf gelden. Bijv. kleding en de manier waarop men met elkaar omgaat.

1.3 de multiculturele samenleving

In NL leven verschillende nationaliteiten naast elkaar. Kenmerken van de verschillende culturen vind je overal.
Multiculturele samenleving: een maatschappij waar mensen naast elkaar leven met verschillende culturele achtergronden. Na WO2 kwamen mensen uit alle werelddelen naar NL en andersom. 2 oorzaken: Elke cultuur heeft eigen normen en waarden en dat kan problemen opleveren. Bijv. in Marokko uithuwelijken en hier zelf keuzes maken.verschillende culturen nemen ook dingen van elkaar over bijv. eten of muziek.

1.4 jeugdculturen

Jongerenculturen komen vaak voort uit muziekstromingen bijv. rap house, punk. Rap komt uit zwarte wijken van de VS. Gaat over maatschappelijke problemen zoals racisme en verzet zicht tegen commerciële muziek. House is ontstaan als danscultuur. Nummers met een snel dansritme bepaald door BPM. Er zijn nu veel soorten bijgekomen.
Volwassene proberen greep te krijgen op jongerenculturen omdat ze een belangrijke doelgroep zijn van het bedrijfsleven. Reclamebureaus hebben bijv. trendwatchers.
Het beschrijven van jeugdculturen is moeilijk. De jeugd wil niet in een hokje geplaatst worden en omdat de kenmerken snel veranderen.

1.5 socialisatie en sociale controle

Socialisatie : proces waarbij iemand de waarden en normen en andere cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep aanleert.
Het doel ervan is aanpassing van het individu aan zijn omgeving en de instandhouding en continuering van de cultuur over een periode van vele jaren. Het zorgt ervoor dat in een samenleving geordend kan verlopen. Je hebt er vanaf je geboorte mee te maken. Er worden dingen aangeleerd maar ook afgeleerd.
Als je normen en waarden aanneemt ontwikkel je een eigen persoonlijkheid. Ieder is uniek maar word wel sterk bepaald door de cultuur waar hij deel van uitmaakt.
Zonder socialisatie kan niemand overleven en een cultuur ook niet. Een samenleving valt dan uiteen.
Socialiserende instituties: instellingen, organisaties en overige collectieve gedragspatronen waarmee de cultuuroverdracht in een samenleving plaatsvindt. Het zijn gemeenschappelijke gebeurtenissen zoals bijv. carnaval en kerstmis. Hier worden ook normen en waarden overgebracht.
Behalve het gezin zijn er nog 5 andere belangrijke socialiserende instituties:
School: kind leert discipline, op tijd komen en doen wat gezegd wordt, taken verdelen binnen bepaalde tijdsduren. Ze worden erop beoordeeld en samenwerken met anderen.
Werk: hier moet je prestaties leveren. Het werk moet op tijd af. Het bepaald je leefritme bijv. inde week werken en in het weekend vrij.
Maatschappelijke groeperingen: sportclubs en geloofsrichtingen. Mensen leren zich te gedragen naar de normen en waarden van vooral geloofsrichtingen bijv. elke zondag naar de kerk. Bij sportclubs leer je omgaan met anderen en een teamgeest ontwikkelen.
De overheid: heeft regels vertaald in wetten; als je je er niet aan houd volgt er straf.
De media: is steeds belangrijker voor het verspreiden van onze cultuur.

Sociale controle: is de wijze waarop mensen anderen stimuleren of dwingen zich aan de geldende normen te houden. Het zorgt ervoor dat het socialisatieproces goed verloopt en mensen zich niet onmaatschappelijk gedragen.
Sociale controle is formeel als deze gebaseerd is op geschreven regels. Wetten of bijv. het reglement van een sportclub.
Informele controle: als er sprake is van beleefdheidsvormen en andere ongeschreven regels.
Sociale controle vindt vaak plaats in de vorm van sancties. Deze kunnen negatief en positief zijn namelijk beloningen of straffen. Er zijn 4 vormen van maatregelen: Als er internalisatie van de cultuur plaatsvindt is het doel van de socialisatie en de sociale controle bereikt. Men gaat zich automatisch gedragen zoals de groep van hen verwacht bijv. kinderen zindelijk maken.

Socialisatie en internalisatie vinden ook vaak plaats doordat kinderen het gedrag van hun ouders nabootsen.
Schema blz. 66: hoe de begrippen met elkaar samenhangen.

2.1 wat is communicatie?

Communicatie: het proces waarbij een zender bedoeld of onbedoeld een bepaalde boodschap overbrengt aan een ontvanger.
Het medium: de manier waarop de boodschap wordt overgebracht.
Het medium kan bijv. bestaan uit gesproken of geschreven woorden, gebaren, kleding, tv beelden en kunstwerken.
Als de ontvanger op de boodschap reageert ontstaat er een feedback of terugkoppeling.

Communicatie is een sociaal proces dat in elk groepsgedrag is terug te vinden.
Het is onmogelijk om niet te communiceren. Je brengt altijd wel een boodschap over. Je communiceert en beïnvloed daarmee anderen in je omgeving.
Communicatie heeft ook economische aspecten: in arbeidsomstandigheden is het noodzakelijk dat mensen elkaar goed begrijpen en samenwerken. Organisaties en bedrijven streven naar organisatiestructuren die het meeste rendement opleveren. Men is gericht op het verbeteren en versnellen van communicatielijnen tussen verschillende afdelingen binnen het bedrijf en tussen bedrijven onderling.
We maken onderscheid tussen de volgende soorten communicatie:

2.2 massamedia

Massamedia hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken:

2.3 functies van het individu

Soorten functies...


[ Log in of registreer gratis om dit hele document te bekijken ]





Reacties
[post reply]

Nog geen opmerkingen of toevoegingen op dit document geplaatst.
Wil jij een bericht plaatsen dan kan dat door op "post message" te klikken.

Win

Laatst bekeken...
00:05  Catharina van Aragon
00:05  Dit been is korter van Zanger...
00:05  Snow falling on Cedars van Gu...
00:04  Littekens van Dullemond, Emmy
00:04  De vierde man van Reve, Gerard
00:04  Gokken
00:04  Soldatenliederen : gedichten ...
00:04  La rage au coeur van Betancou...
00:04  Gijs Wanders
00:04  Ceasar


Forum Scholierennet.com
Boeken nodig
Resetten zonder programmas kwijt t...
Middenjury Kantoor
Evantail voor middelbaar
Ervaring met economische wetenscha...
Internationaal jongeren filmfestival
WISKUNDE TSO (informatica ed) : Af...
Spreekbeurt muziek
Gameverslaafd
Naam wijzigen