Adverteren via Roadside
LoginnaamWachtwoord
Lesbrief consument en producent
Geplaatst op Donderdag 27 februari 2003


Hoofdstuk 1

  1. Marktaandeel: het aandeel van een bepaald bedrijf ten opzichte van het totale aandeel(van alle bedrijven).
    • Marktaandeel omzet/afzet: (omzet/)afzet Coca Cola / totale cola-afzet/omzet * 100%
  2. Consumentenbehoefte: Behoeften die een rol spelen bij de aankoop van een product en waar de producent dus op moet in spelen. Meestal speelt de prijs, het uiterlijk, reclame en de mode een rol in de keuze of de destijdse behoefte. De taak van de producent is om de behoeften(algemene) om te zetten in (individuele) voorkeuren.
  3. Individuele reclame: Als een individueel bedrijf reclame maakt voor zijn eigen merk.
  4. Collectieve reclame: Als bedrijven(bedrijstak) samen reclame maken voor een bepaald product. Voordeel: Collectieve reclame is natuurlijk veel goedkoper dan individuele reclame, omdat je de reclamekosten onder de bedrijven verdeelt. Een nadeel is dat een individueel bedrijf zijn concurrentiepositie ten opzichte van de hiervoor genoemde andere bedrijven niet verbeterd. Collectieve reclame wordt dan ook vaak bij homogene producten gemaakt, of in tijden van nood(sigarettenindustrie die een slechte periode doormaakt)
  5. Marktonderzoek: Bedrijven willen hun producten zo goed mogelijk op de wensen van de klant afstemmen, hiervoor moeten ze weten wat de gemiddelde klant nu daadwerkelijk wenst. Een marktonderzoek is dan noodzakelijk, want zo kan de producent een product maken dat precies op de wens van de klant is afgesteld. Factoren als inkomen, aantal consumenten, en prijzen spelen een grote rol bij de grootte van de vraag (de consument)
  6. Prijsvraaglijn: Een grafiek die het verband tussen P(Prijs, op verticale as) en Qv(Gevraagde Hoeveelheid, horizontale as) aangeeft. Dit verband geeft de vraag naar het product goed weer.
    Redenen voor het verschuiven van de prijsvraaglijn:
    1. Het aantal vragers verandert
    2. De prijzen van andere goederen veranderen
    3. Het inkomen van de consument verandert
    4. De behoefte en voorkeuren van de consument verandert
  7. Elasticiteit: Het verband tussen oorzaak en gevolg in de economie. Meestal geeft de elasticiteit aan hoe sterk een gevolg reageert op een oorzaak. Er zijn 3 elasticiteiten:
    1. De prijselasticiteit van de vraag(Ev): deze geeft aan in welke mate de gevraagde hoeveelheid van een goed reageert op een verandering van de prijs van dat goed.
    2. De inkomenselasticiteit van de vraag: deze geeft aan in welke mate de gevraagde hoeveelheid van een goed reageert op een verandering van het inkomen.
    3. De prijselasticiteit van het aanbod: deze geeft aan hoe sterk de aangeboden hoeveelheid van een goed reageert op een verandering van de prijs van dat goed.
    Dus:
    Prijselasticiteit van de vraag(Ev) = procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid (Qv) / procentuele verandering van de prijs (P) = (negatief getal)
    De uitkomst van de bovenstaande formule is altijd negatief want : Stel je neemt voor de (Qv) –1(procentuele verandering van de hoeveelheid neemt met 1 % af) en (P) neemt met 2% toe. –1 gedeeld door 2 = -0.5 . Doen we het nu andersom dan zul je zien dat het toch negatief blijft: 2 gedeeld door –1= -2.
    1. Inelastisch: het getal achter het minteken ligt tussen 0 en 1. De procentuele verandering is dus zwak(zwakke reactie)
    2. Elastisch: het getal achter het minteken is groter dan 1. (sterke reactie)
    Voorbeeld: De prijs voor Ariel Color daalde in maart 1999 van 16,- naar 14,88. Het gevolg was dat de gevraagde hoeveelheid steeg van 45.600 stuks naar 52.440 stuks.
    1. Bereken de prijselasticiteit (Ev) in 1 decimaal nauwkeurig. (2 pnt)
    2. Is de prijselasticiteit elastisch of inelastisch? Verklaar je antwoord(1 pnt)
    1. Antwoord: (P)=(nieuw – oud / oud) 14.88-16 / 16 x 100% = -7 ,
      (Qv)= 52440-45600 / 45600 x 100% = 15
      15/-7 = -2,1
    2. Antwoord: De prijs is elastisch want de uitkomst achter het minteken geeft aan dat deze hoger dan 1 is.
    Let op !: Bij vragen waarin tijd een rol speelt, is het belangrijk dat je goed kijkt welke het oude product is, en welke het nieuwe, en daarbij de oude en nieuwe prijs zoekt. Daarnaast is het zeer belangrijk dat je goed leest of je telkens met een stijging of daling te maken hebt. Wanneer een hoeveelheid afneemt ten opzichte van de vorige, maar je ziet dat niet dan zul je geen – intikken, waardoor het een + blijft. Kijk dus goed uit.
  8. Omzet: Afzet x Verkoopprijs. Om de omzet te vergroten kan een producent twee dingen doen: De prijs verlagen, gevolg is dat de gevraagde hoeveelheid toeneemt maar als de prijs daalt zal de omzet niet toenemen. De ondernemer kan de prijs ook verhogen, maar dan neemt de gevraagde hoeveelheid weer af, en ook dat is niet goed voor de afzet. Om nu de perfecte balans te vinden hebben we het hulpmiddel break-evenomzet nodig. Een ondernemer kan dan zien wanneer de omzet 0 is. Maar hier komen we later nog op terug.
    Samenvattend:
    • Het verband tussen prijs en afzet is elastisch: Als de prijs stijgt, dan daalt de afzet in verhouding meer dan de prijs en daalt de omzet. Als de prijs daalt, dan stijgt de afzet in verhouding meer dan de prijs en stijgt de omzet. (de reactie is groot op verandering !)
    • Het verband tussen prijs en afzet is inelastisch: Als de prijs stijgt, dan daalt de afzet in verhouding minder dan de prijs en stijgt de omzet. Als de prijs daalt, dan stijgt de afzet in verhouding minder dan de prijs en daalt de omzet. (de reactie is klein op verandering !)
  9. Prijsvraagfunctie/Prijsvraagvergelijking: een vergelijking die het verband tussen prijs en gevraagde hoeveelheid beschrijft. Meestal laten we het woordje prijs uit het begrip weg, en spreken we wel van vraagfunctie dan wel vraagvergelijking.
  10. Milieuvriendelijk/Mensvriendelijke behoeftes: Sommige consumenten kijken niet alleen maar naar de laagste prijs, maar willen graag het milieu helpen of de derde wereld. Organisaties als Max Havelaar zorgen dat Boeren een redelijk inkomen krijgen door directe inkoop zonder tussenhandel. Het eco-keurerk is speciaal opgericht om aan te geven dat een product met dat keurmerk milieuvriendelijk is.
  11. Negatief extern effect: Bijkomende (niet-gewilde) factoren die niet in de kost-prijs zijn inbegrepen. Bijvoorbeeld een vliegtuigmaatschappij die dagelijks veel overlast maakt in een bepaalde woonwijk. De bewoners krijgen hiervoor geen vergoeding, en hebben er maar mee te leven. Een ander negatief effect zijn rokers, hoewel de overheid hier wel wat tegen heeft gedaan, zoals in openbare gebouwen of restaurants.
  12. Positief extern effect: Dit effect is wat betrekkelijk. Immers, externe effecten zoals pijptabak worden door sommige als positief ervaart, omdat ze het lekker vinden ruiken. Wanneer de bollenstreek in bloei staat komen daar toeristen op af, het gevolg is dat de horeca daar er een centje van meepikt, zonder te moeten betalen voor deze bloei.
  13. Duurzame ontwikkeling: Omdat producenten en consumenten veel meer oog hebben gekregen voor de gevolgen van (massa) productie en consumptie zijn er de laatste jaren wat milieuvriendelijke streven ontwikkeld. Duurzame ontwikkeling is er 1 van: Duurzame ontwikkeling is: (economische) ontwikkeling die niet ten koste gaat van toekomstige generaties en het milieu. Vooral fossiele brandstoffen zoals olie en gas zijn zeer schaars. Daarom worden ze nu wat “milieuvriendelijker/duurzamer” behandeld.

