ADHD
Geplaatst op Zaterdag 04 augustus 2001
Hoofdstuk 1
Bij 60 % van de kinderen met hyperactief gedrag en/of ADHD blijkt dat de voeding de belandrijkste oorzaak is van de gedragsproblemen
Zoals kinderen dus astmatisch kunnen worden van sinaasappels of eczeem kunnen krijgen van aardbeien, zo is het ook mogelijk dat kinderen hyperactief worden van bijvoorbeeld pindakaas of tomaten. Ze kunnen dus hyperactief worden van verschillende additieven. Additieven zijn stoffen die aan voedingsmiddelen, of aan grondstoffen voor die voedingsmiddelen, zijn toegevoegd. Het wordt gedaan om voedingsmiddelen bijvoorbeeld gemakkelijker in het gebruik te maken, de houdbaarheid te verlengen of de smaak of het uiterlijk te verbeteren. De meeste toegepaste stoffen zijn kleurstoffen, geur- en smaakstoffen en conserveermiddelen.
Enkele additieven: Kleurstoffen:
| - | tartrazine E 102 |
| - | oranjegeel S E 110 |
| - | erytrosine E 127 |
| - | annatto E 160b |
| - | benzoëzuur E 210 |
| - | benzoaten E 211-219 |
| - | sorbinezuur E 200-203 |
| Smaakversterkers |
| - | Mononatriumglutaminaat (E621) |
| Aromastoffen |
| - | Geur- en smaakstoffen |
| - | Vanille-aldehyde |
| Anti-oxydanten |
| - | BHA (E 320) en BHT (E321) |
Soms spelen stoffen die van nature in het voedsel voorkomen een rol, zoals biogene aminen of histamine(vrijmakers). Natuurlijke salicylaten hebben, in tegenstelling tot wat geregeld wordt beweerd, beslist geen relatie met gedrag.
Het komt ook voor dat de voeding onjuist van samenstelling is, waardoor er klachten optreden die gedragsklachten tot gevolgen kunnen hebben. Bijvoorbeeld obstipatie, veroorzaakt door een vezelarme voeding, blijkt aanleiding te kunnen geven tot gedragsklachten. Ook suiker wordt geregeld in verband gebracht met gedragsklachten.
Kinderen die ADHD door voeding hebben worden op een streng dieet gezet. Maar een dieet zonder additieven bijvoorbeeld is, zoals veel mensen ervaren, op lange termijn moeilijk vol te houden. De arts kijkt samen met een diëtist welke voedingsmiddelen er klachten geven.
Er zijn een aantal onderzoeken die hebben cijfers bekend gemaakt. Hier volgt een lijst met voedingsmiddelen waaruit blijkt dat kinderen daar hyperactief van worden:
Egger Carten
Aantal % Aantal %
Kinderen Kinderen
Kleurstof 34 86 32 70
Chocola 34 60 37 65
Koemelk 55 65 45 65
Sinaasappels 49 45 35 60
Kaas 15 40 31 45
Tomaat 35 20 35 20
Een onvolwaardige of een onevenwichtige voeding kan de oorzaak zijn van hyperactiviteit.
Het onderzoekscentrum voor hyperactiviteit en ADHD heeft een onderzoeksmethode ontwikkeld waarmee deze achterliggende oorzaken opgespoord kunnen worden. Deze methode is gebaseerd op recente internationale onderzoeken.
Uit al deze onderzoeken blijkt dat de voeding toch een van de belangrijkste oorzaken kan zijn van gedragsstoornissen: het gaat hier dus niet om kleurstoffen, maar om gewone voedingsmiddelen. Meestal betreft het dan niet een allergie maar een intolerantie
Als een kind overactief is, krijgen additieven zoals conserveermiddelen en kleurstoffen heel gemakkelijk de schuld. De kans dat er werkelijk een relatie bestaat tussen gedragsklachten en voedselovergevoeligheid, is veel kleiner dan door veel mensen wordt gedacht. Voor je kunt vaststellen dat een of meerdere additieven verantwoordelijk zijn voor gedragsproblemen, moet onderzoek worden gedaan.
Hoofdstuk 2
ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder, oftewel Aandachts-Tekort-Stoornis met Hyperactiviteit.
ADHD is de officiële benaming uit een lijst van stoornissen en ziekten die opgesteld is door de Amerikaanse vereniging van psychiaters.
De naam van deze lijst is DSM (Diagnostical Statistical Manual). Regelmatig wordt deze herzien, nu is de vierde versie in gebruik: DSM IV.
Makkelijker te onthouden is misschien Alle Dagen Heel Druk. Maar: deze benaming klopt niet helemaal omdat niet iedereen met ADHD hyperactief of druk is!
In het Engels heeft men het vaak over ADD, dus zonder H, als men alle ADHD bedoelt, dus met en zonder hyperactiviteit.
Bij ons regelen neurotransmitters dat we maar op 1 prikkel. Bij kinderen met ADHD werkt dat niet, dus ze weten niet waar ze op moeten reageren.
ADHD is een aangeboren hersenafwijking, waarvan de oorzaak niet precies bekend is. Wel is duidelijk dat het veelal erfelijk is en voor het overgrote deel voorkomt bij jongetjes. Drie tot vijf procent van de kinderen heeft het, dus in elke school klas zit er wel eentje.
HOOFDSTUK 3.
ADHD is een stoornis die niet overgaat, al kun je ermee leren leven of er in de loop van de tijd minder last van krijgen. ADHD kan dus voorkomen op alle leeftijden, van pasgeboren kinderen tot en met bejaarden.
Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat ADHD voorkomt bij zeker 3% van alle kinderen. Dat betekent dus dat er in bijna elke schoolklas wel één zit! Het is de meest door kinderpsychiaters gestelde diagnose, een kinderpsychiater is er 25-30% van haar of zijn tijd mee bezig.
Je groeit er niet overheen zoals vroeger wel gedacht werd. Dit betekend dat veel volwassenen er ook nog last van hebben. In meer of mindere mate natuurlijk, je kunt er mee leren leven, je werk en leefomgeving zo kiezen dat je er minder last (of juist voordeel!) van hebt. Toch heeft 1% van de volwassenen er nog erge last van. Zoveel last dat ze vastlopen in werk, studie, relaties en hulp gaan zoeken in de geestelijke gezondheidszorg. Hoewel dit cijfer nog niet is bevestigd door onderzoek in Nederland, kunnen we er van uitgaan dat er 100.000 volwassenen zijn die ADHD hebben en het niet weten. De volwassenen die de laatste tijd de diagnose ADHD hoorden hebben gemiddeld 12 jaar lang naar hulp gezocht!
Er zijn meer jongens dan meisjes die het hebben. Het vermoeden is er dat er eigenlijk evenveel meisjes zijn maar meisjes uiten het anders, die hebben concentratieproblemen en worden heel depressief.
In principe kunnen alle kinderen met gedrags- of concentratieproblemen bij een onderzoekscentrum terecht.
Dit kunnen kinderen zijn die bijvoorbeeld een of meer van de volgende klachten hebben:
| · | Vaak moeite met stilzitten. |
| · | Onverklaarbare driftbuien. |
| · | Sterk wisselend gedrag. |
| · | Van het een naar het ander hollen. |
| · | Concentratieproblemen. |
| · | Vaak niet tot de orde te roepen. | ...