Hoofdstuk 2

Aangeboden en gevraagde hoeveelheid: De aangeboden hoeveelheid is hoog bij een hoge prijs en laag bij een lage prijs. Prijs en aanbod reageren in dezelfde richting. Er is dus een zogenaamd positief verband tussen prijs en aangeboden hoeveelheid. Voor producenten is er bij een hogere prijs namelijk meer kans op winst dan bij een lagere winst
Dit verschilt dus met het verband tussen prijs en gevraagde hoeveelheid: daar is, zoals in hoofdstuk 1 aan de orde kwam, een negatief verband, omdat prijs en vraag tegengesteld reageren.
Redenen voor verschuiving aanbodlijn: Kostendekking (Break-Even afzet)
Veel ondernemers zijn geďnteresseerd wanneer de totale kosten nu gelijk zijn aan de totale opbrengst. Met andere woorden: Wanneer maak ik nu evenveel kosten als opbrengsten. Speerpunt daarbij is de afzet. Deze vormt de uitkomst. Bij break even afzet bereken je bij welke productiehoeveelheid je precies quitte speelt.
Bij een break evenanalyse gaat een onderneming uit van een aantal vooronderstellingen uit:

Win

Laatst bekeken...
01:00  Schakelfout van Kerkwijk, Hen...
01:00  Charlie's angels
01:00  Kilometers cola en knetterend...
00:59  Charlie and the chocolate fac...
00:59  Oorlog in Vietnam (1965-1973)
00:59  Stad in de storm van Beckman,...
00:59  Het gouden ei van Krabbe, Tim
00:59  Fibonacci (gulden snede)
00:59  Berichten van het Blauwe Huis...
00:59  Boedhisme


Forum Scholierennet.com
Boeken nodig
Resetten zonder programmas kwijt t...
Middenjury Kantoor
Evantail voor middelbaar
Ervaring met economische wetenscha...
Internationaal jongeren filmfestival
WISKUNDE TSO (informatica ed) : Af...
Spreekbeurt muziek
Gameverslaafd
Naam wijzigen